Minder posttraumatische stress onder militairen

DOORN -Twee maanden na terugkeer uit Uruzgan lijdt ruim 2 procent van de uitgezonden militairen aan een posttraumatic stress disorder (PTSD). Dat is iets minder dan eerder gedane schattingen door defensie. Deze personen hadden onder meer last van schrikachtigheid, irritatie en overmatige waakzaamheid.


Dat concluderen klinisch psychologen van de Universiteit van Utrecht na langdurig onderzoek van een groep Uruzgan-gangers. Zij volgden 249 militairen twee maanden vóór hun vertrek, en twee en negen maanden na terugkeer. Het gros van hen kreeg te maken met bermbommen en burgerslachtoffers, een kwart van hen werd geconfronteerd met gewonde collega's.


De voorlopige conclusies werden donderdag gepresenteerd tijdens een symposium op het Veteraneninstituut in Doorn over de voorspellende kracht van dergelijk wetenschappelijk onderzoek.


'We kregen een unieke kans', zegt klinisch psychologe Miriam Lommen. Zij hoopt te promoveren op het zogeheten fear extinction process onder soldaten. Zij liet vóór vertrek telkens twee portretten zien van onbekende mensen. Bij het ene gezicht kregen de soldaten een irritante prikkel, bij het andere niet. Later kregen de proefpersonen dezelfde foto's te zien, zonder dat ze wisten dat de prikkels ditmaal zouden uitblijven.


Zo ontdekte Lommen wiens lichaam de opgebouwde angst voor een foto het snelst weer kwijtraakte of 'afleerde'. Dat vermogen hangt samen met de mate waarin een soldaat bevattelijk is voor PTSD.


De onderzoekers hopen te ontdekken welk type persoon de meeste kans maakt PTSD te ontwikkelen. Die gegevens zouden op termijn gebruikt kunnen worden om soldaten te selecteren of betere nazorg te bieden.


In Doorn presenteerde defensie ook haar eigen onderzoek onder ruim duizend Urzugan-gangers. Voor dat zogeheten Prismo-project is bloed en speeksel afgenomen vóór vertrek en een uitgebreide vragenlijst voorgelegd. Dit wordt vaak herhaald: een maand, een half jaar, plus één, twee, vijf en tien jaar na terugkeer. Dit onderzoek is vooral neurobiologisch van aard. Momenteel worden de gegevens van twee jaar na terugkeer verwerkt door de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg.


Voorlopige conclusies: hoe meer zogeheten glucocorticoide-receptoren in het bloed, hoe groter de kans op PTSD-symptomen. Deze receptoren transporteren het stresshormoon cortisol. In het bloed van 34 militairen met veel symptomen, zat voor vertrek meer receptoren.


Ook karaktertrekken als vijandigheid, neuroticisme en het vermogen je eigen leven te sturen, hadden een meetbaar effect.


De hoeveelheid cortisol die een lichaam dagelijks aanmaakt bij het wakker worden, blijkt geen verklarende waarde te hebben.


Er is al veel bekend over de gevolgen van gevechtsstress. Eerst heette het soldiers' heart (Amerikaanse Burgeroorlog), toen shell shock (WOI), daarna combat exhaustion (WOII) en nu PTSD.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden