Interview

'Milosevic trok bewust rookgordijn op'

Voormalig president Milosevic had wel degelijk contact met generaal Mladic. De 'slager van Srebrenica' handelde niet op eigen houtje, toont onderzoeker Nena Tromp-Vrkic aan.

Beeld Mike Roelofs

Geen zaterdagochtend die Nena Tromp-Vrkic, zes jaar werkzaam voor het onderzoeksteam van het Joegoslavië Tribunaal in de zaak Milosevic, beter bijstaat dan die van 11 maart 2006. Zij zat thuis in het Haagse Statenkwartier aan het ontbijt. Even verderop, in de VN-gevangenis aan de Pompstationweg, hoorde het object van haar onderzoek ook aan het ontbijt te zitten. De telefoon rinkelde. 'Je hoeft vandaag niet naar kantoor te komen. Hij is dood', zei aanklager Geoffrey Nice kalmpjes aan de andere kant van de lijn.

Zes jaar onderzoek in de krochten van een ingestort regime naar de verantwoordelijkheid van een staatsman voor genocide en oorlogsmisdaden - allemaal voor niets? Nee, besloot Tromp-Vrkic. Materiaal van haar onderzoeksteam is de basis van een onthullend en vaak schokkend proefschrift dat zij vandaag aan de Universiteit van Amsterdam verdedigt: The Unfinished Trial of Slobodan Milosevic. Justice Lost, History Told.

De laatste woorden zijn belangrijk: deze geschiedenis zal niet snel wéér op deze manier verteld kunnen worden. Slobodan Milosevic - tussen 1989 en 2000 president van Servië en van een uit Servië en Montenegro bestaand Joegoslavië - was een onscrupuleus autoritair leider op de verkeerde plaats in de verkeerde tijd. Zijn heerschappij viel samen met goede relaties tussen Rusland en het Westen. Had hij tien jaar later geregeerd, dan had Rusland zijn regime in de Veiligheidsraad vrijwel zeker net zo beschermd als dat van Assad.

CV

Nena Tromp-Vrkic werd in 1962 geboren in Orahovica in het voormalig Joegoslavië. Zij studeerde politicologie aan de universiteit van Zagreb en Slavische talen aan de universiteit van Groningen. Sinds 1992 is zij verbonden aan de afdeling Europese Studies van de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2012 geeft zij les over de impact van het Joegoslavië Tribunaal aan masterstudenten Holocaust en Genocidestudies.

Op het beklemmende af

Veel in Justice Lost, History Told is actueel op het beklemmende af. 'Joegoslavië is geschiedenis. Maar het soort desintegratie dat je er zag gaat nog steeds door, oostwaarts en zuidwaarts ', zegt Tromp-Vrkic aan de tafel waaraan zij op 11 maart 2006 ontbeet. Veel van wat zich in Syrië en Oekraïne voltrekt, voltrok zich een kwart eeuw eerder op een steenworp van Wenen en Venetië.

Neem machthebbers die in een desintegrerende staat bewust opteren voor een scenario dat onvermijdelijk tot bloedvergieten leidt. Milosevic presenteerde zich als beschermheer van de Joegoslavische veelvolkerenstaat die ten prooi viel aan separatisme. Als zijn onvoltooide proces íets heeft duidelijk gemaakt, zegt Tromp-Vrkic, 'dan is het dat een zo groot mogelijke Servische staat vanaf het begin zijn streven was en de rode draad in alle oorlogen die hij heeft gevoerd.'

'Zo vroeg als 1988 hielden hij en zijn vertrouwelingen al rekening met het uiteenvallen van Joegoslavië, en de noodzaak daarna Kroatische en Bosnische gebieden met veel Serviërs in te lijven: dat kon alleen met geweld. Paradoxaal is veel bewijs voor die anticipatie op oorlog aangeleverd door getuigen die Milosevic zélf opriep. Zijn juridische raadgevers Ratko Markovic en Smilja Avramov bevestigden het in kruisverhoren met de aanklager bijna argeloos.'

Milosevic. Beeld Reuters

Kosovo

Milosevic werd pas acht jaar na de eerste oorlogshandelingen aangeklaagd door het Tribunaal en destijds alleen voor Kosovo. 'De westerse steun voor Milosevic is groter geweest dan wordt gedacht', zegt Tromp-Vrkic. Hij gold als een man met wie je zaken kon doen - een kwalificatie die je nu hoort van mensen die 'realistische' samenwerking met Assad en Poetin bepleiten. 'Milosevic is veelvuldig tegemoet gekomen. Je ziet bijvoorbeeld dat de internationale gemeenschap al voor het begin van de oorlog meegaat in etnische opdeling van Bosnië.'

In de aanloop naar de Bosnische oorlog liet Milosevic een stuk van het Joegoslavische Volksleger omvormen tot Bosnisch-Servisch leger onder leiding van Ratko Mladic. Bijgestaan door paramilitaire groeperingen voerde dat vanaf 1992 etnische zuiveringen uit. Naarmate de internationale verontwaardiging daarover groeide, begon Milosevic met het optrekken van een rookgordijn tussen hem en de Bosnische Serviërs: wat zij deden, had niets met hem te maken.

Een paar maanden na Milosevic' uitlevering, in juni 2001, probeerde Tromp-Vrkic in Belgrado informatie los te krijgen van Milosevic' vertrouweling Zoran Lilic, tijdens de Bosnische oorlog president van Joegoslavië. Ze vroeg Lilic terloops wat hij wist over 'Zes Strategische Doelen' die de Bosnische Serviërs in mei 1992 hadden aangenomen in hun eigen parlement - dus officieel buiten Milosevic en Lilic om. Tot haar verbazing zei Lilic: 'Waren het er geen zeven?' Zo kwam het Tribunaal achter het bestaan van een Opperste Defensieraad, die in Belgrado tijdens de Bosnische oorlog bijeenkwam om acties te coördineren, en een '30ste Personeelscontingent' dat Mladic en andere officieren hun salaris betaalde.

Voorkennis

Dat Milosevic voorkennis had van het handelen van de Bosnische Serviërs bleek ook in de rechtszaal van het Tribunaal. Milosevic wilde daar geen advocaat, hij verdedigde zichzelf. 'Degene die zichzelf verdedigt, heeft een dwaas als cliënt', citeert Tromp-Vrkic een juridische wijsheid. Op 15 december 2003 getuigde de Amerikaanse generaal Wesley Clark - in 1995 adviseur van bemiddelaar Holbrooke. In de rechtszaal vroeg hij Milosevic waarom hij Mladic had toegestaan de mannen van Srebrenica te executeren. Milosevic reageerde: 'Ik heb Mladic gewaarschuwd het niet te doen, maar hij luisterde niet naar mij.' Daarmee ondergroef hij publiekelijk dat de Bosnische Serviërs niets met hem bespraken. Ongevraagd zei Milosevic tijdens diezelfde zitting: 'Generaal Mladic heeft geen enkel bevel gegeven om de mensen van Srebrenica te executeren. Ik geloof dat dit werd gedaan door een groep van huurlingen.'

Dat de executies allesbehalve exclusief op het conto van Mladic komen, wordt in Justice Lost, History Told meer dan aannemelijk. Srebrenica, zegt Tromp-Vrkic,'was géén uitzondering in die oorlog. Het was de manier waarop die oorlog werd gevoerd. In Prijedor was drie jaar eerder hetzelfde gebeurt: systematische executies die wekenlang doorgingen.'

Ironisch genoeg werd Milsosevic later in 1995 in Dayton een 'steunpilaar' van de vrede in Bosnië. Het duurde nog drie jaar voordat hij de internationale gemeenschap ten leste tegenover zich kreeg, in Kosovo. 'De Kosovo-oorlog illustreerde dat de basis van zijn regime, het streven naar zo veel mogelijk gebied onder Servische dominantie, niet was veranderd', zegt Tromp-Vrkic. 'Na het verlies van Kosovo in 1999 was die basis weg. Milosevic opereerde daarna niet meer als politicus maar als crimineel, met een successie van moorden in Belgrado als gevolg .'

Moord op Djindjic

Dezelfde paramilitairen die in 1999-2000 in opdracht van Milosevic tegenstanders uit de weg hadden geruimd, vermoordden in maart 2003 de Servische premier Djindjic, die Milosevic aan het Tribunaal had uitgeleverd. Milosevic ervoer in Scheveningen vrijwel zeker genoegdoening. Echter: na de moord op Djindjic begon de Servische justitie met onderzoeken naar mogelijke betrokkenen. Onder hen Milosevic' echtgenote Mira Markovic, die behalve zijn steun- en toeverlaat ook zijn belangrijkste raadgever was. In maart 2003 week ze uit naar Moskou.

Tromp-Vrkic: 'De moord op Djindjic had als direct gevolg dat Mira niet meer naar Scheveningen kwam uit angst gearresteerd te worden. Dat was een klap voor Milosevic. Met zijn gezondheid ging het bergafwaarts. Er waren mensen binnen het Tribunaal die opperden: moeten we Mira niet met een immuniteitsgarantie laten overvliegen ten behoeve van de strafzaak?'

Dat de Servische oud-president in maart 2006 zelf een einde aan zijn leven maakte, acht Tromp-Vrkic desondanks onwaarschijnlijk. 'Daar is geen aanwijzing voor. In de week voor zijn dood was hij met veel energie samen met de Montenegrijnse oud-president Bulatovic zijn verdediging voor de week erna aan het voorbereiden. Ooggetuigen zagen ze opgewekt in Scheveningen aan het werk. Milosevic had ook vaak plezier in zijn optredens in de rechtszaal. Het was voor hem politiek op een ander podium. Daarom besloot hij ook zichzelf te verdedigen. Waarom zou je je spreektijd aan een advocaat geven als je zélf aan het woord kunt zijn, voor het oog van de wereld?'

Djindjic. Beeld EPA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden