Opinie

'Militaire interventie in Syrië is geen goed idee'

Een militaire interventie leidt zelden tot vrede en veroorzaakt daarnaast nieuwe problemen. Laten we dus geen leger naar Syrië sturen, betoogt Willemijn Verkoren universitair hoofddocent van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Een verbrande foto van de Syrische president Bashar al-Assad. Beeld afp

Op de opiniepagina's verschijnen met enige regelmaat oproepen om militair te in te grijpen in Syrië. Deze oproepen zijn begrijpelijk, maar getuigen van weinig inzicht in de realiteit van gewapende interventies.

Helaas is de afgelopen jaren gebleken dat deze zelden vrede weten te bewerkstelligen, en dat ze daarnaast tot nieuwe problemen leiden. Interventie lijkt een nobele daad, maar behalve dat interventies zelf ook veel slachtoffers maken - een feit dat vaak over het hoofd wordt gezien - maken zij onvoorziene krachten los. Met wie hebben we eigenlijk precies te maken in Syrië? Wat te doen na de interventie? Niemand die het precies weet.

Afghanistan en Irak zijn nog altijd het toneel van grootschalig geweld. In Libië heeft de interventie van vorig jaar niet alleen het land zelf, maar de hele regio gedestabiliseerd. De huidige dramatische ontwikkelingen in Mali bijvoorbeeld zijn een direct gevolg van de instroom van Toearegs vanuit Libië en van de verspreiding van grote hoeveelheden wapens uit geplunderde Libische wapendepots.

Moet het Westen dan werkeloos toezien terwijl president Assad zijn eigen bevolking uitmoordt? Liever niet. Natuurlijk moet alles op alles worden gezet om hieraan zo snel mogelijk een einde te maken. Een politieke oplossing is vereist, anders heeft een VN- waarnemersmissie geen zin - zoals de aanvoerder van de VN-waarnemers zelf zei.

Onderhandelingen
Nodig hiervoor zijn intensieve onderhandelingen met Assads steunpilaren Iran en Rusland. Met Iran wordt toch al onderhandeld over het mogelijk toestaan van een vreedzaam gebruik van kernenergie. Wellicht kan de steun aan Syrië in deze onderhandelingsagenda worden ingebracht. Rusland wil zijn invloed in de regio niet kwijt, maar nu de Russen zien dat het regime van Assad op zijn laatste benen lijkt te staan ontstaat er rek in de Russische positie. Rusland moet worden overgehaald Assad onder druk te zetten om het geweld te staken en af te treden, in ruil voor de garantie dat Rusland betrokken wordt bij het transitieproces dat daarop volgt.

Daarnaast is voor het Westen een rol weggelegd in het steunen van de geweldloze oppositie in Syrië. Hoewel de ongewapende activisten en demonstranten door de burgeroorlog uit beeld zijn verdwenen, bestaan ze nog steeds. Zij verdienen alle steun.

Helaas bieden deze strategieën geen garantie op succes, en de frustratie van het werkeloos toezien knaagt intussen aan ons allen. Toch lijkt er geen alternatief te zijn. Over militair ingrijpen wordt te gemakkelijk gesproken. Het risico is te groot dat zulk ingrijpen de situatie van de Syrische bevolking alleen maar verergert.

Willemijn Verkoren is universitair hoofddocent en hoofd van het Centrum voor Internationaal Conflict - Analyse en Management (CICAM) van de Radboud Universiteit Nijmegen.


 
In Libië heeft de interventie van vorig jaar niet alleen het land zelf, maar de hele regio gedestabiliseerd.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden