Minder banen voor de basisschool

De bevolkingskrimp leidt de komende jaren tot het verlies van circa 3.300 lerarenbanen in het basisonderwijs. Dat concludeert de Algemene Onderwijsbond (AOb) na doorberekening van de gevolgen van het dalend aantal kinderen in de basisschoolleeftijd.

AMSTERDAM - Eerder werd bekend dat als gevolg van zogenoemde 'stille bezuinigingen' van de afgelopen jaren ook veel arbeidsplaatsen in het basisonderwijs verloren zijn gegaan. Samen met de bezuiniging van 300 miljoen euro op het passend onderwijs vanaf 2013, gaat het opnieuw om vele duizenden banen.


Juist vanwege de stapeling van ontslagen maakt de lerarenbond zich grote zorgen. Ontslagen als gevolg van een leerlingendaling zijn volgens de AOb voor een groot deel nog wel op te vangen met natuurlijk verloop. 'Maar de verdwenen arbeidsplaatsen in het speciaal onderwijs maken soepele oplossingen onmogelijk', zegt AOb-voorzitter Walter Dresscher. 'De samenloop van die twee betekent dat de kwaliteit in het basisonderwijs achteruit kachelt en dat er voor jonge docenten basisonderwijs nauwelijks werk zal zijn.'


Bij het ministerie van Onderwijs zijn ze minder bezorgd. In de nota Werken in het Onderwijs 2012 staat weliswaar dat de afname van leerlingen klopt, en dat het arbeidsplaatsen kost, maar de komende jaren gaan er ook duizenden mensen met pensioen. Daardoor valt het aantal werkloze leerkrachten mee. Vanaf 2017 ontstaat zelfs een tekort, doordat de krimpsnelheid dan vertraagt, en het aantal leraren dat met pensioen gaat dan maximaal is.


'Goed bestuur betekent dat voor het beschikbare geld prioriteiten worden gesteld', zegt OCW. 'Hoe vervelend ook, besturen moeten scherpe keuzes maken vanwege de leerlingendaling.'


Uit prognoses van het CBS blijkt dat het leerlingenaantal in het basisonderwijs de komende drie jaar met zeker 67 duizend afneemt. Afgezet tegen de opheffingsnormen van de gemeenten, het leerlingenaantal per school en de kosten per leerling, leidt dat volgens de AOb tot het schrappen van 3.300 banen (van 4.500 leerkrachten) tot 2015, en tussen 2015 en 2020 komen daar nog eens 1.500 banen bij. Momenteel zijn er in het primair onderwijs 135 duizend arbeidsplaatsen en 1,65 miljoen kinderen.


Krimp is allang niet meer alleen een probleem van de uithoeken van het land. Het speelt overal, behalve in de grote steden. In steeds meer gebieden blijven kleinere scholen over, of moeten te kleine scholen sluiten. Het aantal scholen met minder dan 140 kinderen stijgt van 2.180 (2010) naar 2.490 in 2015.


Kleine scholen zijn per leerling relatief duur: scholen met leerlingaantallen boven de 250 krijgen per leerling 4.000 euro per jaar, scholen met minder dan 50 leerlingen 7.000, en scholen die maar 25 leerlingen hebben, zelfs 12.000 euro. Behalve door de vaste kosten per school, komt dat doordat geen school die 25 scholieren in leeftijden van 4 tot 12 jaar zomaar in één klas onderbrengt.


Dit kostenaspect zet extra druk op de kleine scholen. Voor de overheid is het financieel aantrekkelijk de kleine vestigingen te sluiten, maar dit bijt met het beleid om het basisonderwijs in ieder geval dichtbij de woonplaats aan te bieden.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden