Essay Wet van Godwin

Mike Godwin verklaart de Wet van Godwin: wees wel bedachtzaam, verwijs niet lichtzinnig

Beeld Rhonald Blommestijn

De Wet van Godwin is nooit bedoeld geweest om vergelijkingen met Hitler en de nazi’s taboe te verklaren, schrijft de bedenker, Mike Godwin. Wees wel bedachtzaam, verwijs niet lichtzinnig.   

Elk jaar rond deze tijd wijst iemand me erop dat de organisatie Bits of Freedom de Godwin-lezing organiseert ter ere van Bevrijdingsdag in Nederland. Al die lezingen zijn ongetwijfeld heel goed, als ze tenminste van de kwaliteit zijn als die van mijn vriend Cory Doctorow een paar jaar geleden. Die heb ik live kunnen volgen via internet. Natuurlijk ben ik ver­eerd dat mijn naam verbonden is aan een jaarlijkse lezing over mensenrechten.

Toch is die eer een beetje twijfelachtig, door de manier waarop Bits of Freedom de lezing omschrijft: ‘De Godwin-lezing is vernoemd naar de Wet van Godwin, die stelt dat ­iedere onlinediscussie uiteindelijk uitmondt in een discussie over de Tweede Wereldoorlog. Bits of Freedom wil het ­taboe op het ‘doen van een Godwin’ doorbreken.’

Laat ik duidelijk zijn: de Wet van Godwin kent geen enkel taboe. Ik zal niet ­beweren dat ik in het bijzonder bevoegd ben om voor te schrijven hoe de Wet van Godwin moet worden opgevat door Bits of Freedom, Nederlanders in het algemeen of wie dan ook, maar op basis van eigen ervaring – als de man die bijna dertig jaar geleden de Wet van Godwin heeft bedacht – kan ik wel met zekerheid zeggen dat mijn Wet nooit bedoeld is geweest om iemand ervan te weerhouden zinvolle vergelijkingen te maken tussen actuele gebeurtenissen en gebeurtenissen uit de vorige eeuw die worden geassocieerd met Hitler, de nazi’s of de Holocaust.

Retorische dooddoener

Wat is de Wet van Godwin dan wel? In zijn oorspronkelijke vorm stelt de Wet: ‘Wanneer een onlinediscussie enige tijd duurt, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met Hitler of de ­nazi’s de waarde één.’ Deze formulering is opzettelijk pseudowetenschappelijk om de associatie op te roepen met de Tweede Wet van de Thermodynamica en het onvermijdelijke verval van natuurkundige systemen naarmate de tijd voortschrijdt. Ik wilde daarmee aangeven hoe het peil van onlinediscussies na verloop van tijd daalt, en dat ons oordeel over hoe monsterachtig de nazi’s echt waren door de tijd kan worden aangetast.

In de jaren tachtig was ik een computerhobbyist die ‘bulletinboards’ gebruikte, forums waarop plaatselijke gemeenschappen via de telefoonlijn contact konden leggen. Het viel me op hoe vaak er tijdens verhitte discussies vergelijkingen met Hitler of de nazi’s opdoken, meestal als een soort retorische dooddoener om woede uit te drukken, of minachting voor de discussiepartner. Toen ik rechten ging studeren, kon ik een gratis internetaccount krijgen. Op het wereldwijde web bleken veel meer zwaar overdreven vergelijkingen met Hitler en de nazi’s voor te komen.

‘Ik denk dus dat de Wet van Godwin niet zozeer toe is aan een update of aanpassing, maar gewoon beter moet worden begrepen.’ Beeld Rhonald Blommestijn

Al tijdens mijn studie was ik gefascineerd door een bepaald juridisch probleem: wat gebeurt er wanneer een natie zich weliswaar aan haar eigen wetten houdt, maar zich zo monsterachtig gedraagt dat andere naties en uiteindelijk de geschiedenis zelf zich gedwongen zien haar te veroordelen? Ik dook in de geschiedenis van de nazibeweging en las veel Holocaust­verhalen, waaronder Primo Levi’s aangrijpende Is dit een mens. Ik voelde me steeds ongemakkelijker bij het gebrek aan verband tussen wat ik over het Derde Rijk las en hoe mensen naar die tijd verwezen in onlinediscussies.

Kon ik iets doen aan de kloof tussen die gratuite praat en de schrijnende verslagen? Ik was geen ooggetuige en ook geen beroepshistoricus, maar ik wist wel het een en ander van geschiedenis. En ik wist genoeg van wetenschap om mijn afkeer van deze bagatelliserende vergelijkingen als een natuurwet te formuleren. Daarom stelde ik de Wet van Godwin op als een pseudowiskundige waarschijnlijkheid, bijna als een natuurwet. Ik wilde aangeven dat de meeste mensen die de nazi’s ter sprake brachten in een discussie over bijvoorbeeld wapenwetten, niet nadachten en zich niet onafhankelijk opstelden. De Wet van Godwin werd al snel steeds bekender in die begintijd van grootschalige toegang tot internet. Internetgebruikers die een slecht onderbouwde, zwaar overdreven verwijzing naar de nazi’s of de Holocaust zagen, riepen de verantwoordelijken tot de orde door te zeggen dat hun zwakke argument een bewijs (of soms een ‘schending’) was van de Wet van Godwin.

Minder flexibel

Voor de duidelijkheid: de Wet van Godwin is niet mijn eigendom en niemand heeft mij tot hoeder ervan benoemd. Uiteraard heb ik wel een mening over hoe er tegenwoordig vaak een beroep op wordt gedaan. De Wet van Godwin wordt geregeld veel minder flexibel en minder bruikbaar geïnterpreteerd: namelijk zo dat telkens als iemand iets actueels vergelijkt met nazi’s of Hitler, dit betekent dat de discussie gesloten is of dat diegene het pleit heeft verloren. Ook wordt de Wet soms gebruikt (in een gemakzuchtige omkering) om te suggereren dat iedereen die een vergelijking met nazi’s of Hitler maakt, op de een of andere manier de Wet heeft ‘overtreden’ en daarmee heeft laten zien dat hij of zij niet heeft begrepen waarom de Holocaust zo uitzonderlijk gruwelijk was.

In de VS is, niet geheel ten onrechte, naar de Wet van Godwin verwezen in ­reactie op het immigratiebeleid van de regering-Trump, dat heeft geleid tot het traumatiserende scheiden van immigranten in spe van hun kinderen. De onnodige wreedheid van dit beleid is niet alleen glashelder, maar dient ook duidelijk een doel – onze overheid gedraagt zich zo wreed om vluchtelingen te ontmoedigen. Het kwam dan ook niet als een verrassing dat de oud-directeur van de CIA en de NSA, Michael Hayden, in juni vorig jaar op Twitter de vergelijking trok tussen dit beleid en hoe de nazi’s kinderen behandelden in de Duitse concentratiekampen (ook een voorbeeld van opzettelijke wreedheid als beleid).

De vergelijking is toepasselijk, maar heeft tot voorspelbare reacties van sommige critici geleid: zij vinden dat de discussie is ontspoord met als triviaal ­argument dat hoewel het verschrikkelijk is om kinderen te scheiden van hun ­ouders (en ze soms uit het oog te verliezen of het ouders onmogelijk te maken contact te zoeken, of die kinderen zelfs een troostende arm te ontzeggen), het nog lang niet zo verschrikkelijk is als wat de nazi’s hebben gedaan. Of niet zo slecht als de slavenhandel. Of niet zo slecht als wat de expansie naar het westen heeft betekend voor de oorspronkelijke bewoners van Amerika.

Verdriet

Het doet me verdriet om mijn naam in veel van die discussies tegen te komen. Dat ik de Wet van Godwin heb uitgelegd op de website van het ­Holocaust Memorial Museum en elders, heeft niet geholpen. Sommige critici ter linkerzijde hebben mij verweten dat ik terechte vergelijkingen met de Holocaust of eerder begane gruwelen onmogelijk heb gemaakt. Sommigen ter rechterzijde beschuldigen mij van politieke correctheid omdat ik op Twitter heb gezegd dat het prima is om de blanke nationalisten die in 2017 in Charlottesville tekeergingen met nazi’s te vergelijken. Volgens mij waren het vooral mensen die graag nazi’s wilden ‘spelen’, want ze probeerden stoer te doen door zich in provocerende kostuums te hullen.

Maar goed, het hele idee achter de Wet van Godwin is ervoor te zorgen dat we ons voldoende bewust zijn van de geschiedenis om steekhoudende vergelijkingen te maken – soms ook met Hitler of de nazi’s, natuurlijk – waarover goed is nagedacht. Die vergelijkingen zullen soms toepasselijk zijn en in die gevallen mag de Wet nooit worden gebruikt om het gesprek te beëindigen, maar juist om het gesprek op gang te brengen.

Laat ik hier dus een ander gesprek op gang brengen. Neem het argument dat de behandeling van asielzoekers, inclusief kinderen, aan de Amerikaanse grens niet zo monsterlijk is als geïnstitutionaliseerde genocide. Dat moge zo zijn, maar het is niet bepaald een sterk argument. Ook het (onoprechte) argument dat de regering alleen maar de immigratiewetten handhaaft, lijkt verdacht veel op ‘Befehl ist Befehl’. Dat is een verweer dat in de jaren veertig al niet opging, en nu nog steeds niet.

De kiemen van toekomstige verschrikkingen zijn soms al zichtbaar in de eerste stappen die een overheid zet in het institutionaliseren van wreedheid. In zijn boek Lingua Tertii Imperii (De taal van het Derde Rijk) uit 1947 beschrijft Victor Klemperer hoe hij bij het begin van het nazibewind ‘nog zo gewend was om in een rechtsstaat te leven’ dat hij zich geen voorstelling kon maken van de verschrikkingen die zouden komen. ‘Ongeacht hoe veel erger het ook nog zou worden’, voegde hij eraan toe, ‘alles wat later zou opkomen aan nationaalsocialistische opvattingen, daden en taal was al in embryonale vorm te zien in die eerste maanden.’

Beter begrijpen

Ik denk dus dat de Wet van Godwin niet zozeer toe is aan een update of aanpassing, maar gewoon beter moet worden begrepen. Het is nog steeds een hulpmiddel om misleidende vergelijkingen met het nazisme te detecteren, maar ook om terechte vergelijkingen te herkennen. En soms kunnen vergelijkingen de eerste symptomen van afschuwwekkende ‘opvattingen, daden en taal’ tijdig onderkennen, voordat de samen­leving echt de ziekte in het lijf krijgt.

Haal de Wet er dus gerust bij als u denkt dat een of andere vergelijking met de nazi’s ongegrond, onnodig opruiend of zwaar overdreven is. Maar de Wet van Godwin is nooit bedoeld geweest om ons ervan te weerhouden te protesteren tegen het tot beleid maken van wreedheid, en tegen de harteloosheid van functionarissen die beweren dat ze alleen maar de wet uitvoeren. En al helemaal niet om onze leiders te beschermen tegen een draai om de oren als ze weer eens onwaarheden als feiten proberen te verkopen. Dergelijk verontrustend gedrag – waar te nemen bij figuren als Trump, Poetin, Duterte, Orbán, Salvini en Bolsonaro – is misschien niet direct een voorbode van een nieuw Reich, maar ik maak me toch zorgen dat het de ‘embryonale vorm’ zou kunnen zijn van een verschrikking waarvan we hoopten dat die achter ons lag.

Heeft de Wet van Godwin geleid tot een afname van foutieve vergelijkingen met Hitler, de nazi’s of de Holocaust? Niet dus. Kijk maar eens bij de media die u meestal raadpleegt en u zult zien dat hitlervergelijkingen een bloeiend bestaan leiden. Toch denk ik dat mijn vondst alle internetgebruikers de mogelijkheid biedt om kritisch na te denken over lichtzinnige verwijzingen naar de nazi’s of de Holocaust.

Voor de duidelijkheid: ik ben niet van mening dat elk rationeel debat ophoudt zodra de nazi’s of de Holocaust ter sprake komen, maar het doet me plezier dat mensen de Wet van Godwin nog steeds gebruiken om elkaar tot een bedachtzamere argumentatie te dwingen. De beste manier om een toekomstige Holocaust te vermijden is volgens mij niet het vermijden van Holocaustvergelijkingen. We kunnen er beter voor zorgen dat zulke vergelijkingen betekenisvol zijn en hout snijden. En het doet me altijd deugd als meer mensen boeken over de geschiedenis lezen.

Als de Wet van Godwin een positief effect heeft – en het bestaan van de Godwin-lezing duidt daar indirect op – dan hoop ik dat we onze oppervlakkige retorische cultuur kunnen omvormen tot een bedachtzamere, meer historisch bespiegelende omgeving.

Het enige waarover we niet sceptisch moeten zijn, is ons recht, of zelfs onze plicht, als gewone mensen, om internet en andere hulpmiddelen van het digitale tijdperk te gebruiken om onze zogeheten leiders ter verantwoording te roepen en de feiten te checken. En, uiteraard, als u denkt dat mijn internetexperimentje een bedachtzame discussie eerder belemmert dan bevordert, wees dan vooral ook kritisch op de Wet van Godwin.

Vertaling: Leo Reijnen

Mike Godwin (1956) is een Amerikaanse jurist en schrijver. Hij is lid van de raad van bestuur van de ­Internet Society en voormalig hoofd juridische zaken van de Wikimedia Foundation. Voor het R Street Institute houdt hij zich bezig met technologie en innovatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.