Milieugroepen en bewoners werden overrompeld door plannen techniciBurger kreeg te laat inspraak over dijken

Twee jaar geleden bracht een commissie onder voorzitterschap van de Zeeuwse oud-commissaris van de koningin, Boertien, een rapport uit over de versterking van de dijken langs Rijn, Lek, Waal en IJssel....

MILJA DE ZWART

Van onze Haagse redactie

DEN HAAG

Over versterking van de rivierdijken wordt al decennia gepraat, maar ondernomen is er weinig. De afgelopen week werd de beschuldigende vinger eensgezind uitgestoken naar de milieubeweging. Die zou de buitensporige inspraakmogelijkheden hebben misbruikt. Veiligheid was zo opgeofferd aan landschap, natuur en milieu.

Uit het rapport-Boertien blijkt dat het terugbrengen van de meningsverschillen over dijkversterking tot een kwestie van veiligheid versus milieu een grove versimpeling is. Om te beginnen is het al moeilijk om alle milieubeschermers en actievoerders op één hoop te gooien. Het rapport spreekt over een 'veelheid van meningen'. 'Sommige natuurbeschermers zullen geneigd zijn enig verlies te accepteren, anderen zien het liefst dat de dijk zo onzichtbaar mogelijk wordt versterkt.'

'De wezenlijke achtergrond van de protesten' ligt volgens het rapport-Boertien 'in het feit dat er geen breed aanvaardbare benadering voor (en uitvoering van) de dijkversterking is gevonden'. En tegen die achtergrond noemt de commissie het zelfs logisch dat actiegroepen als Red ons Rivierenlandschap de veiligheidsnormen en de technische uitgangspunten in twijfel trokken. Want dijkgraven, waterschappen en provinciale autoriteiten walsten over de betrokken burgers heen.

Al in 1977 beval een Commissie Rivierdijken aan de burgers in een vroeg stadium te betrekken bij de plannenmakerij voor de dijkverbetering. Maar de commissie-Boertien concludeert in 1993: 'Er wordt slechts in beperkte mate gehandeld in de geest van de Commissie Rivierdijken.'

Het voortouw ligt volgens Boertien bij een werkgroep die vooral uit civiel-technici bestaat. 'Burgers krijgen pas inzicht in het plan nadat de grote lijnen al zijn vastgesteld. De gesloten technische voorbereiding van de plannen en het in een relatief laat stadium betrekken van de burgers, vormen een belangrijke oorzaak voor de beperkte acceptatie van de dijkversterking.'

Dat de burgers pas hun zegje mochten doen nadat de plannen waren gemaakt, is precies waar de schoen is gaan wringen. De vorige minister van Verkeer en Waterstaat, Maij, legde in 1992 in de Eerste Kamer uit waarom slechts één methode van dijkverzwaring werkelijk afdoende is. Het is de methode van verflauwen van het talud aan de rivierzijde en het 'aanbermen' aan de polderzijde. De dijk wordt daardoor niet zozeer hoger, maar wel veel breder - met alle gevolgen van dien voor dijkhuizen, bomen en wielen.

Maij: 'Ik kan vezekeren dat dijken meestal niet doorbreken omdat er hoog water is. Dijken breken meestal door, omdat het water onder de dijk doorsijpelt en de dijk niet breed genoeg is om dat ondergrondse doorsijpelen van het water tegen te gaan. Als het lang genoeg doorgaat, zakt op een goed moment die dijk in elkaar, of er nu hoog water is of niet. Het is een kwestie van chronische ondermijning. Je hebt een bepaalde breedte en zwaarte nodig om die chronische ondermijning te ondervangen. Dat is het grootste gevaar voor dijkval.' In vakjargon heet het proces dat Maij hier beschrijft 'piping' van kwelwater.

Niet alleen Maij had nauwelijks oog voor alternatieven. Burgers die op tekening hun schilderachtige dijkhuisje onder het dijklichaam zagen sneuvelen, kregen in de inspraakprocedure nauwelijks kans meer om te zoeken naar minder rigoureuze methoden.

De commissie-Boertien zegt het wat omfloerst: 'Het genereren van alternatieven gebeurt voor een belangrijk deel in de fase voorafgaand aan het globaal plan. Juist in de fasen waarin meerdere belangen worden betrokken, worden weinig alternatieven meer gegenereerd.'

Tornen aan de procedures is intussen onbegonnen werk: 'De bestaande procedures hebben het karakter van ''rijdende treinen''. Slechts in een zeer beperkt aantal gevallen worden plannen nog terugverwezen naar de opstellers.'

Alternatieven zijn er intussen wel degelijk. Ze luisteren naar namen als kistdammen, kwelschermen en klepkeringen. Ze hebben gemeen dat ze de dijk versterken zonder dat het dijklichaam hoeft uit te dijen. Het kost ook wat meer om zulke landschap- en natuurvriendelijke dijken aan te leggen.

Maar daar zat in 1993 zelfs minister Maij niet mee. Ze beloofde grif 185 miljoen gulden extra uit te trekken voor fraaiere dijkversterking. Iedereen - actievoerders en bestuurders - was immers blij met de conclusies van Boertien? Des te groter het raadsel waarom er in de afgelopen twee jaar nauwelijks iets is gebeurd.

Milja de Zwart

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden