Milieuheffingen moeten buiten belastingplan kabinet blijven

In het huidige belastingstelsel leidt belasting op arbeid tot uitstoot van arbeid en vermindering van belastingopbrengsten. Volgens Henk Folmer zal de vergroening in het belastingplan voor de 21ste eeuw hetzelfde effect hebben op de werkgelegenheid....

HET belastingplan voor de 21ste eeuw van Zalem en Vermeend heeft al heel wat discussie losgemaakt. Daarin speelt de 'vergroening' nauwelijks een rol, terwijl dit toch een belangrijk onderdeel van de plannen vormt. Op dit moment wordt al ruim 10 procent ofwel 24 miljard van de belastingopbrengsten uit allerlei milieuheffingen verkregen. Plannen voor verdere vergroening via een verhoging van de energiebelastingen en van heffingen op bestrijdingsmiddelen, kunstmest en water liggen in het verschiet.

De bedoeling van de vergroening is tweeledig. Enerzijds is zij gericht op de bescherming van het milieu doordat de heffingen vervuiling afremmen. Anderzijds bieden de opbrengsten uit de milieuheffingen de mogelijkheid om de loon- en inkomstenbelasting te verlagen waardoor de werkgelegenheid en het welzijn van de burgers worden bevorderd. Het is waarschijnlijk vanwege dit vermeende tweesnijdend zwaard dat vergroening nog tot weinig discussie aanleiding heeft gegeven.

Indachtig het gezegde dat voor niets alleen de zon opgaat, zou de algemene tevredenheid over vergroening toch argwaan moeten opwekken. Laten we nagaan hoe groene belastingen werken. Groene belastingen of milieuheffingen vormen een prikkel voor bedrijven om schonere productiemethoden of goederen te ontwikkelen. Ook kunnen zij aanzetten tot een vermindering van vervuilende consumptie of productie. Met behulp van heffingen kan doorgaans dezelfde milieukwaliteit bereikt worden als met andere instrumenten van milieubeleid, zij het veelal tegen lagere maatschappelijke kosten.

De oorzaak hiervan ligt in de flexibiliteit die heffingen bieden. De manier waarop milieuvervuiling wordt beperkt, wordt in geval van een milieuheffing overgelaten aan het bedrijf of de consument in kwestie, zodat deze de voordeligste oplossing kan kiezen.

Hoe passen de milieuheffingen nu in het nieuwe belastingstelsel? Eén van de grote problemen van het huidige stelsel is dat de hoge belasting op arbeid leidt tot uitstoot van arbeid en uitholling van de belastingopbrengsten. Immers, deze belasting leidt tot een verhoging van de productiekosten waardoor bedrijven genoodzaakt worden op arbeid te besparen.

Het gevolg is dat bij gelijkblijvende overheidsuitgaven, vanwege een kleiner aantal werknemers, een verhoging van de belasting noodzakelijk is, hetgeen tot een verdere uitstoot van arbeid en uitholling van de belastingopbrengsten leidt, etc. Een belangrijke reden voor vergroening is een verbreding van het belastingstelsel te bewerkstelligen, waardoor de uitholling van de belastingen en besparing op arbeid verminderen.

Het is zeer de vraag of met vergroening wel een solide basis voor het belastingstelsel wordt verkregen. De groene belastingen zullen immers een proces van technologische verandering in gang zetten waarbij de belaste goederen en productiemethoden worden vervangen door minder belaste. Zo heeft de heffing op energie er toe geleid dat er steeds energie-zuiniger apparaten worden ontwikkeld.

Ook bestaat de mogelijkheid dat men naar het buitenland uitwijkt. Met de deregulering van de energiemarkt en de verdere integratie in EU-verband nemen de mogelijkheden toe om zwaar belaste, in Nederland opgewekte elektriciteit te vervangen door goedkope Franse atoomstroom. Ook kunnen groene belastingen leiden tot een vermindering van productie en consumptie.

Het gevolg is dat de opbrengsten uit milieuheffingen zullen dalen. Met andere woorden, ook milieuheffingen zijn aan uitholling onderhevig. Sterker, het is vanwege de bescherming van het milieu juist de bedoeling van een milieuheffing dat zij zichzelf uitholt! Uiteraard speelt dit alles niet van vandaag op morgen. Bovendien is volledige uitholling niet de bedoeling en niet te verwachten, omdat er altijd milieuvervuiling zal zijn.

Bovendien is er sprake van een volume-effect dat in een aantal gevallen de verminderde verontreiniging als gevolg van technologische ontwikkeling te niet kan doen. Neem het verkeer waar door het sterk gestegen aantal kilometers het effect van zuiniger motoren verloren gaat. Deze ontwikkelingen kunnen de uitholling van de opbrengsten uit groene belastingen tegengaan of vertragen. Desondanks zal vergroening een proces in gang zetten dat overeenkomsten vertoont met de uitholling van de belasting op arbeid.

Hoe zit het met de werkgelegenheidseffecten van groene belastingen? Weinigen zullen geloven dat een hoge milieuheffing op benzine zal leiden tot bijvoorbeeld de grootschalige vervanging van auto's door arbeidsintensieve rickshaws in Amsterdam. Ook in andere energie-intensieve sectoren zal er niet substantieel meer arbeid worden ingeschakeld, maar zal er gezocht worden naar wegen om de energieheffing te omzeilen, bijvoorbeeld door aankoop van goedkope energie in het buitenland. In het uiterste geval kan bedrijfsbeëindiging het antwoord zijn. Wel zullen arbeidsintensieve sectoren kunnen profiteren van de verlaging van de belasting op arbeid. Als gevolg zal de werkgelegenheid daar kunnen toenemen.

Of deze toename opweegt tegen het verlies aan arbeidsplaatsen in de door milieuheffingen zwaar getroffen sectoren is zeer de vraag. Er moet ook rekening worden gehouden met werkgelegenheidseffecten in allerlei toeleverende en afnemende bedrijven. Daarnaast is van groot belang wat er in het buitenland gebeurt. Indien daar soortgelijke heffingen worden ingevoerd, blijft de schade beperkt. Diverse onderzoeken laten zien dat in de meeste gevallen de werkgelegenheid zal dalen, behalve als de heffingen gering zijn. In dat geval schieten de milieuheffingen hun primaire doel, bescherming van het milieu, voorbij.

Hoe zit het met de algehele verbetering van het welzijn als gevolg van vergroening? Milieu is in onze samenleving een zeer schaars goed en verbetering ervan betekent een verhoging van het maatschappelijk welzijn. Naast deze welzijnsverhoging wordt door de pleitbezorgers van vergroening gewezen op een bijkomend positief welzijnseffect in de vorm van de mogelijke reductie van de loon- en inkomstenbelastingbelastingen uit de opbrengsten van de groene belastingen.

Dit laatste blijkt echter meestal een illusie. De reden is dat een milieuheffing, evenals de loon- en inkomstenbelasting, neerkomt op een reductie van het besteedbaar inkomen. In dit verband is het nog van belang op te merken dat vergroening van het belastingstelsel belangrijke gevolgen voor de inkomensverdeling zal hebben.

Immers, de loon- en inkomstenbelasting zijn (ook in het nieuwe stelsel) progressief van aard. Bij milieuheffingen daarentegen wordt geen rekening gehouden met inkomen: arm en rijk betalen dezelfde heffing per liter benzine. Dit betekent dat milieuheffingen een denivellerend effect hebben. Uiteraard kan dit wel gecompenseerd worden door allerlei toeslagen, zoals een brandstofgeeltje. Maar dat betekent een hoop administratieve rompslomp en staat op gespannen voet met de doelstelling van vereenvoudiging van het belastingstelsel.

Ook op andere terreinen bestaan er misvattingen over vergroening van het belastingstelsel. Een hardnekkig misverstand is dat een streng milieubeleid bedrijven ertoe zal aanzetten massaal naar het buitenland te vluchten. Tijdens de discussie over een energieheffing werd dit argument door het bedrijfsleven in de strijd geworpen. De dreiging dat een aantal bedrijven bij invoering Nederland de rug zou toekeren, heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen dat deze heffing alleen van toepassing is op kleinverbruikers.

Bij de huidige intensiteit van het milieubeleid, waarbij de milieukosten slechts 1 à 2 procent van de totale kosten vormen, is de vrees voor grootschalig vertrek van bedrijven naar het buitenland ongegrond. In vergelijking met andere vestigingsplaatsfactoren zoals de kwaliteit van de arbeidsmarkt, de geografische ligging, sociale en culturele factoren, stellen de kosten van milieubeleid niet veel voor. Uit recent onderzoek blijkt dat minder dan een promille van het totale aantal Nederlandse bedrijven gedurende de afgelopen twee jaar vertrek naar het buitenland vanwege ondragelijke milieulasten heeft overwogen.

Op grond van het bovenstaande valt op de eerste plaats te concluderen dat vergroening een risico voor het milieu en de schatkist inhoudt. Uit een oogpunt van soliditeit van het belastingstelsel dient uitholling van de milieuheffingen beperkt te worden door de heffingen 'laag' te houden. Dit zal echter ten koste gaan van het milieu omdat dergelijke heffingen onvoldoende aanzetten tot beperking van de milieuvervuiling.

Wanneer Vermeend echter zwaar inzet op milieuheffingen is hij nog niet klaar met zijn belastinghervorming en kan hij op korte termijn opnieuw aan de slag. Een volgende conclusie is dat er bij het huidige niveau van milieubelasting weinig redenen bestaan om te vrezen voor een grootschalig vertrek van bedrijven naar het buitenland of voor bedrijfssluiting.

Tenslotte, het is duidelijk geworden dat een milieuheffing een efficiënt en effectief instrument is. Er is geen enkele reden om het op te tuigen met allerlei schijnvoordelen zoals positieve werkgelegenheidseffecten om het op grote schaal in Nederland te gebruiken. Kortom, het kabinet doet er verstandig aan milieuheffingen aan Pronk, Brinkhorst en Netelenbos over te laten en ze buiten zijn belastingplan te houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden