Reportage Mijnbouw

Mijnbouwbedrijven gaan minder makkelijk vrijuit dankzij de nieuwe Responsible Mining Index

Kinderen spelen voor de koperfabriek en mijnen van Glencore en Kankoyo (Zambia) eerder dit jaar. Beeld Kadir van Lohuizen/NOOR

Nieuwe duurzaamheidsindex dwingt multinationale mijnbedrijven tot openheid over belastingontwijking en werkomstandigheden in vooral Afrikaanse landen.

In Zuid Afrika kwamen dit jaar al meer dan twintig mijnwerkers om bij verschillende incidenten in goudmijnen van steeds hetzelfde bedrijf: Sibanye-Stillwater. In Zambia wordt het drink- en grondwater al jaren vervuild door de kopermijnen van Vedanta en Glencore. In Eritrea zou een Canadees bedrijf zich schuldig maken aan dwangarbeid en marteling. Onlangs besloot het Hooggerechtshof in Canada dat het bedrijf, Nevsun Rescources, zich voor de rechter moet verantwoorden.

De Canadese rechtszaak vormt een kleine overwinning voor mensenrechtenorganisaties die al jaren proberen de misstanden in de mijnbouwsector internationaal op de agenda te zetten. Die lijst met misstanden is eindeloos: van dwangarbeid, milieuvervuiling, kinderarbeid, belastingontwijking en landroof tot de financiering van rebellengroepen en de zelfverrijking van de presidentiële families in landen als de Democratische Republiek Congo (DRC). Mijnbouwbedrijven kunnen schijnbaar ongestoord hun gang gaan.

Langs de meetlat

De nieuwe Responsible Mining Index brengt hier mogelijk verandering in. Op deze ranglijst, die eerder deze maand in Den Haag is gepresenteerd, zijn de dertig grootse mijnbouwbedrijven ter wereld langs de meetlat gelegd. Zij exploiteren samen 800 mijnen in een veertigtal landen. Het eindoordeel is op basis van de 73 getoetste criteria zoals verwacht belabberd: ‘Het is nog altijd slecht gesteld’ met de arbeidsomstandigheden, veiligheid en mensenrechten. Slechts 30 procent van de bedrijven voert überhaupt beleid om mensenrechten te waarborgen.

‘En dat is alleen nog op papier’, zegt Maria van der Heide van ActionAid die zich al jaren inzet voor de verbetering van mensenrechten in de sector. ‘De index biedt ons een schat aan nieuwe informatie die al onze vermoedens bevestigt. Op de hoofdkantoren van deze multinationals worden goede initiatieven getoond, maar ter plaatse in de verre landen waar de grondstoffenwinning plaatsvindt,  wordt er niets geïmplementeerd of gerapporteerd. Lokale gemeenschappen en werknemers hebben in de praktijk geen stem in de mijnbedrijven.’

‘Daar wringt precies de schoen’, beaamt Isabelle van Notten, medeoprichter van de nieuwe index die op initiatief van Nederland is ontwikkeld. ‘Blijkbaar bewegen bedrijven onvoldoende zonder stok achter de deur. De index spoort bedrijven aan informatie openbaar te maken over wat zich afspeelt op het niveau van de mijnen. De informatie was gewoon niet voor handen maar dankzij de index zullen beleggers erom vragen. Beleggingsanalisten hangen nu al aan de telefoon bij mijnbouwbedrijven.’

De druk moet van beleggers en opkopers van ruwe grondstoffen komen, denkt ook Van der Heide van ActionAid. ‘De consument staat te ver af van mijnbouw. Het is makkelijk om ‘eerlijke’ koffie of goud te verkopen, maar voor een zak gecertificeerde tin of koper krijg je de consument niet zo snel in beweging.’ Weinig mensen zijn zich ervan bewust dat mobiele telefoons, spelcomputers en accu’s er niet zouden zijn zonder de zeldzame ertsen als coltan en kobalt uit de mijnen in de Democratische Republiek Congo.

De vraag naar deze grondstoffen zal in de toekomst alleen maar verder toenemen door de overgang naar schone energie: ook windmolens en batterijen voor elektrische auto’s en zonne-energie draaien op deze mineralen en metalen. ‘De energietransitie maakt de behoefte aan transparantie alleen maar groter’, vindt Van der Heide. ‘Juist als het gaat om duurzaamheid wil je zeker weten dat het in de hele keten goed zit. Het kan niet zo zijn dat de prijs voor ‘onze’ vergroening in ontwikkelingslanden wordt betaald.’

 De duistere jacht om kobalt uit Congo

In Congo wordt al decennia gestreden om de rijkdom aan delfstoffen. Lokale milities vechten om de exploitatie van vooral artisanale diamant- en goudmijnen waarbij vaak kinderen worden ingezet als mijnwerkers of soldaten en waarbij dorpelingen worden geterroriseerd. Omdat de regering zwak en corrupt is, heerst in grote delen van het land wetteloosheid en kunnen strijdende partijen hun gang gaan. Daarnaast vechten de grote internationale mijnbouwbedrijven om de concessies voor de zeldzame mineralen die onze technologische revolutie mogelijk maken.

De prijs voor kobalt bijvoorbeeld - een onmisbaar ingrediënt in batterijen voor elektrische auto’s en mobiele telefoons en daarom wel het ‘blauwe goud’ genoemd – is door de enorme vraag geëxplodeerd. Congo zelf profiteert nauwelijks van de rijkdom aan delfstoffen. De winsten gaan naar de buitenlandse bedrijven die de concessies in handen hebben, waaronder de omstreden Zwitserse mijngigant Glencore.

Begin deze maand verloor het bedrijf in een klap 5 miljard dollar aan beurswaarde toen bekend werd dat het Amerikaanse ministerie van Justitie een onderzoek start naar mogelijke omkoping en witwaspraktijken in Nigeria, Congo en Venezuela. Groot-Brittannië, waar Glencore aan de beurs genoteerd staat, kondigde in mei al aan onderzoek te doen naar corruptiepraktijken in Congo. Het bedrijf zou via de Israëlische miljardair Dan Gertler, die bevriend is met de Congolese president Joseph Kabila, voor een habbekrats concessies hebben verkregen. De winst zou via schimmige belastingconstructies terecht zijn gekomen in de zakken van Gertler en de familiebedrijven van Kabila.

Gertler, die groot is geworden in de diamanthandel, staat inmiddels op de Amerikaanse sanctielijst van personen en bedrijven die verdacht worden van mensenrechtenschendingen en corruptie. Uit een al ouder VN-onderzoek uit 2013 naar vijf concessies van Gertler in Congo blijkt dat hij hiervoor ‘slechts’ 295 miljoen dollar betaalde, terwijl de waarde 1,6 miljard dollar bedroeg. De staatskas van Congo liep hiermee alleen al 1,35 miljard dollar mis, waarschijnlijk een topje van de ijsberg.

Kobalt. Beeld RV

Wetten

De misstanden in de mijnbouwsector drongen eind vorige eeuw door tot de westerse consument toen bekend werd dat rebellengroepen in de burgeroorlogen in Angola, Sierra Leone en Congo zich bewapenden dankzij de illegale exploitatie van de diamantmijnen. Er kwam een verbod op de handel in deze zogeheten ‘bloeddiamanten’ en tientallen landen, waaronder de EU-lidstaten,  ondertekenden het zogeheten Kimberley Process, een samenwerkingsverband om de handel te reguleren.

In 2010 werden ook andere ‘conflictmineralen’ – tin, wolfraam, tantalum en goud - op de agenda gezet door de Amerikaanse Dodd-Frankwet. Die verplichtte beursgenoteerde bedrijven zoals Intel en Apple om te onderzoeken of hun mineralen niet uit conflictmijnen in Congo of de omringende landen kwamen. Terwijl de nieuwe Amerikaanse president Trump vorig jaar aankondigde juist een streep door de wet te willen halen, nam de EU vergelijkbare wetgeving aan die bedrijven verplicht tot ‘due dilligence’ – gepaste zorgvuldigheid – door de hele importketen van ruwe grondstoffen.

Op beide wetten is veel kritiek gekomen. Na de introductie van de Dodd-Frankwet  meden de grote internationale techbedrijven Congo-Kinshasa. Als gevolg schoot de export van mineralen uit buurland Rwanda omhoog.  Aannemelijk was dat die nu illegaal uit Congo via Rwanda op de  internationale markt werden gebracht aangezien dat land niet ineens meer mineralen kon ontginnen. De wet zou zo dus juist illegaliteit en wetteloosheid in de hand werken. 

De Europese wetgeving is volgens critici vooral te beperkt. De inspanningsverplichting geldt alleen voor de importeurs van de vier grondstoffen, niet voor de inkopers van producten waarin de mineralen zijn verwerkt zoals in de Amerikaanse wet. ‘In Nederland vallen dus maar enkele tientallen bedrijven onder de wet. De grote merken en bedrijven vallen er buiten’, zegt Van der Heide.

Prestatie

De Responsible Mining Index is daarom een belangrijke aanvulling, legt Van Notten uit. ‘We geloven niet in naming and shaming. We vinden het effectiever om bedrijven te laten zien hoe zij presteren ten opzichte van hun concurrenten. Dat leidt vanzelf tot betere rapportages en verantwoording.’ 

Veel scores in de eerste meting zijn gegeven op basis van gebrek aan informatie, zegt Van Notten. ‘We verwachten dat bedrijven bij de volgende meting over twee jaar meer informatie zullen overhandigen. Al is het maar onder druk van beleggers en het maatschappelijk middenveld.’

De hoop is ook dat de index bijdraagt aan financiële transparantie. Ondanks tal van internationale richtlijnen worden winsten nog steeds weggesluisd uit de landen waar de grondstoffen worden gewonnen. ‘Ons uitgangspunt is dat de ontginning ten goede moet komen van de landen zelf’, aldus Van Notten. ‘Van de dertig bedrijven uit onze index zijn er veertien geregistreerd in Nederland. Ze hebben hier geen hoofdkwartieren, noch mijnen. Dat kan dus alleen om fiscale redenen zijn. Ik zou zeggen: duik daar eens in.’

Vervuilende kopermijnen in Zambia ontlopen rechtsgang

Het leek een kleine overwinning voor de 1.800 boeren in Zambia die al jaren lijden onder de giftige chemicaliën die de Konkola Kopermijn over hun land en in het water laat weglopen. Eind vorig jaar besloot de rechter na jaren juridisch getouwtrek dat ze het Britse moederbedrijf Vedanta Resources in Groot Brittannië voor de rechter mogen slepen. Vedanta had altijd volgehouden dat zij niet aansprakelijk konden worden gehouden voor de activiteiten van hun dochterondernemingen in verre buitenlanden.

Lang duurde de vreugde niet: Vedanta kreeg afgelopen maart toestemming om de beslissing in hoger beroep ongedaan te maken. Tegen het juridische schild van de grote mijnbedrijven zijn de straatarme dorpelingen niet opgewassen. Te verwachten valt dat de aansprakelijkheidskwestie nog jaren voortsleept terwijl de milieuvervuiling ongestoord doorgaat.

Ook Glencore moest zich in Zambia verantwoorden voor de milieuschade die de Mopani-kopermijn veroorzaakt. Even was er hoop toen het bedrijf schuldig werd bevonden voor de dood van een politicus als gevolg van de inademing van zwaveldioxide. Maar voor de milieuclaims van de dorpelingen is Glencore tot nog toe immuun gebleken. Bij de verwerving van de Mopani-mijn in 2000 heeft Glencore met de Zambiaanse regering afgesproken dat ze gevrijwaard zou blijven voor eventuele milieuclaims.

Mijnbedrijven kunnen de rechtsgang vaak ontlopen omdat ze dergelijke afspraken hebben gemaakt met overheden of omdat de desbetreffende landen het niet zo nauw nemen met mensenrechten of het klimaat. Daarom proberen mensenrechtenorganisaties die het opnemen voor de belangen van werknemers of omwonenden de bedrijven steeds vaker voor de rechtbank in het thuisland te krijgen, waar strengere - westerse - wetten gelden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.