Minder toeristen, meer geld

Wat is slim: zoveel mogelijk toeristen lokken, of juist mikken op exclusiviteit? Een groeiend aantal landen kiest voor de bovenmodale toerist....

Iedere westerling droomt ervan een dorpje te ontdekken waar hij de eerste toerist is. Of een strandje te vinden waar hij weken in zijn blote kont kan rondlopen, zonder dat iemand hem ziet. De lokale bevolking - verrukt door zijn unieke aanwezigheid - komt elke avond voor hem dansen en zingen. Als de toerist thuiskomt, heeft hij echt iets te vertellen.

Nee, dan de toerist die naar Nepal of Thailand is geweest. Vliegt ie helemaal naar de andere kant van de aardbol, komt hij nog zijn buurvrouw tegen op een steile klim naar de voet van Mount Everest. En als hij thuis de foto's van zijn rondreis door Thailand laat zien, kan hij ze bovenop de tempeldia's van zijn neef leggen. Ze hebben dezelfde bijzondere dingen gezien.

Niets devalueert zo snel als een reisbestemming. Sommige landen proberen dit te voorkomen door massatoerisme en chartervluchten buiten de deur te houden. Zij kiezen voor de bovenmodale toerist. Uiteindelijk, hopen zij, brengt die aanpak meer geld in het laatje dan zoveel mogelijk toeristen te verwelkomen. De natuur en de cultuur worden minder aangetast, het land hoeft minder te investeren in vliegvelden, wegen en andere faciliteiten. En misschien komen gasten nog eens terug.

'Als een land dat zo kan regelen, lijkt mij exclusief toerisme verreweg de beste aanpak', zegt Nico Visser, hoogleraar Duurzaam Toerisme aan de NHTV Internationale Hogeschool Breda. 'De vraag is alleen of je dat vol kunt houden, want de druk om meer toeristen - voor minder geld - toe te laten neemt onherroepelijk toe.'

Voorbeeld: Saba (Nederlandse Antillen). Daar is besloten niet meer hotels en appartementen bij te bouwen omdat het eiland niet meer toeristen aankan. 'Dat is een methode: de hoeveelheid bedden bepaalt de hoeveelheid toeristen.' Ook Bonaire zegt geen accommodaties meer bij te zullen bouwen.

Een compromis is ook mogelijk. Bepaalde regio's blijven of worden exclusief, de rest van het land mag zich vrolijk overgeven aan massatoerisme. Zo besloot het Afrikaanse Botswana busladingen uit Europa en een bepaald slag Zuid-Afrikanen (jonge mannen die hun jeep komen afraggen) voortaan te weren uit zijn safariparken. Gewoon door de parkprijzen in 1989 te verhogen met 900 procent. Het verbluffende resultaat is dat de overheid de parksubsidies stopzette omdat de parken zichzelf voortaan kunnen bedruipen.

Botswana heeft Kenia als voorbeeld van hoe het niet moet. In Keniase wildparken als Amboseli en Masai Mara cirkelen tien landcruisers rond olifant en zie je geen hand voor ogen door de stofstormen, veroorzaakt door auto's die het droge grasland aan gort rijden. Het kan haast niet anders of Kenia zal hier een keer de prijs voor moeten betalen.

Veel eilanden(groepen) kiezen voor exclusiviteit. Strandparadijs Mauritius, in de Indische Oceaan, laat geen chartervliegtuigen toe. Er worden ook geen witte hotelcomplexen gebouwd. Verderop koestert de minister van Toerisme op de Malediven het imago van luxe snorkelparadijs.

De meer dan duizend eilanden van die archipel staan ook niet zomaar open voor buitenlandse investeerders. Op het moment mogen negentig eilandjes worden gebruikt voor toerisme. Op elk eiland staat hotel. Onbetaalbaar, maar hoog op de lijst van droombestemmingen en huwelijksreizen.

Niet elk land kan zichzelf zo afsluiten. Het toerisme groeit nog steeds en ontwikkelt zich tot een belangrijke pijler onder veel economieen. Wereldwijd gaat 4000 miljard euro om in de toeristenindustrie, volgens de cijfers van de Economische Voorlichtingsdienst (EVD). De sector biedt aan 200 miljoen mensen werk. In 2020, voorspelt de World Tourism Organisation, gaan 1,5 miljard toeristen op pad. Dat is een verdubbeling van het huidige aantal.

Er is moed voor nodig een restrictief beleid te voeren. Bovendien moet een land het zich kunnen veroorloven. Hoe groter en armer een land, hoe moeilijker het is de snelle dollars van het massatoerisme te weigeren.

Thailand is een voorbeeld van een land dat zich de afgelopen twintig volledig op het massatoerisme heeft gestort. Zoals de toerist vroeger naar Spanje vloog voor een winterzonnetje, zo is het nu heel gewoon aan het Thaise strand te bakken. Voor 620 euro vlieg je naar Bangkok en krijg je er tien nachten in een luxe hotel te Pattaya bij.

De Thaise overheid doet haar uiterste best de verwende toerist niet te verliezen. Laatste poging is de oprichting van een peperdure reizigersclub. Wie twintigduizend euro per jaar betaald, wordt voortaan razendsnel door de douane geloodst, mag in speciale elitehotels logeren en, last but not least: mag via een omweg Thaise grond kopen - iets dat tot nu toe onmogelijk was voor buitenlanders.

De keuze voor een selectief publiek heeft ook een keerzijde. Eugenio van Maanen, voormalig toeristisch adviseur in Nepal: 'Nepal wil ook liever een toerist die veel te besteden heeft, in plaats van een rugzaktoerist. Maar aan de andere kant: misschien geven backpackers minder geld per dag uit, maar ze blijven soms maandenlang. Bovendien stroomt het geld van de rugzaktoerist over het algemeen rechtstreeks in de portemonnee van de plaatselijke bevolking. Ze slapen in kleine hotelletjes en eten niet in restaurantketens. Het geld van rijke toeristen gaat vaak naar de meest kapitaalkrachtigen van het land. Het is de vraag wat beter, en dus duurzamer, is voor de economie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden