Minder antibiotica, het kan

Het gebruik van antiobiotica in de veehouderij is in enkele jaren tijds ruimschoots gehalveerd. Dat blijkt uit onderzoek van de Wageningen Universiteit.

AMSTERDAM - Het gebruik van antibiotica is nu zelfs lager dan toen de metingen in 2009 begonnen. In dat jaar ging het om 310 ton werkzame stof, plus 250 ton 'groeibevorderaars'. Dit jaar komt het totale gebruik uit op 244 ton.


Toenmalig minister Gerda Verburg van Landbouw eiste in 2010 dat de veehouderij het gebruik van antibiotica in 2013 moest hebben gehalveerd (ten opzichte van 2009). Dat doel lijkt nu al een jaar eerder bereikt. De definitieve cijfers komen begin volgend jaar uit de databank van de daartoe opgerichte Diergeneesmiddelen Autoriteit.


Aanvankelijk leek de opdracht 'halveren in drie jaar' vrijwel onhaalbaar. Zeker zonder enige dwang. Verburg en na haar staatssecretaris Bleker dreigden wel met ingrepen, maar lieten het daarbij.


Dat zonder dwang in een paar jaar het gebruik van antibiotica kan worden gehalveerd, is veelzeggend. De aanvankelijke scepsis verdween bij veel bedrijven al snel, zegt onderzoeker Nico Bondt van Wageningen Universiteit. 'Al snel bleek dat een groot deel van het gebruik makkelijk te vermijden was.' De daling van het gebruik deed zich in alle veehouderijsectoren voor, maar het minst bij de melkveehouderij. Daar werd altijd al veel minder gebruikt. Hoe de boeren en veeartsen het gebruik hebben teruggedrongen, is niet onderzocht.


Bart Smit, directeur van de veeartsenorganisatie KNMvD, heeft wel een idee. Volgens hem is de 'mindset' bij boer en veearts veranderd en oefenden regering en Tweede Kamer zware druk uit. Ook gingen de verschillende sectoren 'best practices' met elkaar uitwisselen.


Ook de verhouding tussen veearts en boer is veranderd. Wilde de ene veearts geen antibiotica voorschrijven, dan kon de boer zo naar een andere, net zo lang tot hij kreeg wat hij wilde. Smit: 'Dat kan nu niet meer. De boer tekent een contract en kan dan niet meer naar een andere veearts. Dat functioneert nu al zo in de rundveehouderij en komt binnenkort ook in andere sectoren.'


Begin volgend jaar wordt een volgende maatregel ingevoerd: alleen de veearts mag dan nog antibiotica toedienen. Nu doet de boer dat meestal zelf. Pas als de boer heeft bewezen over voldoende kennis te beschikken, mag hij het weer zelf doen.


Critici stelden dat de veeartsen economisch belang hadden bij de verkoop van antibiotica. Zij hebben immers apotheek aan huis. Bureau Berenschot rekende vorig jaar november nog uit dat de veearts 8 procent (in de rundveehouderij) tot 20 à 25 procent (in varkens- en pluimveehouderij) van zijn winst uit medicijnenverkoop haalt. Smit ontkent dat vermindering van de verkoop een aanslag op het inkomen is. 'Er worden nu meer diensten verleend, en daarop wordt meer verdiend dan op medicijnen.'


Het onderzoek van Bondt en de zijnen is er een uit de serie zogenoemde Maranonderzoeken naar gebruik van antibiotica in de veehouderij, die elk jaar worden gedaan. De gegevens komen van de medicijnenhandel en uit een steekproef van enkele honderden veehouderijen. Ze hebben betrekking op de eerste helft van het jaar.


Het probleem van resistente bacteriën

Het overmatig gebruik van antibiotica in de veehouderij heeft bijgedragen tot een paar grote resistentieproblemen.


In de pluimveesector is de resistente esbl-bacterie vrijwel overal aanwezig, in de varkenshouderij een variant op de mrsa-bacterie (ziekenhuisbacterie). In veel ziekenhuizen worden mensen van een boerderij in quarantaine gehouden tot is vastgesteld of ze resistente bacteriën bij zich dragen.


Artsen waren vooral verontwaardigd over het grootschalige gebruik van nieuwere middelen (zoals cefalosporinen en fluoroquinolonen), die zij zo weinig mogelijk gebruikten om resistentievorming te voorkomen. Hele stallen werden ermee behandeld. Daaraan is nu deels een einde gekomen. In de eerste helft van 2012 zijn in de veehouderij vrijwel geen derde en vierde generatie cefalosporinen meer gebruikt.


'Standaard door het drinkwater voor de dieren'

Terwijl de humane geneeskunde in Nederland uiterst terughoudend is in het gebruik van antibiotica, was de Nederlandse veehouderij er juist bijzonder gul mee. Nederland stond jarenlang bekend als kampioen op dit vlak. Als 'groeibevorderaars' werden ze standaard door het drinkwater gemengd. Denemarken werd vaak als voorbeeld aangehaald; de Nederlandse dieren zouden drie maal zo veel krijgen toegediend als de Deense.


Onderzoeker Nico Bondt van de Wageningen Universiteit publiceerde eerder dit jaar een vergelijking tussen de situatie in Nederland en die in Denemarken, uitgesplitst naar diersoort. In de varkens- en rundveehouderij gebruikt Nederland 30 tot 40 procent meer antibiotica, in de pluimvee- en kalversector maar liefst tien à elf keer zo veel. De antibioticaslurpende kalversector is in Nederland heel groot.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden