Milieumiljoenen laten honderd bloemen bloeien

In nog geen drie jaar een half miljard te besteden aan de ontwikkeling van technologieën voor duurzaam ondernemen. Succes verzekerd....

OVER TIEN jaar is de personenauto 200 kilogram lichter, waardoor het brandstofverbruik met acht procent is afgenomen. Tegen die tijd staat thuis een micro-warmtekrachtsysteem te snorren dat dertig procent schoner is dan de huidige hoogrendementsketel. En, goed nieuws voor 'waterprins Willem-Alexander', de productie van één zaterdagse Volkskrant kost in 2010 geen tachtig liter water meer, maar slechts één liter.

Tegelijkertijd sturen sensoren in de keuken de afzuigkap aan en weet de 'zelfdenkende oven' precies wanneer de soufflé gaar is. Het voorbakken van patat kost minder energie en water. De stomerij reinigt kleding voortaan met koolzuur. In 2010 is waspoeder gemaakt van chicorei-knollen. Cosmetica en voedingssupplementen bestaan uit micro-algen. Er zijn goedkope zonnecellen beschikbaar en kassen gebruiken geen fossiele energie meer. Ook de chemie is groener. Rubber en weekmakers zijn afbreekbaar en in verf past men handig agro-grondstoffen toe.

En zo gaat het maar door. Pagina's en pagina's beslaat de lijst van wonderbaarlijke vindingen, die op dit moment door kiene onderzoekers worden getest en ontwikkeld. Het zijn geen wereldvreemde Willie Wortels of Chriet Titulaers die in hun garage experimenteren en alles uit eigen zak financieren. Achter het onderzoek gaan klinkende namen schuil als DSM, Shell, Dow en Gasunie. In niches opereren specialistische bedrijven als Paques, ATAG, Gazelle en een keur aan onbekende namen. Een opmerkelijke randvoorwaarde is dat meerdere bedrijven en kennisinstituten met elkaar moeten samenwerken.

Driehonderdvijftig bedrijven en vijftig researchcentra en universiteiten hebben in drie jaar gezamenlijk 250 miljoen gulden aan subsidies gekregen voor zeventig projecten. De gulle gevers zijn de ministeries van Economische Zaken, Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en Milieubeheer. Het programma heet 'Economie, Ecologie en Technologie' (EET). Daarbij dienen bedrijven en kennisinstituten een soortgelijk bedrag te investeren.

In amper drie jaar zit dus in totaal een half miljard gulden in de onderzoekskas. Voor zover bekend is dit het grootste bedrag dat ooit in zo'n korte tijd in milieutechnologie is gestoken. De miljoenen moeten dan ook niets minder dan 'doorbraaktechnologieën' opleveren, waarmee duurzaam ondernemen mogelijk wordt: het realiseren van economische groei terwijl tegelijk de milieuvervuiling afneemt. 'Dubbele winst' is het motto.

Tot nog toe is bij veel bedrijven 'duurzaam ondernemen' niet meer dan iets waaraan lippendienst wordt bewezen of bestaat het uit enkele goedgekozen volzinnen in het jaarverslag. EET wil een grote sprong voorwaarts bewerkstelligen. Wie een filter op een schoorsteen wil plaatsen, komt niet voor subsidie in aanmerking. De door EET aangejaagde technologische innovaties beogen liefst het gehele productieproces op zijn kop te zetten.

Niet steeds producten stukje bij beetje efficiënter maken, maar fundamenteel betere processen ontwerpen, zo heet het. Veel EET-deelnemers, zoals de papier- en textielindustrie mikken daarbij ook op export van de vindingen voor vergelijkbare buitenlandse processen. Binnen vijf tot twintig jaar moeten de projecten marktrijp zijn.

Zonder uitzondering presenteren de onderzoekers hun concepten met verve, maar enthousiasme en bevlogenheid vormen geen garantie voor acceptatie door de markt. Een doorbraak in het lab is nog geen doorbraak op de markt. Het zal niet de eerste keer zijn dat een fraai duurzaam hoogstandje in de la verdwijnt. 'Als een derde van de EET-projecten slaagt, mogen we dik tevreden zijn', meent prof. dr. ir. Leo Jansen, lid van de commissie die de EET-miljoenen verdeelt.

Als Jansens schatting correct is, zullen meer dan veertig projecten nooit werkelijkheid worden. Bovendien is er geen enkele verplichting tot exploitatie van de vinding. 'Als bijvoorbeeld het noodlijdende ATAG failliet gaat - of wordt overgenomen door een buitenlandse apparatenbouwer - kan het onderzoek naar de slimme keuken plompverloren worden stopgezet', beaamt Jansen.

Ook al zal niet elk project slagen, het subsidiegeld is welbesteed, meent dr. ir. Bert Don, adjunct-directeur van TNO Milieu Energie en Procestechnologie in Apeldoorn. 'EET slaagt er namelijk in strategische allianties te smeden tussen partijen die daar op eigen kracht niet toe in staat zijn', constateert Don, die met TNO in veel projecten participeert. Net als Jansen acht Don een slagingspercentage van dertig procent niet slecht. 'Innovatief onderzoek kost nu eenmaal geld. En je moet wel een eerlijke vergelijking maken', zegt Don. 'In het klassieke kruimelwerk van de traditionele subsidieprogramma's haalt evenmin elk project de eindstreep.'

Don voelt het niet als een tekortkoming dat een gerenommeerd instituut als TNO met de EET-miljoenen het netwerk moet verstevigen. 'We verkopen niet zomaar een paar onderzoeksuurtjes. Met EET kunnen we aan echte doorbraak-ideeën werken.'

Hij vindt het ook geen bezwaar dat een bedrijf met een miljardenwinst als Shell door EET wordt gesubsidieerd. 'Bedrijven kijken vaak niet verder dan enkele jaren vooruit, en onderzoeksinstituten zetten vandaag de dag niet zomaar enkele miljoenen weg. Je wordt door je aandeelhouders hard afgerekend op snelle resultaten. In het EET-programma spreiden we samen het risico', zegt Don. 'Juist de participatie van grote bedrijven verhoogt de kans op een geslaagde marktintroductie van baanbrekende research.'

Op het Centrum voor Energiebesparing en Schone Technologie rept directeur ir. Jan Paul van Soest van een Mattheüs-effect. 'In het evangelie van Mattheüs staat: 'Hij die heeft, zal gegeven worden', en zo is het nog steeds', zegt Van Soest. 'Grote concerns kunnen mensen vrijstellen om dit soort subsidies binnen te halen, terwijl kleinere, vaak niet minder innovatieve bedrijven daartoe niet in staat zijn. Die blijven dan achter.'

De kans op marktintroductie van duurzame technologie wordt volgens Van Soest eerder vergroot door de aantasting van het milieu door bedrijven zwaarder te belasten. 'Door milieu en energie duurder te maken zal elk bedrijf meer geld stoppen in milieutechnologie.' De overheid moet niet alleen subsidies uitdelen, maar tegelijk meer markt creëren. 'Nu bestaat het risico dat een mooi energiebesparingssnufje het niet redt omdat het onvoldoende aansluit bij de internationale geliberaliseerde energiemarkt.'

Ook Don van TNO maakt zich daarover zorgen. 'De invloed van het nationale beleid wordt steeds beperkter. Internationale prijsontwikkelingen maken dat goedkope kernenergie uit Frankrijk of bruinkoolenergie uit Duitsland het wint van Nederlandse energie uit wind, zon of biomassa', aldus Don. 'Daarom moeten internationaal ook op politiek niveau afspraken worden gemaakt over prijsontwikkelingen.'

Ook de milieubeweging plaatst kanttekeningen bij EET. 'De overheid mist een visie op duurzaam ondernemen', meent Natuur en Milieu. Zonder te oordelen over de afzonderlijke EET-projecten vindt de organisatie dat de overheid teveel afzonderlijke zaken steunt, zonder dat er sprake is van samenhang. 'Het is teveel 'laat honderd bloemen bloeien', waarbij de markt het maar moeten uitzoeken', zegt ir. Jan Henselmans. 'De overheid stuurt met technologiesubsidies als EET niet vanuit een visie op duurzaamheid, maar vanuit de filosofie 'Nederland Distributieland'. En die gedachte kun je niet bepaald duurzaam noemen.'

Leo Jansen van de EET-adviescommissie meent dat met de groeiende verscheidenheid aan EET-projecten de behoefte aan een samenhangende visie toeneemt. 'We ontkomen niet aan bezinning op de samenhang tussen alle projecten op gebied van bijvoorbeeld zonne-energie', zegt Jansen. De EET-miljoenen zijn in elk geval geen aflaat van het kabinet voor een gebrek aan visie vindt Jansen. 'In nieuwe nota's over het milieubeleid zie je dat de tijd van deeloplossingen voor water-, lucht- en bodemproblemen voorbij is. De toekomst is voor duurzame oplossingen, verankerd in processen en producten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden