Column

Minder les leidt niet automatisch tot beter onderwijs

IJs&Weder Aleid Truijens

Mooi zo, die aangenomen motie van Paul van Meenen: laat leraren maximaal 20 uur per week lesgeven, en op de basisschool acht dagdelen. Het werd ook weleens tijd dat de Kamer hem gelijk gaf. Van Meenen, en velen in het onderwijs, pleiten hier al jaren voor, maar er was nooit een Kamermeerderheid voor. Ook de PvdA, traditioneel een partij waarop veel leraren stemmen, lag dwars. Nu is de wanhopige Samsom, met de verkiezingen in zicht, ineens óók heel erg voor.

Twintig uur in de week les is doodnormaal, het OESO-gemiddelde. Zo uitzinnig is dit plan dus niet. Of het er ook van zal komen is zeer de vraag, zeker met dit kabinet. Sander Dekker voelde er niets voor en zal nu niet energiek opveren om het te realiseren. Dit plan kost geld - zij het bij lange na niet de 3,3 miljard die Dekker berekende. Er zal dus over een tijdje wel een waterig compromis uit rollen: twee lesuren per week minder, met inlevering van een week vakantie, of zo. Net zo'n feestelijke sigaar als de vorige 'werkdrukverlichting', waarbij leraren ook een week vakantie inleverden.

Laten we even fijn blijven dromen: stel dat het plan wél ongeschonden doorgaat. Wat levert het op? Wat moeten we doen om het tot een succes te maken?

Less is more - als je het goed aanpakt. Minder lessen, maar betere. Het was het Centraal Bureau voor de Statistiek vorig jaar ook al opgevallen. Uit een vergelijking tussen 33 landen bleek dat in landen die het beste scoren op de internationale PISA-ranglijsten - Korea, Japan, Finland - leerlingen juist weinig uren les krijgen en leraren weinig uren lesgeven. In landen die onderaan bungelen - Portugal, Italië, Griekenland - maken leraren en leerlingen de meeste uren.

Maar: minder lesuren leiden niet als bij toverslag tot beter onderwijs. Misschien staan leraren wat minder gestrest voor de klas en melden ze zich minder vaak ziek. Het gaat erom wat je met de vrijgekomen tijd doet. 'Meer zelfwerkzaamheid' lijkt me een al te gemakzuchtige reflex. Het kan voor een deel van de leerlingen een goed idee zijn, als je tenminste bedenkt wat ze in die uren moeten doen, anders leidt het tot eindeloos hangen achter laptops, op het schoolplein of in de coffeeshop. Anderen hebben misschien behoefte aan intensievere begeleiding, of afwisseling tussen klassikale en praktijklessen.

Die twintig uur zou een gemiddelde moeten zijn, geen wet. Leraren zijn naast hun lesuren niet allemaal evenveel tijd kwijt. Natuurlijk bereiden ze allemaal hun lessen en buitenschoolse activiteiten voor, maar leraren gymnastiek en tekenen nemen geen tassen vol proefwerken mee naar huis in het weekend. Leraren Nederlands, met al die stapels boekverslagen, schrijfopdrachten en profielwerkstukken, zijn kampioen nakijken (zie Manifest Nederlands op school, 2016), maar verdienen hetzelfde. Dat is een taboe, ook de onderwijsbonden branden er hun vingers niet aan. Dit is een mooi moment om eens te turven hoeveel er echt gewerkt wordt.

Uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van de lessen. Die kan omhoog. Maar vergeet niet dat die succesvolle onderwijslanden hun eigen tradities hebben. In Aziatische landen zitten kinderen minder uren op school, maar ze worden er gedrild. 's Middags gaat thuis de knoet erover; de vrije uren worden gevuld met stapels huiswerk, tot tevredenheid van de ouders. Dat willen wij onze lievelingen toch niet aandoen.

In sprookjeswonderland Finland hebben leerlingen én leraren maar vier uur per dag les. Kinderen mogen tot hun 7de lekker spelen, ze hebben weinig huiswerk en toch zijn ze de bolleboosjes van Europa. Leraren hebben alle vrijheid om hun lessen in te richten. Er hijgt geen Inspectie in hun nek, geen argwanende overheid die toetsen oplegt. Geen wonder dat het leraarschap er gewild is. Daar staat tegenover dat alle leraren universitair geschoold zijn en dat de selectie voor de lerarenopleidingen streng is. Dat is hier een utopie.

Bij ons neemt het aantal academici voor de klas juist af en wordt er angstig getoetst. En: lang niet alle leraren, academici of niet, willen zelf lessen ontwerpen, materiaal ontwikkelen of met collega's over het vak filosoferen. Ze zijn juist blij met een lesmethode die houvast biedt. Ook dat is een taboe.

Twintig uur lesgeven, een goed idee, voor leraren die de weelde kunnen dragen.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe. Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.