Minder macht geeft VS meer invloed

Internationale verdragen zijn niet altijd de manier om mondiale problemen aan te pakken. Maar als de VS een stabielere wereld willen, zullen zij volgens Joris Cammelbeeck bereid moeten zijn hun macht te delen om aan invloed te winnen....

MACHIAVELLI versus Spinoza en Erasmus. Of zoals Arnout Brouwers het formuleert (Reflex, 15 december): de VS vertrouwen liever op eigen (militaire) kracht in deze onherbergzame wereld. De Europeanen zoeken het in verdragen, structuren en inbedding.

Vanaf de oprichting van de republiek in 1776 zijn de VS inderdaad beducht geweest voor entangling alliances, verstrikkende bondgenootschappen. Daarop maakten de founding fathers één uitzondering: voorkomen moet worden dat in Europa één natie de overhand zou krijgen. Vandaar het Amerikaanse besluit tot deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Duitsland werd verslagen, maar president Wilson leed een nederlaag bij zijn poging de VS via het lidmaatschap van de Volkenbond langdurig te binden.

Na de Tweede Wereldoorlog lukte het president Roosevelt wel het weer opkomend isolationisme te neutraliseren. Amerika werd lid van de Verenigde Naties. En in de Koude Oorlog werden allerlei unilaterale verdragen gesloten en bondgenootschappen aangegaan. Amerika committeerde zich.

In de internationale betrekkingen wordt het nationaal belang gedefinieerd als doorslaggevend. Maar welke belang? Beperkt het zich tot het militair-strategische en economische terrein, of strekt het zich ook uit tot mensenrechten, hulpverlening of milieu?

Op die vraag geven de VS sinds het einde van de Koude Oorlog een teleurstellend antwoord. De enig overgebleven supermacht heeft zich het afgelopen decennium steeds meer in zichzelf gekeerd. Clinton voerde opportunistisch beleid van halve en hele interventies en Bush jr. is een unilateralist met een hekel aan verdragen die de armslag van de VS zouden kunnen belemmeren of de way of life van de Amerikanen zou kunnen aantasten.

Zij die na 11 september meenden dat Bush van deze beleidslijn zou terugkomen, hebben ongelijk gekregen. Onlangs keurde de Senaat deelname aan het Internationale Strafhof af en de regering zegde het ABM-verdrag met Rusland op om een anti-raketschild in de ruimte te kunnen ontwikkelen.

Het mag zo zijn dat Europeanen op grond van hun verleden te veel vertrouwen hebben in verdragen en soms verdragen tekenen waarvan de effectiviteit omstreden is. De wil tot internationale samenwerking en het geloof in vormen van zelfbinding is daarmee nog niet onzinnig. De EU is daar zelf een goed voorbeeld van. Het Verdrag van Rome heeft Europa bevrijd van de vloek van interstatelijke conflicten. En vinden de VS trouwens ook niet dat de EU en de NAVO met voormalige Oostbloklanden moet worden uitgebreid? Waarom zou de huidige Amerikaanse politiek, met een nadruk op militaire macht, wisselende coalities en selectieve retoriek over democratie en mensenrechten, verkieslijker zijn?

Terecht noemt Ivo Daalder van het Amerikaanse Brookings Instituut die politiek verontrustend en kortzichtig. Washington wint wellicht op de korte termijn de gewenste vrijheid om naar eigen inzicht te handelen, op den duur kan het daardoor bondgenoten verliezen die het in de toekomst hard nodig zou kunnen hebben, aldus Daalder. En welke belangen worden er gediend als landen door het Amerikaanse voorbeeldtot onwilligheid worden aangezet en ongure regimes de 'oorlog tegen de terreur' als een vrijbrief interpreteren.

Brouwers' kenschets van de Amerikaanse kijk op de wereld als realistisch en de Europese als idealistisch, gaat voorbij aan kritiek die er ook in de VS op de regering-Bush bestaat (zie Daalder). En als het om realisme gaat hebben landen als Frankrijk en Groot-Brittannië van de VS weinig te leren. Waarom zouden zij zich anders solidair hebben verklaard met de Amerikaanse aanpak in Afghanistan, zoals eerder in Kosovo en Bosnië?

Rest de vraag of de aanname van Brouwers juist is dat het bestaan van een Europese buitenlandpolitiek, gekoppeld aan een omvangrijke en geloofwaardige strijdmacht, zou hebben geleid tot meer invloed op Amerika. Waarschijnlijk niet. Zeker sinds het aantreden van de regering-Bush blijkt dat de VS nog minder gediend zijn van buitenlandse bemoeienis. Uit een opmerkelijke enquête onder veertig Amerikaanse opinieleiders en 235 collega's uit 23 andere landen die donderdag door de International Herald Tribune werd gepubliceerd, blijkt dat Amerikanen daar nauwelijks een probleem mee hebben.

Opvallend is het antwoord op de vraag of de VS in de strijd tegen het terrorisme rekening houden met de belangen van de partners, of dat de VS voornamelijk de eigen belangen nastreven. De VS houden rekening met de partners, vindt 70 procent van de Amerikanen. De VS handelen voornamelijk uit eigenbelang, vindt 62 procent van de rest van de wereld.

Opmerkelijk is de opvatting van bijna de helft van de Europese opinieleiders dat 'het goed is dat de Amerikanen nu weten wat het is om kwetsbaar te zijn'. Een opvatting die volgens de enquête niet kan worden herleid tot anti-Amerikanisme, maar op de hoop dat de VS hun macht zullen aanwenden om de problemen op te lossen die tot instabiliteit in de wereld leiden.

Zeker, internationale verdragen zijn daarvoor niet altijd geëigend en de VN en andere internationale organisaties zijn weerbarstige gremia. Maar dat de wereld niet gediend is met een autistische supermacht die de wereld de rug toekeert en de kwade gevolgen daarvan vooral met militaire middelen wil bestrijden, eveneens. Als zij een stabielere wereld wensen, zullen de VS macht moeten delen om aan invloed en prestige te winnen. Machiavelli had het gezegd kunnen hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.