Miljoenenprijs voor goede Afrikaanse leiders

Met een fikse geldprijs wil Afrikaanse miljardair goed leiderschap in Afrika stimuleren...

Als hij een westerse, blanke man was geweest, dan was de kritiek op zijn initiatief ongetwijfeld groot geweest. Maar Mo Ibrahim (60), die zijn miljoenen verdiende met het opzetten van mobiele telefonienetwerken in Afrika, komt zelf van het continent. Daarom werd zijn idee, een geldprijs voor een goede, niet-corrupte Afrikaanse leider, door vrijwel de gehele wereld, met voorop Bill Clinton, Nelson Mandela en Kofi Annan, met open armen ontvangen.

Het is een simpel idee, waarmee de in Soedan geboren Britse miljardair al een paar jaren rondliep. Beloon jaarlijks een democratisch gekozen, niet-corrupte Afrikaanse leider die uitmunt door goed leiderschap, na zijn politieke loopbaan met een geldprijs.

Vijf miljoen dollar voor tien jaar, daarna, zolang hij – of zij – leeft, jaarlijks een bedrag van 200 duizend dollar.

Ja, zegt hij, je mag het zien als een soort pensioen voor Afrikaanse ex-leiders. Een pensioen dat ze normaal gesproken niet zouden ontvangen. Want wat is de Afrikaanse werkelijkheid? Presidenten blijven zitten waar ze zitten als ze eenmaal aan de macht zijn.

De ‘Big Men’ zijn gewend geraakt aan de luxe, aan de paleizen, de grote auto’s, de beveiliging. Treden ze terug, dan valt dat allemaal weg, bovendien zouden ze het slachtoffer kunnen worden van wraakacties van politieke tegenstanders. Dus worden ze niet zelden corrupt, ze sluizen geld weg naar geheime bankrekeningen in Zwitserland of op de Caribische eilanden, voor het geval ze onverhoopt moeten vluchten.

Mo Ibrahim: ‘Hier in het Westen worden politici ná hun politieke carrière rijk. Ze schrijven boeken, bekleden commissariaten, houden lezingen, zijn graag gezien gasten in televisieprogramma’s. Kijk naar Bill Clinton en straks naar Tony Blair als hij terugtreedt. Westerse politici hoeven niet bang te zijn dat ze na hun pensionering aan lager wal raken.’

Mo Ibrahim, in Den Haag voor de jaarlijkse Afrika-dag van de Evert Vermeerstichting, is een kleine, beminnelijke man. Een tevreden pijproker, die tijdens een gesprek geen enkele vraag uit de weg gaat. Alleen namen van mogelijke kandidaten voor de naar hem genoemde geldprijs, waarvan de eerste in september bekend moet worden gemaakt, wil hij niet geven.

Ook na enig aandringen weigert hij rugnummers te geven van zittende Afrikaanse leiders, die voldoen aan de voorwaarden voor de Mo Ibrahim Award for Achievement in African Leadership. Ook over de gespannen situatie in zijn geboorteland Soedan – en Darfur – wil hij weinig kwijt. ‘Er zijn in Soedan problemen, net als in veel andere Afrikaanse landen.’

Hij wil benadrukken dat hijzelf niet bepaalt wie straks de eerste Ibrahim-award gaat ontvangen. Een panel, met onder meer Mary Robinson, ex-president van Ierland, en Martti Ahtisaari, voormalig Fins president, maakt de keuze. Aan de Harvard Universiteit in de VS wordt een jaarlijkse, ‘zeer objectieve’ index gemaakt waaruit af te lezen valt welke Afrikaanse leider zich goed, of juist niet goed, gedraagt. Steekwoorden: economische groei, democratie, gezondheidszorg, mensenrechten, onderwijs, transparantie.

Ibrahim: ‘Good governance, goed leiderschap, is essentieel voor Afrika – daar staat of valt alles mee.’

De cynicus zal Mo Ibrahim vertellen dat het nog moeilijk zal worden een Afrikaanse leider ten zuiden van de Sahara te vinden die geheel voldoet aan al die voorwaarden, en dat de prijs straks wellicht naar de minst corrupte Afrikaanse leider gaat.

‘Het kan best zo zijn dat er jaren zullen zijn dat het comité besluit om, bij gebrek aan goede leiders, geen prijs uit te reiken’, betoogt hij. ‘Dat zal weer een flinke discussie tot gevolg hebben, en ook dat is goed.’ De Afrikaanse zakenman, die schatrijk werd door de verkoop van zijn in Nederland gevestigde mobiele telefoniebedrijf Celtel (dat in vijftien Afrikaanse landen de mobiele telefonie verzorgt), schat dat hij, als de prijs uiteindelijk regelmatig wordt uitgereikt, vele miljoenen dollars per jaar kwijt zal zijn.

De naar hem genoemde prijs keert meer geld uit dan de Nobelprijs. Mo Ibrahim, die al de Afrikaanse Bill Gates werd genoemd, trekt nog eens tevreden aan zijn pijp, en zegt: ‘Ik zou ook een ruimtereis van mijn geld kunnen maken. Is niets voor mij. Nu gaat het geld terug naar het continent waar ik het verdiend heb en krijgt het een goede bestemming. Als ik dood ga kan ik mijn kapitaal toch niet meenemen. Zoals ze in mijn geboortedorp in de Nubische woestijn zeggen: een doodskist heeft geen zakken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden