MILJONAIRS OP DE MIN-LIJN

'VERDIENEN sommige mensen in Nederland niet veel te veel?', vroeg ik onlangs aan een vooraanstaand PvdA-Kamerlid. Hij trok me ijlings een donkere hoek van het Kamergebouw in, keek angstig om zich heen en fluisterde: 'Daar gaan wij niet meer over....

PAUL KALMA

Het antwoord is kenmerkend voor het taboe dat in politiek Den Haag op het thema 'hoge inkomens' rust. Wie het aanroert, kan op ontwijkende dan wel emotionele reacties rekenen. 'Een inkomensbeleid voor de bovenkant van de arbeidsmarkt? Een mooi idee', wilde een Kamerlid van Groen Links nog wel kwijt. 'Maar in een open economie is het onbegonnen werk.' En een liberale volksvertegenwoordiger siste mij toe: 'Gún je het die voetballers dan niet?'

Toch zit er een kentering in de lucht. Vroeg of laat zal de verdeling van inkomens en vermogens, die in de jaren zeventig zoveel stof deed opwaaien, weer op de politieke agenda terugkeren. Men kan niet ongestraft blijven bezuinigen en over verlaging van het minimumloon en 'stille armoede' blijven praten, terwijl elders in het land het geld met bakken tegelijk wordt aangesleept.

Dat laatste is niet overdreven. Het aantal miljonairs in Nederland is sterk aan het stijgen. Ook anderszins lijken op inkomensgebied alle remmen los te zijn. President-directeuren van verzelfstandigde of geprivatiseerde overheidsbedrijven (Nederlandse Spoorwegen, KPN) kennen zichzelf gigantische salarisverhogingen toe. Aan topambtenaren en topmanagers worden, na conflicten, astromische afkoopsommen uitbetaald, met als enige toelichting dat dat 'juridisch niet anders kan'.

Maar er is meer. In het bedrijfsleven begint de beloning van (top)managers heel andere vormen aan te nemen dan we gewend zijn. Ze krijgen, bovenop hun salaris, steeds vaker het recht ('optie') om bedrijfsaandelen te kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs. Met deze resultaatgerichte beloning worden ze niet alleen financieel geprikkeld, maar ook afhankelijk van wat aandeelhouders het allermooiste vinden: groei van de winst per aandeel.

Het gaat nu al om zeer aanzienlijke bedragen. De optieregelingen bij acht grote bedrijven zijn, dank zij forse koersstijgingen, inmiddels goed voor 1,5 miljard gulden, aldus NRC Handelsblad van 14 mei. De regeling van Ahold voor 'een beperkt aantal leidinggevende medewerkers' is inmiddels 123 miljoen gulden waard. Toen Vendex vorig jaar naar de beurs ging, leverde dat de hoofddirectie per persoon ruim vijf miljoen gulden op. En uiteraard: belastingvrij.

Waarom mag dat niet, zal de moderne Volkskrant-lezer willen weten? Wat is er tegen grote inkomensverschillen, zolang de laagste inkomens maar op peil blijven? Daar is, op de lange duur, erg veel tegen. Een zekere inkomensongelijkheid is onvermijdelijk en, economisch gezien, ook gewenst. Maar exorbitante verschillen op dit gebied bedreigen de sociale samenhang van een samenleving en bevorderen een cultuur waarin 'graaien, graaien en nog eens graaien' in hoog aanzien staat.

Wie daarop antwoordt dat 'de vrije ondernemingsgewijze produktie nu eenmaal zo in elkaar zit', heeft ongelijk. Die heb je namelijk in soorten. Nederland en andere Westeuropese landen hebben zich tot nu toe, ook economisch, zeer goed weten te redden met het 'Rijnlands model', met gematigde inkomensverhoudingen en een topmanagement dat het bedrijfsbelang in de ruime zin van het woord behartigt. Wat nu dreigt is een ander, anglosaksisch kapitalisme, met maximale winst-per-aandeel en persoonlijke verrijking als belangrijkste drijfveren.

Inkomenspolitiek (échte; niet dat gepruts achter de komma) wordt in die situatie weer belangrijk. Hebben we daar in Nederland de mogelijkheden voor? Er is, om te beginnen, de moelijke, maar begaanbare weg van de belastingheffing. Een forse progressie in de belastingtarieven blijft, wat het neoliberalisme ook beweert, een essentieel kenmerk van een beschaafd land (en wie dat zo nodig wil, moet maar in België gaan wonen).

Verder heeft de vakbeweging hier natuurlijk een taak. Maar er zijn ook minder orthodoxe middelen denkbaar. Als Greenpeace en de Vereniging Milieudefensie de aandeelhoudersvergaderingen van multinationals gebruiken om ze aan hun maatschappelijke verplichtingen op milieugebied te herinneren, dan kan dat op het terrein van de inkomensverhoudingen toch ook gebeuren?

Goeie ideeën hebben hun tijd nodig. Maar ik voorspel dat nog vóór het jaar 2000 de voorzitters van D66, GroenLinks en PvdA, in een gezamenlijke actie, bij de aandeelhouders van Philips of ABN Amro op de stoep staan. Ze zullen een spandoek ontrollen ('Miljonairs op de min-lijn') en, in een ijzig stille zaal, pleidooien houden voor een rechtvaardiger inkomensontwikkeling, van hoog tot laag.

En Wim Kok? Die zal, met de directheid die de mensen in het land dan al jaren van hem kennen, verklaren: 'Ze hebben groot gelijk. Zo kan het niet langer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden