Millers mooiste

Arthur Miller, de grootste Amerikaanse toneelschrijver van de vorige eeuw, blijkt ook een meester van de short story. Jessica Durlacher signaleert juweeltjes in Op zoek naar een toekomst.

In het verhaal 'Roem' in Op zoek naar een toekomst, de bundeling van alle verhalen die Arthur Miller (1915-2005) naast zijn toneelwerk schreef, realiseert Meyer Berkowitz zich niet alleen dat hij alles kan kopen met het fortuin dat hij nu verdient met zijn royalties. Hij wordt hij ook aangestaard en door willekeurige vreemden aangesproken omdat iedereen weet wie hij is: een wereldberoemde toneelschrijver met stukken op zijn naam die op Broadway worden opgevoerd. Hij bevindt zich in een stadium dat hij zijn roem en zijn rijkdom nog als duizelingwekkend en nieuw ervaart, al liggen angst en ergernis over zijn verloren anonimiteit al op de loer.


Dan ontmoet hij een dik gewichtig mannetje dat hem herkent als zijn klasgenoot op high school zonder weet te hebben van zijn huidige status. De man vertelt hem trots hoe succesvol hij is - hij maakt schoudervullingen. Argeloos vraagt hij aan Meyer wat híj doet voor de kost. Als hij vertelt dat hij schrijft vraagt de man wat lacherig en neerbuigend of hij van zijn werk zou kunnen hebben gehoord. En dan, waar Meyer Berkowitz zijn status en roem even daarvoor nog als een last ervoer, slaat hij nu toe, 'met slijm in zijn mond' door te vertellen welke stukken hij schreef, het effect van zijn woorden voorziend. 'Ben jij dé Meyer Berkowitz?' hijgt de man inderdaad geschrokken, waarna hij niet weet hoe snel hij zich uit de voeten moet maken. Berkowitz blijft beschaamd achter, wensend dat hij 'dit verfoeilijke plezier op de een of andere manier weer kon inslikken, wetend dat hij nooit meer zonder zou kunnen.' Het is niet zo moeilijk om Miller in Meyer Berkowitz te herkennen: Miller was op momenten in zijn leven onwaarschijnlijk beroemd. Niet alleen wegens zijn huwelijk met Marilyn Monroe, maar ook echt als toneelschrijver. Het bekendst werd hij door Death of a salesman en The crucible die beide op ontelbare plekken op aarde werden en worden opgevoerd.


En hij schreef ook verhalen. Maar in de inleiding die hij in 1967 schreef bij de bundel I don't need you anymore zegt hij: '... als schooljongen was mijn belangstelling voor boeken aanvankelijk evenredig aan de hoeveelheid dialoog die ik er snel bladerend in aantrof.' De dialoog is zijn medium, zijn voertuig, en toneelschrijven is dan ook veel meer zijn passie dan het schrijven van fictie: 'Alle vormen die wij hebben geërfd - kort verhaal, roman, toneelstuk - zijn een mate van afstand die de schrijver moet bewaren tussen zichzelf en het gevaarlijke publiek dat hij met mooie praatjes en dreigementen moet zien te temmen. De toneelschrijver staat bijna lijfelijk op het podium, oog in oog met het monster; de schrijver van fictie kan zich, hoe schamel zijn dekking ook is, volkomen veilig voelen in dat opzicht, maar hij blijft buiten gehoorsafstand van het applaus.'


Uitgeverij Atlas publiceert onder de titel Op zoek naar een toekomst in een vertaling van Guido Golüke nu alle verhalen en de novelle die Miller tijdens zijn leven schreef in één band. Het is een bonte mix, en het was wel leuk geweest als deze uitgave wat meer achtergrond had geboden en een wat duidelijker verantwoording, al waren het maar de data van verschijning van de diverse verhalen, kris kras door de decennia heen. Nu moeten we het doen met het genoemde voorwoord dat Miller in 1967 schreef waarin hij het schrijven van verhalen nogal oneerbiedig als een soort uitstapjes beschrijft van het echte werk: theater.


Die geringe waardering voor het genre dat hij in dit boek met veel verve beoefent is in vele opzichten zeer onterecht. Er staan een paar echt prachtige exemplaren in, en niet alleen omdat ze samen een soort dwarsdoorsnee te zien geven van een hele eeuw vol diep ingrijpende politieke gebeurtenissen. Miller is een schrijver die de essentie van zijn tijd in alles wat hij schreef bevoelde, betastte en daarmee in zijn werk liet doorklinken: de Depressie, de Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog, het McCarthy tijdperk, het communisme en de val daarvan, maar ook is hij een supersensitief analist van karakters, stemmingen en sferen. Een van de mooiste verhalen vond ik in beiderlei opzicht 'Bankwerker bij nacht', een verhaal dat je voor je ziet als een schilderij van Winslow Homer of Edward Hopper. Het speelt op de werf van de haven van New York tijdens een winter in de tweede wereldoorlog. De sfeer van die werf, in zijn onmetelijke uitgestrektheid, met zijn kou en wind, de geur van de haven, het ijzer, de teer en het smeltend staal, waar de voortdurende toevoer van kapotte torpedobootjagers en vliegdekschepen voor een onoverzichtelijke massa werk zorgt, is alleen al schitterend beschreven, maar het verhaal, de plot, is bovendien enorm ontroerend in zijn onschuld en eenvoud. De streetwise, door de wol geverfde bankwerker Tony Calabrese wenste zich ooit een comfortabel en glamoureus bestaan als dat van Sinatra maar viste door fout op fout te maken tijdens domme malafide handeltjes elke keer naast de jackpot. Bij het vooruitzicht van de grote erfenis van zijn grootvader probeert hij diens gunst te winnen door het leiden van een braaf huiselijk bestaan, het huwen van een saaie vrouw en met een vaste baan op de werf, al is zijn streven daar vooral om zo min mogelijk te hoeven uitvoeren. Dan krijgt hij een onmogelijke opdracht (het lassen van een verbogen bommenrails bij 20 graden onder nul, op een schip dat diezelfde nacht nog moet uitvaren met een konvooi) en hij wil zich drukken, zoals hij dat altijd doet. Maar het feit dat het de kapitein zelf is die hem vraagt, hem serieus neemt, hem vertrouwt, zet deze onbehouwen beer aan het werk. Hij klaart de klus, stijgt puur op wilskracht en inventiviteit boven zichzelf uit, wat hem een vreemd, kortstondig geluk in alle misere bezorgt en ons, lezers, dus ook.


Het opgeven van te grote verwachtingen en idealen is in wel meer verhalen de oorzaak van een gevoel van onverwacht, onsensationeel geluk. Ook in 'Het leven van een lelijke vrouw' duikt zo'n besef van geluk op - na de scheiding van een overdreven socialistische wereldverbeteraar ontmoet de lelijke vrouw een blinde man met wie ze het heerlijk heeft. Als hij al gestorven is, en de vrouw inmiddels weer alleen, luidt de laatste zin van het verhaal: 'Ze stak over toen het groen werd, vervuld van verwondering over haar geluk, dat het haar vergund was om toch nog mooi te worden.' Dat is bevrijding, daarmee wordt alles voor even goed.


Ook in 'Vrijbuiters' is er uiteindelijk sprake van een vaag, zij het van tragiek doordrenkt gevoel van tevredenheid. Het oorspronkelijke verhaal, lang, sfeervol, schimmig, met deze titel, over drie cowboys op paardenjacht in de woestijn, lag ten grondslag aan het filmscript van de film The Misfits (ook van Arthur Miller), het rampzalige project dat het laatste was waarin Marilyn Monroe een rol speelde voor ze van Miller scheidde en zichzelf van kant maakte. Wat je aan dit verhaal overhoudt is een vaag gevoel van triestheid en vergeefsheid - ze vangen de paarden, mooie lieve, bange paarden en een veulen - en beseffen terdege dat ze er weinig aan zullen verdienen omdat ze verkocht zullen worden voor het gewicht van hun vlees. Toch is alles gegaan zoals ze het hadden gepland en ze verzoenen zich met hun miezerige, domme, wrede prestatie.


In het verhaal 'Niet doodmaken, alstublieft' besef je - puur op grond van buitenliteraire aanwijzingen, documentaires, boeken - dat Miller het over zijn toenmalige vrouw, Marilyn, moet hebben. Het is een onschuldig lief verhaal, een gek klein schijfje geluk. Het speelt op een strand waar vissers hun buit aan het binnenhalen zijn. De vrouw van de hoofdpersoon wil erheen en zoekt, als een kind, de geruststelling dat al deze vissen echt zullen worden gebruikt en opgegeten. Om er dan achter te komen dat er ook vissen op het zand liggen die niet worden meegenomen. Die moeten worden teruggegooid, vindt ze en het is haar ernst, heel zware ernst, merkt hij, zodat ze samen alle buiten het net gevallen vissen in de zee beginnen terug te gooien, bezeten. Een eindeloos en smerig karwei. Ook als er maar eentje dreigt te worden vergeten, gooit ze die terug, razend, radeloos. Het eindigt aldus: 'Hij voelde zich reusachtig blij worden dat ze zijn hand naar de vissen had gedirigeerd die nu in zee zwommen omdat hij ze had opgepakt. Nu keek ze naar hem op, als een klein meisje, met die naakte verwondering op haar gezicht, ook al glimlachte ze erbij als een volwassen vrouw. 'Maar nu blijven sommige misschien leven tot ze oud zijn,' zei ze. 'En dan gaan ze dood,' zei hij. 'Maar ze leven tenminste zolang als ze kunnen.' En nu lachte ze als de vrouw die wel wist hoe absurd de dingen kunnen zijn.'


Dat is Marilyn. Ten voeten uit. Heel particulier, maar toch ook weer niet.


Arthur Miller: Op zoek naar een toekomst.

Vertaald door Guido Golüke.


Atlas; 447 pagina's; € 29,95.


ISBN 978 90 450 1907 9.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden