Mijn zoon was een IS-strijder

Het verdriet van de achterblijvers

Hun man, zoon, dochter of zus was opeens weg. Naar Syrië. Bij de achterblijvers strijden spijt, schaamte, onbegrip en angst om voorrang.

Beeld Najib Nafid

Toen dat mysterieuze nieuws naar buiten kwam over de mogelijke executie van acht Nederlandse jihadstrijders in de Syrische plaats Ma'dan, in maart van dit jaar, schoot vader Mohammed weer in een kramp. Zijn zoon, ook een Syriëganger, is al twee jaar dood. Maar Mohammed beleefde alles weer opnieuw. De angst, de tergende onzekerheid, dat telefoontje dat binnenkwam zeven maanden na zijn vertrek.

'Er werd gebeld met het toestel van mijn zoon. Door een van de twee kameraden met wie hij was vertrokken. Mijn oudste zoon was thuis, met een neef. Hij nam op. Eindelijk mijn broertje aan de lijn, dacht hij. 'Ik moet je wat vertellen', zei de kameraad. Het was op een zaterdagmiddag, februari 2014. Mijn oudste heeft het nieuws tot de volgende ochtend voor zich gehouden. Toen ontplofte een bom in ons leven. Alsof we in een horrorfilm zaten. Zijn hele leven kwam langs, vanaf zijn geboorte. Ineens was hij weg, zonder dat we afscheid konden nemen. We hadden geen gelegenheid gekregen sorry te zeggen over zaken die verkeerd zijn gelopen. We hadden zo graag willen zeggen: je bedoelde het goed.'

Dat vage nieuws over de acht executies moet paniek hebben gezaaid bij achtergebleven families, wist Mohammed. Hij kon zich inleven in hun ontreddering, hun eenzaamheid. Hij heeft het hele proces doorlopen, van het onaangekondigde vertrek, het zoeken naar antwoorden, het schuldgevoel. Wat heb ik gemist? Wat heb ik verkeerd gedaan? Elke vraag roept tien nieuwe op. 'Ik heb contact opgenomen met de ouders van de twee vrienden van mijn zoon, die nog in leven zijn. Ze konden tegen mij aanpraten. Ik heb het al meegemaakt.'

Mohammed spreekt op antiradicaliseringsbijeenkomsten en heeft zich vanaf het begin aangesloten bij het Platform Achterblijvers, een lotgenoteninitiatief van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN). Vorig jaar op 28 juni was de eerste bijeenkomst in Utrecht. Voorzichtig werd afgetast wat achtergebleven familieleden voor elkaar kunnen betekenen.

Machteloosheid

De een in de groep van 23 gezinnen heeft een zoon verloren, de ander heeft een (bekeerde) dochter of een minderjarig zusje in het kalifaat, weer een ander een kind dat is tegengehouden op weg naar Syrië. Wat ze gemeen hebben is de behoefte verhalen te delen over hun machteloosheid, over hun gevoelens van onbegrip, spijt, angst, schaamte. Over hun strijd tegen de beeldvorming, alsof zij ook allemaal radicaal zijn.

'De achterblijvers hebben begrip voor veiligheidsmaatregelen. Dat is een publiek belang. Moeite hebben ze met het gebrek aan empathie van overheidsinstanties', zegt SMN-woordvoerder Farid Azarkan eind maart op een besloten lotgenotenbijeenkomst, waar de Volkskrant bij mag zijn - op voorwaarde dat de deelnemers worden geanonimiseerd.

Azarkan: 'Bij de overheid wordt gekeken of alles is afgedekt: de juridische kant, de terreurexpertise, de psychologische factor van radicalisering. Maar achter alle regeltjes en toestanden schuilen mensen met verdriet. Zij zijn slachtoffers, dat wordt vaak vergeten.'

Maria knikt. Haar minderjarige zusje is anderhalf jaar geleden naar het kalifaat vertrokken om een jihadstrijder te huwen. Op een vrijdagavond kwart voor negen deed ze aangifte van vermissing van haar zus. De computer werd opengeklapt, maar elk gevoel van urgentie ontbrak. 'De boodschap die je meekrijgt, is: de overheid is die jongeren liever kwijt dan rijk. Laat ze maar gaan.'

Ronselen

Er zijn meer verhalen over vermissing van minderjarigen, waar laks op wordt gereageerd. Een gescheiden vader vertelt over brieven die hij heeft geschreven aan de leerplichtambtenaar. Die kwam pas na drie weken in actie. Zijn kind is op het vliegtuig gestapt. 'Hoe kan dat? Een minderjarige die vertrekt zonder toestemming van de ouders?'

Het kan ook goed gaan, vertelt een moeder uit Utrecht. Haar minderjarige zoon is tegengehouden, mede door de oplettendheid van een wijkagent. Die had verontrustende signalen opgevangen. 'Mijn zoon is een flapuit. Hij bezigde radicale taal: had Hitler maar alle Joden vergast. Hij had het over Palestina en over broeders en zusters die hij ging helpen. Hij wilde naar Syrië.' De wijkagent had ook in de gaten dat een Afghaanse jongen, die twee jaar ouder was dan haar zoon, bezig was hem te ronselen. 'Hij ging naar huiskamerbijeenkomsten. Hij zat ook hele dagen in de moskee, ging in het zwart gekleed, wilde vrouwen geen hand meer geven. Ik mocht niet meer naar André Hazes luisteren.'

Veel ouders negeren die signalen, denkt ze, die werken niet samen met de politie. Haar zoon is nog altijd kwetsbaar. 'Insjallah blijft het goed gaan.'

Daouia had ook eerder aan de bel moeten trekken. Dat beseft ze pas achteraf, zegt ze enkele weken na de lotgenotendag op een rustige locatie aan het water. Ze heeft haar dochtertje meegenomen. Om die, en ook haar familienaam, te beschermen wil Daouia niet met haar echte naam in de krant.

Haar man vertrok eind 2014 naar Syrië. Twee maanden later was hij dood. 'Hij deed radicale uitspraken, hij sprak vaak over emigreren. Vroeg of ik meeging. Ik zat tussen twee vuren. Ik leefde samen met een man die dingen zei die ik in het geloof nooit heb meegekregen. Ik ging twijfelen. Wat is de echte islam?

'Mijn familie zag dat hij verkeerd bezig was. Jouw familie heeft ongelijk, zei hij. Hij bleef druk uitoefenen om met hem mee te gaan. Dat gaat nooit gebeuren, schreeuwde ik. Daarna sprak hij er niet meer over en ik ook niet. Ik hoopte dat zijn radicale fase voorbij zou gaan.'

Zijn vertrek kwam toch onverwachts. 'Hij moet alles goed hebben voorbereid. Ik kwam in een leeg huis, niets was verplaatst. Ik stuurde Whatsappjes: waar ben je? Ik kreeg pas contact toen hij daar was. Hij meldde dat hij was 'geëmigreerd'. We waren bijna vijf jaar getrouwd, we hebben een dochtertje samen. Hoe heb je haar kunnen achterlaten? Die vraag kwelt me nog steeds.'

Waren er signalen? Heb ik ze gemist? De meeste achterblijvers komen daar niet uit. De Syriëganger neemt nooit afscheid.

Vader Mohammed was met zijn gezin op vakantie in Marokko. 'Onze zoon liet weten dat hij in Saoedi-Arabië ging studeren. Hij had zijn vrouw achtergelaten in Nederland. Waar kwam die behoefte vandaan? Hij was nooit serieus bezig geweest met het geloof. Wat we wel merkten, is de invloed van nieuwsuitzendingen over Syrië op hem. Hij was boos, vond het zeer onrechtvaardig allemaal.'

Terug in Nederland ontdekte Mohammed dat de twee vrienden van zijn zoon ook waren verdwenen. De drie waren onafscheidelijk, van jongs af aan. De vaders kregen bange vermoedens. Mohammed skypte geregeld met zijn zoon, die bleef volhouden dat hij in Saoedi-Arabië aan het studeren was. 'Veel vragen stel je niet. Je weet nooit wie meeluistert, je weet niet wie naast hem zit. Door de AIVD en veel Nederlanders wordt hij gezien als een terrorist.'

AIVD

Mohammeds vermoedens werden bewaarheid toen hij foto's onder ogen kreeg die zijn zoon had genomen. 'Op de achtergrond zag ik een schaap met een brede staart en eucalyptusbomen, die komen uit een andere regio. Later belde hij op: 'Papa, ik ben hier.' Hier?, je bent niet in Nederland. 'Nee papa, ik ben in Syrië.' Ik werd doodstil, mijn wereld stortte in.'

Die boosheid over onrecht in Syrië, die had een Egyptisch-Nederlands echtpaar ook opgemerkt. Maar dat was niet alarmerend, die woede werd breed gedeeld. Vader en moeder waren blij dat hun kinderen 'een goed hart hebben'. Ze hadden geld en kleding ingezameld voor Syrische vluchtelingen, vertellen ze in hun NoordHollandse woning.

Het echtpaar, dat sinds eind jaren zeventig in Nederland is, heeft drie zonen. Alledrie in Nederland geboren en hoogopgeleid. Twee van hen hebben hun goede baan, hun vrouw en kinderen achtergelaten.

In november 2013 zijn ze vertrokken. 'Ze waren naar een of andere beurs in Duitsland, hadden ze verteld. Ze kwamen niet meer opdagen', zegt de vader.

Drie keer heeft hij, 'in een hotel', met de AIVD gesproken. De dienst kon hem vertellen dat zijn zonen bij Jabhat-al Nusra zitten. 'De AIVD'er zei: 'Probeer ze te laten terugkeren, anders gaan ze dood.''

De ouders zijn rond Kerstmis 2014 naar Turkije gereisd, dicht bij de Syrische grens, in de hoop hun zonen in de armen te kunnen sluiten. Moeder: 'Het was toen heel slecht weer in Turkije, ze konden niet reizen.'

Op 9 maart 2015, de datum staat in hun geheugen gegrift, verspreidde het nieuws zich op de sociale media dat een van hun zonen was omgekomen. De jongste, net 24. Vader: 'De volgende dag kwam de politie langs om ons het slechte nieuws te vertellen. De politie weet dus dat hij niet meer leeft.' Hij zucht diep. 'Ik ben eigenlijk helemaal kapot. Ik kan zijn dood niet afsluiten, niet aan de rouw beginnen. Het is onmogelijk een overlijdensakte te krijgen. Er is geen bewijs, geen dna, zeggen ze. Waarom kan de AIVD die informatie niet geven?'

Overlijdensakte

Van de andere zoon horen ze bijna niets. Een keer in de drie maanden is er summier contact. Ze willen graag dat hij terugkomt, maar hij gaat hier regelrecht de gevangenis is. Wordt gezien als een gevaarlijke terrorist. Vader: 'Dat is hij niet, ik heb gehoord dat hij een bakkerij heeft opgezet.'

Ondertussen leven ze elke dag in angst, niemand is het leven zeker in Syrië. Moeder: 'Ik bid voor hem, de hele tijd. Kijk constant televisie, naar Arabisch nieuws uit de regio, naar YouTube-filmpjes. De telefoon is binnen handbereik.' Vader, die ondernemer is: 'Ik kan me niet concentreren. Ook niet op mijn werk. Ik vergeet te factureren. Slaap slecht.'

Het echtpaar maakte deel uit van een kleine delegatie van het Platform Achterblijvers die op 26 april een bezoek bracht aan minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken. De achterblijvers willen andere ouders bijstaan. Wellicht kunnen ze die behoeden voor zaken die hun zijn overkomen. En ze willen strijden voor meer begrip, van de buitenwereld en vooral de overheid.

De ellende met de overlijdensakte hebben ze bij Asscher op tafel gelegd. Dat gevecht met de bureaucratie staat ook andere achterblijvers wellicht te wachten. Vanuit het ministerie hebben ze nog 'geen terugkoppeling gehad', zegt Daouia, van wie de man in 2014 naar Syrië vertrok.

Vader Mohammed: 'Tot drie keer toe plofte bij mij thuis een oproep voor mijn zoon op de mat. Hij moest zich melden. Die aanmaningen zijn onmenselijk. We willen verder met ons leven.'

Daouia: 'Je kunt geen kant op, je krijgt geen doodverklaring, want er is geen dna-bewijs. Alles gaat moeizaam. Pas sinds kort is het me gelukt me van hem te scheiden. Ik kan geen paspoort krijgen voor mijn kind, daar is toestemming voor nodig van de partner. Je moet knokken om de volledige voogdij te krijgen.

'Het huurcontract van onze woning stond op zijn naam. Ik wil daar weg, er kleven te veel slechte herinneringen aan. Met Whatsappjes en briefjes probeer ik aan te tonen dat hij naar Syrië is vertrokken. Dat is niet genoeg voor de officiële instanties. Ik heb nog steeds geen nieuwe woning. Ik wil daar weg. Ik wil een nieuwe start maken.'

'Achterblijvers inschakelen bij strijd tegen terrorisme'

Het internationale platform Families Against Terrorism & Extremism (FATE), een initiatief van de Britse antiradicaliserings organisatie Quilliam, wil de krachten van 'achterblijvers' (ouders, broers, zussen) van jihadgangers internationaal bundelen.

'Interessant', noemt FATE-coördinator Joshua Cheung het gegeven dat het platform van start ging op de dag van de aanslagen in Brussel, 22 maart. Cheung: 'Duizenden agenten, soldaten en inlichtingenfunctionarissen zijn betrokken bij het contraterrorisme en toch gingen die bommen af. De strijd kan niet alleen worden gevoerd door overheidsinstanties. De mensen die het meest geraakt worden door terreur moeten structureel worden ingeschakeld.'

Een onderzoek van begin dit jaar onder achterblijvers (uit zowel westerse als islamitische landen) van het in Londen gevestigde International Centre for the Study of Radicalisation and Political Violence (ICSR) komt tot dezelfde conclusie. De emotionele impact van hun vertrek zou potentiële jihadstrijders op andere gedachten kunnen brengen en andere families kunnen aanmoedigen hulp te zoeken, aldus ICSR.

Eind april organiseerde FATE zijn eerste internationale conferentie in Parijs. Het doel is allerlei kleine initiatieven uit diverse Europese landen bijeen te brengen, zoals het Platform Achterblijvers van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (platform-achterblijvers.smn.nl).

De Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) zette in oktober het Familiesteunpunt Radicalisering op. Ze vullen elkaar aan, zegt een NCTV-woordvoerder. 'Het platform is op basis van vrijwilligers, het steunpunt werkt met professionals. Als gevallen te zwaar zijn voor SMN, kunnen ze door naar het steunpunt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.