Militaire junta Myanmar beschuldigt afgezette Aung San Suu Kyi van aannemen steekpenningen

De militaire junta in Myanmar beschuldigt ex-regeringsleider Aung San Suu Kyi van het aannemen van steekpenningen. Het geweld van leger en politie tegen demonstranten neemt intussen steeds ernstiger vormen aan, tot zorg van mensenrechtenorganisaties en de Verenigde Naties.

Demonstranten in Mandalay dragen maandag een foto van ex-regeringsleider Aung San Suu Kyi (rechts). Beeld AP
Demonstranten in Mandalay dragen maandag een foto van ex-regeringsleider Aung San Suu Kyi (rechts).Beeld AP

De vorige maand afgezette Aung San Suu Kyi heeft als regeringsleider steekpenningen aangenomen van een politieke bondgenoot. Het zou gaan om 600 duizend dollar aan cash en goudstaven van een vergelijkbare waarde. Ook de afgezette president Win Myint en enkele kabinetsleden zouden geld hebben getoucheerd.

Die beschuldiging uitte een woordvoerder van het Myanmarese leger, brigadegeneraal Zaw Min Tun, donderdag tijdens een persconferentie in de hoofdstad Naypyidaw. De illegale betalingen uit de jaren 2017 en 2018 zouden zijn opgebiecht door de politieke bondgenoot in kwestie, Phyo Mien Thein, een voormalig bestuurder van de grootste stad Yangon, en nu door een anticorruptiecommissie worden onderzocht.

Geen bewijs

Bewijzen voor de aantijgingen gaf Zaw Min Tun niet. De claim is volgens analisten duidelijk bedoeld om Aung San Suu Kyi en ex-president Win Myint internationaal in diskrediet te brengen. Beiden verkeren sinds coup van 1 februari in hechtenis en werden tot nu toe beschuldigd van minder ernstige vergrijpen.

Win Myint zou vorig jaar ook de nationale verkiezingscommissie hebben verboden klachten van het leger over fraude bij de verkiezingen in november te onderzoeken. Het leger rechtvaardigt zijn coup met de claim dat bij de stembusgang (die door Suu Kyi’s Nationale Liga voor Democratie met overmacht werd gewonnen) fraude is gepleegd, iets wat door de kiescommissie en buitenlandse waarnemers wordt ontkend.

Dodelijk geweld

Leger en politie schieten intussen steeds vaker met scherp bij het indammen van de dagelijkse demonstraties tegen de coup. Op basis van vele getuigenverklaringen en berichten op social media beschuldigde Amnesty International het leger er donderdag van dodelijk geweld in te zetten tegen demonstranten. Volgens de mensenrechtenorganisatie is er in veel gevallen sprake van ‘buitengerechtelijke executies’.

‘Dit zijn geen daden van overbelaste individuele officieren die verkeerde beslissingen nemen’, zei Joanne Mariner van Amnesty. ‘Het gaat hier om commandanten zonder scrupules die al worden verdacht van misdaden tegen de menselijkheid en nu hun troepen en moorddadige methoden in het volle daglicht inzetten.’

Volgens legerwoordvoerder Zaw Min Tun zijn de Myanmarese ordetroepen gedisciplineerd en gebruiken ze alleen geweld tegen ‘rellende demonstranten’ als het niet anders kan. De kritiek van de internationale gemeenschap is gebaseerd op ‘onjuiste aannames’, aldus de brigadegeneraal. De junta huurde deze week de Israëlisch-Canadese lobbyist Ari Ben-Menashe in om haar wereldwijde imago op te poetsen.

Donderdag werden zeker tien mensen gedood bij de straatprotesten. Ooggetuigen rapporteerden zes doden onder de demonstranten in de centrale stad Myaing, een aantal dat lokale medici tegenover persbureau Reuters bevestigden. Vier andere doden vielen in de grootste stad Yangon, Mandalay, Bago en Taungoo.

De VN-Veiligheidsraad veroordeelde het geweld tegen burgers woensdagavond en riep op tot terughoudendheid. Maar de raad kwam door verzet van China, India, Rusland en Vietnam niet tot een veroordeling van de staatsgreep, en vermeed het woord zelfs. Ook kwam het niet tot dreigementen over verdergaande stappen.

Volgens een lokale mensenrechtengroep (de Assistance Association for Political Prisoners) zijn sinds de staatsgreep minstens zestig demonstranten bij protesten gedood. Daarnaast zouden zeker tweeduizend mensen zijn gearresteerd. Volgens legerwoordvoerder Zaw Min Tun zijn woensdag bijna twaalfhonderd mensen vrijgelaten.

Afscheidingsbewegingen

De junta zet intussen een verdeel-en-heerspolitiek in tegen de oppositie. Staatmedia melden dat het Arakan Leger (AA) van de terrorismelijst is gehaald. De etnische afscheidingsbeweging in de westelijke deelstaat Rakhine zou aanvallen op het regeringsleger hebben gestaakt om de gemoederen in het land tot bedaren te brengen. Het AA is een van de meest gevreesde onder de tientallen etnische afscheidingsbewegingen in Myanmar.

Tegelijk waren er donderdag onbevestigde berichten uit de noordelijke deelstaat Kachin dat een andere afscheidingsbeweging, het Kachin Onafhankelijkheidsleger (KIA), een legerbasis had aangevallen en wapens buitgemaakt. Deze week kondigde een andere etnische groep, de Karen Nationale Unie (KNU), aan dat zij gewapende strijders gaat inzetten om de demonstranten te beschermen. Een coalitie tussen de protestbeweging en gewapende etnische afscheidingsbewegingen is de grootste angst van de militaire junta.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden