Milieubeweging heeft het heilige vuur verloren

Terwijl het milieu onder grotere druk staat dan ooit, verliezen de grote milieuorganisaties de kern van de zaak steeds verder uit het oog, meent Rik Zakee....

EIND jaren zestig was het er ineens: het besef dat we afgaan op een grauwe wereld van staal en beton, een wereld waarin de natuur plaats moet maken voor wegen en auto's.

De milieubeweging van toen was een protestbeweging. Idealisme, eerzucht en het verlangen een nieuw geluid te laten horen waren voor menigeen reden om er een flink deel van zijn of haar vrije tijd in te steken.

Al in de jaren zeventig begon de klad erin te komen. Veel actievoerders haakten gedesillusioneerd af. De overheid deed kleine concessies en wist door het produceren van enorme stapels bedrukt papier de ideologiediscussie om te vormen tot een procedurediscussie. De subsidies deden hun intrede. Met als gevolg dat degenen die zo betrokken waren bij het onderwerp dat ze er graag geld op toelegden, langzaam maar zeker werden verdrongen door personen voor wie het voornaamste ideaal een leuke baan was.

In de jaren tachtig ging het binnenhalen van zo veel mogelijk subsidies een steeds belangrijker plaats innemen op de agenda's van milieuorganisaties. Ook werd steeds meer tijd ingeruimd voor activiteiten die slechts zeer zijdelings met de oorspronkelijke doelstellingen hadden te maken, zoals het werven van leden. Soms zelfs door het bieden van materiële voordelen: de verkoop van fietskaarten, badlakens, verrekijkers en dergelijke.

De actiebladen van weleer maakten plaats voor vierkleuren magazines met ruime andacht voor de commerciële nevenactiviteiten. Geluiden als 'je moet niet altijd overal maar tegen zijn', 'serieus vind ik geen pré' en 'je moet de mensen niet afschrikken door over zo'n moeilijk onderwerp te vergaderen' werkten niet bepaald stimulerend voor de oude garde.

Een zeer treffend voorbeeld is het volgende. Toen de Haagse natuur- en milieu-organisaties subsidie konden krijgen voor een eigen vergaderruimte, gingen zij vergaderen over welke ruimte dan de voorkeur zou moeten krijgen. De stoelen waren niet aan te slepen. Een bespreking van het streekplan Zuid-Holland West, waaraan toch alle ruimtelijke ingrepen in de eerstvolgende tien jaar werden opgehangen, ging echter niet door: ik was de enige die zich er voor interesseerde.

Fundamentele discussies zijn schaars geworden, in veel gevallen zelfs onmogelijk. Op de jaarvergaderingen van de Vereniging Milieudefensie zijn altijd wel enkele oudgedienden die het heel voorzichtig proberen. Er verschijnt dan al gauw een angstige blik op de gezichten van de betaalde medewerkers, gevolgd door een reactie in de trant van: 'Ja, daar zouden we het eigenlijk eens over moeten hebben. Volgende vraag.'

Intussen staat het milieu onder een grotere druk dan ooit tevoren. Er wordt in een steeds hoger tempo gesloopt, gekapt, platgewalst en gebouwd, steeds meer goederen worden over steeds grotere afstanden getransporteerd en de westerse consumptiedrang krijgt de rest van de wereld steeds meer in zijn greep. Door een cumulatie van effecten dreigt bovendien ook het klimaat te veranderen.

Er is dus meer reden dan ooit om een protestboodschap van de daken te schreeuwen, maar de stuwende kracht die daar voor zou moeten zorgen lijkt helemaal verdwenen. De grote milieuorganisaties hebben nauwelijks oog meer voor de kern van de zaak die hun bestaan rechtvaardigt.

In plaats van er steeds weer op te wijzen dat er rigoureus moet worden gekapt met het bevredigen van de honger naar steeds maar meer, groter, verder en sneller, wordt deze honger blijkbaar als een soort natuurverschijnsel geaccepteerd en sloven de milieuorganisaties zich uit om met varianten op regeringsplannen te komen. Die zijn dan iets milieuvriendelijker, komen meer tegemoet aan de bezwaren van degenen wier woonomgeving in het geding is, maar laten de grote beleidslijn intact.

Het besef dat de wereld eindig is, en dat we niet door kunnen gaan met het volbouwen van de resterende ruimte en het opmaken van grondstoffen, lijkt niet meer aanwezig. De milieubeweging is een politieke stroming geworden die de compromissentaal van de beleidsmakers spreekt, en het als een gegeven beschouwt dat er op de lange duur helemaal geen milieu meer overblijft.

Dat is in ieder geval de indruk die achterblijft na de discussie over enkele plannen die de komende jaren zeer koersbepalend zullen zijn. De discussie over bijvoorbeeld de hoge-snelheidstrein gaat vrijwel uitsluitend over de te kiezen tracé's. De argumenten die worden aangevoerd om de aanleg van de spoorlijn te rechtvaardigen ('anders gaan ze met het vliegtuig') doen sterk denken aan wat degenen te horen kregen die zich destijds in het bos van Amelisweerd hadden verschanst om dit te verdedigen tegen een autoweg: 'Die weg is heel goed voor het milieu, want dan wordt het op andere weg minder druk.'

OOK de alternatieven voor de Betuwelijn, - ondergrondse aanleg, de IJzeren Rijn, meer binnenvaart - gaan er ook allemaal van uit dat de invoer van goederen via de haven van Rotterdam nog flink zal toenemen.

Wat betreft de uitbreiding van Schiphol maakt de Stichting Natuur en Milieu zich erg sterk voor het verdraaien van startbanen en denkt verder nog de geluidsoverlast te kunnen verminderen door vliegtuigen onder een steilere hoek te laten starten en landen en een stukje om te laten vliegen. Zij accepteert echter een verdere groei van het luchtverkeer en alle voorstellen die zij doet betekenen extra energiegebruik en een groter ruimtebeslag.

Willen we de kans op een ingrijpende klimaatsverandering minimaliseren, dan zal het energiegebruik sterk moeten verminderen. Een halvering is nog onvoldoende. Voor Nederland geldt als extra bijzonderheid dat de nationale aardgasvoorraad over een jaar of dertig op is als het verbruik niet wordt teruggeschroefd. Zuinigheid betekent dus ook: wat voor de volgende generaties overlaten.

Een teruglopende druk in het Slochterenveld is wat dat betreft een teken aan de wand. Wat doet echter de overheid? Een opslag bij Langelo aanleggen, gaswinning toestaan in de Waddenzee en het financieel aantrekkelijker maken van boren in de Noordzee, met als argument dat daardoor de bel onder Slochteren wordt ontzien. Langelo maakt duidelijk dat er helemaal niets wordt ontzien: er wordt zo snel mogelijk zo veel mogelijk gas uit de grond gehaald en verkocht.

En wat doet de milieubeweging? Een alternatieve manier van gasopslag bedenken. Niets 'zuinig doen'. Greenpeace vindt zelfs een extra aardgascentrale nodig als de kerncentrale van Borssele dichtgaat. En als het aardgas op is? Steenkool? Het IJsselmeer volzetten met zonnepanelen? Of toch kernenergie?

Als iemand met zijn ogen dicht een drukke snelweg over wil steken, hoeft het niet per se verkeerd af te lopen. Maar zou je die persoon niet uit alle macht proberen tegen te houden? Zou niet hetzelfde moeten gelden ten aanzien van de risico's die we nemen met de belasting van het milieu?

Rik Zakee is statisticus en was jarenlang actief in de milieubeweging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.