Milieubeleid vraagt volgens promovendus om onthaasting

Met haar ontboezeming dat ambtenaren zich meer moeten onthaasten heeft minister De Boer van VROM in de roos geschoten. Dit vindt althans politicoloog J....

Van onze verslaggeefster

Marieke Aarden

AMSTERDAM

'Milieuambtenaren zijn gefixeerd op het halen van beleidsdoelstellingen. Maar analyse en overleg vooraf over de aanpak van milieuproblemen zijn minstens zo belangrijk.' Volgens Eberg verschuiven de milieuproblemen namelijk met grote regelmaat, en daarom is het niet zinvol om maar op één oplossing af te stevenen.

'Oplossingen voor luchtvervuiling leiden tot nieuwe problemen met bodemverontreiniging. Zo leidt het storten en verwerken van resten uit de rookgasreiniging in asfalt of wegophogingen tot vervuiling van de bodem. De groei van het afval neemt af, maar er komen problemen bij omdat bijvoorbeeld batterijen gerecycled moeten worden. Dat vraagt om continu nadenken.'

Die aandacht voor reflecteren op beleid trof de politicoloog aan in de Beierse aanpak van het afvalbeleid. Voor zijn promotieonderzoek (Waste Policy and Learning, uitgeverij Eburon) vergeleek hij doelbewust Nederland en Beieren omdat beide gebieden ongeveer even groot zijn, evenveel inwoners hebben en met dezelfde afvalproblemen hebben te maken.

De Nederlandse overheid is pas tien jaar serieus bezig met afvalbeleid. De verwerking van gevaarlijk afval werd in de jaren zeventig overgelaten aan het bedrijfsleven. 'De overheid had totaal geen kijk op de oplossing van het probleem. Dit leidde tot milieuschandalen zoals Uniser in Moerdijk, waarbij chemisch afval werd geloosd in het water.'

De Duitse deelstaat, die na de oorlog een stormachtige transformatie doormaakte van een overwegend agrarische staat naar een hoogtechnologische industrie- en diensteneconomie, pakte het afvalprobleem al meteen grondig aan. Beieren had als eerste deelstaat een ministerie voor Milieu (1970), een organisatie voor de behandeling van gevaarlijk afval (1966) en een verbrandingsinstallatie voor deze categorie afval (1971). Eberg zoekt de verklaring hiervoor in de fascinatie in Beieren voor milieutechnologie.

Die fascinatie is cultureel bepaald. Milieu wordt beschouwd als een onderdeel van de cultuur, en milieubescherming komt voort uit cultureel conservatisme. Beieren moet blijven zoals het is. 'Umwelt en Heimat zijn haast existentiële begrippen. Het zit veel dieper dan Nederlanders beseffen. Het natuurbeeld is verbonden met het woudlandschap (Wald im Kopf).'

De bestuurders, bedrijven en milieugroepen in Beieren denken min of meer gelijk. Daarom konden ze zich ook eensgezind scharen achter het afvalprogramma dat over een lange termijn van 1960 tot 1980 liep. In de ambtelijke cultuur is het voorzorgprincipe geworteld - voorkomen is beter dan genezen. Ambtenaren moeten aan hoge eisen voldoen en hebben een goede juridische kennis. Ook in de loop van hun carrière schaven ze voortdurend aan hun kennis. De Duitse ambtenarij vindt namelijk dat ze evengoed problemen moet kunnen oplossen als het bedrijfsleven.

In de Landkreisen, de Duitse bestuurslaag tussen stad en provincie, werden samenwerkingverbanden opgericht die het storten en verbranden van afval regisseerden. Waar de ene Kreis te veel van had en de andere te weinig vond uitwisseling plaats. Dit leidde tot een geïntegreerd afvalstoffenmanagement. Het scheiden van afval in fracties gebeurde in Duitsland al midden jaren tachtig. In 1994 werd het gescheiden aanbieden van gft-afval (groente-, fruit- en tuinafval) in Nederland pas verplicht. In Duitsland kregen mensen een opleiding tot afvalconsulent, en daarna kwamen ze bij de gemeente terecht als vrijwilliger.

'Nederland is een intensief gecultiveerd land. De ligging aan zee vormde de basis voor een transito-economie met zware industrie. De Nederlandse cultuur is sterk doordrongen van commercie en calvinisme, maar ook met een traditie van pragmatische tolerantie. Er heerst verdeeldheid en verdraagzaamheid. Er is geen hechte bureaucratie in Nederland, en er wordt eindeloos onderhandeld voordat een politiek besluit wordt genomen. Dat ademt dan altijd de geest van het compromis. Het natuurbeeld is verbonden met de eeuwige strijd tegen het water. Pure natuur is er niet meer, en het milieu wordt beschouwd als een onderdeel van de economie. Opruimen en schoonmaken zijn overgeleverde calvinistische mores.'

In het Nederlandse afvalbeleid heeft dit geleid tot een vreedzame coëxistentie van bestuur, ambtenaren, bedrijven. 'Economische continuïteit staat hoger genoteerd dan duurzame ontwikkeling. In het moderne Beieren gaan politieke stabiliteit en een politiek culturele pluriformiteit in het overheidsbeleid hand in hand. Dit heeft geleid tot economische continuïteit én duurzame ontwikkeling. Als afgeleide daarvan kon Beieren een voorloper op het gebied van milieumanagement worden en kan het zelfs als bakermat worden beschouwd van het beleidsconcept van ecologische modernisering.'

Het is moeilijk om het afvalbeleid van een ander land over te nemen, concludeert Eberg. Het beleid komt immers voort uit een traditie. Nederland kan wel leren van de Beierse aanpak, en meer reflecteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden