ONZE GIDS DEZE WEEK

'Mijn wereld verging toen de Beatles stopten'

Van rock, naar punk, naar jazz, naar hiphop. Het levensverhaal van Paul Weller voert als vanzelf langs de pareltjes in de muziekgeschiedenis. De juiste broek en het ultieme jasje doen de rest.

Beeld Els Zweerink

Paul Weller staat in de Record Palace en heeft de vaart erin. In noodtempo friemelt hij door de bakken met singles en lp's en de uitverkoren Engelse sixties-vinyl hoopt zich op. Af en toe moet hij een plaat wat verder van zich af houden, om te kunnen zien wat voor 45-toerenschat hij nu weer heeft gevonden, in dit geval: Lazy Sunday Afternoon van The Small Faces uit 1968. Uit een bak met Japanse import trekt hij twee cd-boxen van the Who en de buit is binnen. Afrekenen, klaar, cheers mate.

Buiten de Amsterdamse platenzaak steekt Weller een Camel-filter op, en loopt losjes naar de overkant, naar Paradiso, waar hij deze avond moet optreden. Hij vertelt uit Parijs te komen, en daar een goeie gig te hebben neergezet. Voor de deur van de concertzaal gaat ie relaxed & ready op de foto met meegereisde Engelse Weller-lookalikes, dolt wat en steekt nog maar eens een Camel op.

Dan wandelt hij naar binnen en legt zijn lichtblauwe jasje apart. Op het podium van Paradiso staat de band klaar. Hij krijgt een gitaar aangereikt en plugt 'm in. White Sky wordt ingezet, een stevig rockend nummer van zijn zojuist verschenen frisse plaat Saturns Pattern, en... en dan... baff. Weg is zijn stem. Fuck! Eerst maar een peuk. Hij gaat achter de piano zitten, om het intro van het titelnummer van zijn nieuwe plaat in te zetten. Weer geen geluid. Een glas water. Hoesten. Paniek. Een zanger zonder stem.

Hij trekt zijn jasje aan. Concert afgelast (gesprek ook).

CV Paul Weller

1958 geboren op 25 mei in Woking, Surrey.
1972 richt The Jam op. Na verschillende wisselingen bestaat de band uit Bruce Foxton (bas) en Rick Buckler (drums). Vader John, voormalige boxer en bouwvakker, wordt de manager.
1977 debuut The Jam met single en lp In the City.
1980 na vier succesvolle platen met single Going Underground eerste nummer-1-hit.
1982 trekt de stekker uit The Jam, wil geen ouwelullenband worden.
1983 nieuwe soulband: The Style Council, met Mick Talbot.
1984 debuut: Café Blue
1985 spreekt zich steeds meer politiek uit, tegen Thatcher, voor Labour.
1989 stopt met The Style Council. Polydor weigert zesde (house)plaat uit te geven, wegens gebrek aan hitpotentie.
1992 verschijnen eerste soloplaat.
1995 derde soloplaat Stanley Road, wordt enorm succes.
2006 oeuvreprijs Brit Awards.
2015 verschijnen Saturns Pattern, zijn 12de plaat.

Anderhalve week later komt hij wederom uit Record Palace lopen, met een minimale vangst deze keer, in hetzelfde lichtblauwe jasje, en een peuk tussen de lippen. Inmiddels heeft hij er al wat gigs op zitten, in Duitsland, Nederland en België, en loopt het als een zonnetje, ook zijn stem, zegt hij. Wonderlijke aangelegenheid, al met al voor Paul Weller, en de eerste keer in zijn loopbaan. Zit je veertig jaar in de muziek, eerst als punkvoorman van The Jam daarna als soulkikker van The Style Council, om vervolgens als solo-artiest je twaalfde plaat te maken en die uit te venten in concertzalen in binnen- en buitenland, laten je stembanden het afweten en dondert dus het hele Weller-bouwwerk in elkaar.

Tikkeltje kwetsbaar ben je wel, Paul, op je 56ste. Nou dat vindt hij, inmiddels zittend in de kleedkamer van Paradiso, dus helemaal niet. 'Ik denk daar nooit over na, over mijn kwetsbaarheid. Als ik er echt aan zou denken dan moet ik stoppen met roken, op tijd naar bed, oefeningen doen, dat soort gezeik. Het is voor mij zoals een hoop lichamelijke aangelegenheden, je neemt het voor lief. Ik ga ervan uit dat mijn stem er altijd is.'

1. Kleding: Levi's jeans.

Praat je met Paul Weller over wat hij verkiest in het leven, dan gaat het over de grote drie-eenheid van de jeugdcultuur waarin hij als Engelse arbeiderszoon is opgegroeid: muziek, kleding en voetbal. 'Toen ik een jaar of 10 was, ergens eind jaren zestig, begon mode voor me. Ik hield van popmuziek en van de bands van die dagen. Ik bestudeerde hoe ze eruit zagen, wat voor kleren ze droegen, hun haarstijl. De wereld van kleding werd ik pas echt ingetrokken rond 1970. Je had toen dat skinhead-ding, dat enorm verschilde van die skinhead-beweging uit de jaren tachtig met die racistische rukkers. De originele skinhead-rage was veel slimmer, en vooral: stijlvoller.

'Ik herinner me dat ik op de fiets de krant rondbracht en een jongen zag lopen, met jeans aan. Die had ik nog nooit eerder gezien. Ik zei hem: 'What the fuck is dat? Waar heb je die vandaan? Hij zei: 'Dit zijn Levi's, en we dragen ze allemaal.' Daarna begon ik aan het hoofd van mijn moeder te zeuren om een spijkerbroek. Ik ging helemaal op in dat skinhead-ding. Droeg Levi's, met omgeslagen broekspijpen, Dr. Martens-schoenen, Ben Sherman- of Brutus-shirts. Button-down. Ik had de outfit man, en elke kid die ik kende, had zo'n outfit.

Kleding: Levi's jeans. 'Ik had de outfit man.' Beeld Io Cooman

'In Engeland was de jeugd erg verdeeld. Je had verschillende subculturen, die verschillende kleding droegen, en elkaar bestreden. Dat zat in de Engelse psyche, misschien omdat we een eiland zijn. De skinhead was eigenlijk een opvolger van de Mod - dezelfde soort stijl in kleding, en muzieksmaak, zoals een sterke voorkeur voor zwarte muziek.

'Er was een intentie om je op kleren te richten, en dat duurde van 1968 tot 1973. Dat was een gouden tijd, sowieso, op alle terreinen. De hele combinatie van muziek, kleding en voetbal. Die bepaalde wie je was, waar je vandaan kwam. Iedereen die ik kende was een skinhead, en zag er zo uit, en hield van Tamla Motown en reggae, en was voor Chelsea. Dat is nog steeds zo, voor mij. Fucking right.'

2. Kleding: Baracuta G9

'Dat jasje dat ik nu aan heb, is de Baracuta G9. Dat was een fameus oud Engels merk, uit Manchester. Een Italiaanse gast heeft het merk opgekocht, en is deze jasjes opnieuw gaan maken. Hij heeft 'm anders gemaakt, slim fit, van beter materiaal. Toen ik een jochie was, droeg ik al zo'n jasje. Deze heb ik in Londen gescoord. Waarom ie zo mooi is? Man, het is de G9 original! Steve McQueen droeg er ook een. Daar moet je gewoon van houden, er zit niks anders op. Het is het ultieme jasje.'

Beeld Els Zweerink

3. Kleding: Real Stars Are Rare, zijn eigen modemerk

Weller verbond ooit zijn naam aan merken als Ben Sherman, Fred Perry en Daks, en ging modieus aan de slag met Oasis-zanger Liam Gallagher en de jonge Engelse muzikant Miles Kane. Sinds vorig jaar heeft 'The Modfather' zijn eigen kledingmerk, Real Stars Are Rare. 'Dit is echt van mij. Goed spul, veel kleermakersstuff. Wacht, ik laat je wat zien.' Paul loopt door de catacomben van Paradiso, en daar staat een enorme koffer met al zijn kleding voor de tour. Allemaal Real Stars Are Rare-kleding, niet per se opvallend. Shirts, wollen broeken, jasjes, een totale collectie van 55 kledingstukken, tot stand gekomen in samenwerking met kledingwinkel Tonic in Londen. Hij bevoelt de stof van een jasje als een marktkoopman. 'Alles heb ik ontworpen, ik heb schetsen gemaakt, en daarmee zijn ze aan de slag gegaan. Ik heb de fabrieken in Portugal bezocht waar het is gemaakt. Ik wilde kleren maken die ik niet kon vinden, Mod-stijl natuurlijk.'

Real Stars Are Rare 'Goed spul, veel kleermakersstuff.' Beeld Els Zweerink

4. Muziek: The Beatles (1963)

'The Beatles daar begon het allemaal mee. Ik zag ze in 1963 op tv, ik was 5, 6 jaar oud. Dat was het voor mij, man. Voor iedereen die the Beatles voor het eerst zag, was het alsof een oude wereld afstierf. Engeland kwam uit de Tweede Wereldoorlog, daarna de Koude Oorlog. Het leven ging een beetje omhoog, ook economisch, en toen waren daar the Beatles. And they fucking changed the landscape. Je kunt je afvragen of muziek de wereld kan veranderen, maar zij deden het. Zij gaven mij het gevoel dat er meer was dan mijn leven in Woking. Engeland was zo stijf, conservatief en grijs, en opeens kreeg iedereen kleur op de wangen.'

Muziek: The Beatles. 'Je kunt je afvragen of muziek de wereld kan veranderen, maar zij deden het.' Beeld Michael Ochs Archives / Getty

5. Muziek: the Small Faces (1968)

'Dat was een band in de jaren zestig waarin ik had willen zitten. The Small Faces zagen er alle vier hetzelfde uit, hadden hetzelfde haar. Ze zagen er echt uit als een band. In de meeste bands waren er verschillen en was er altijd wel eentje die focking wrong was. Maar bij the Small Faces was het allemaal fantastisch: Steve Marriott was hun zanger, en dan ook nog een songwriter als Ronnie Lane. Als je naar hun muziek luistert, hoor je permanent verfijning. Here come the nice, the Tin soldier, dat is echt verbazingwekkende shit, met verbazingwekkende muzikale akkoordenwisselingen en geluiden. Het waren nog maar kinderen, toen ze begonnen, fokking 17 of 18 of zo. En toen ze er mee ophielden waren ze begin 20, aan het einde van de jaren zestig. Ik zag ze altijd als de ultieme band: ze hadden alle goeie invloeden, ze zagen er fokking goed uit en ze kwamen uit Londen. Just good.'

Muziek: Small Faces. 'Dat was een band waarin ik had willen zitten.' Beeld John Rodgers / Getty

6. Muziek: Dr. Feelgood (1975)

'In 1970 gingen the Beatles uit elkaar. Ik werd uit mijn schoenen geschopt, ik dacht dat de wereld verging. De jaren zeventig waren in het begin een woesternij. Na alle opwinding van de jaren zestig, was er een kater. Je had Marc Bolan en David Bowie, dat was wel opwindend, maar meer was er niet, voor mij. De eerste band die er opeens toe deed, was Dr. Feelgood, een Engelse rhythm & blues-band. Met Wilko Johnson op gitaar. Ik zag ze in de Guildford City Hall, in 1975. Bij het eerste nummer kwam Wilko naar voren en deed een opwaartse split, en ik dacht: Wow.'

Muziek: Dr. Feelgood. 'Wilko deed een opwaartse split, en ik dacht: Wow.' Beeld Steve Emberton / HH

7. Muziek: the Sex Pistols (1976)

'Een jaar later zag ik the Sex Pistols, ze speelden om zes uur 's morgens, en we hadden de hele nacht pillen geslikt om wakker te blijven. Ik dacht: 'Dit is het, dit is het signaal, dit was het alarm dat afgaat voor mijn generatie. Nu moeten we het doen, nu is het ons moment. De revolutie gaat nu beginnen. Toen zag ik ze nog een keer, met the Clash en Siouxsie and the Banshees in de 100 Club, een legendarische avond in 1976. Ik dacht: Punk is belangrijk, voor kids van mijn leeftijd, om iedereen uit zijn slaapkamers te jagen, om bands te zien, fanzines te maken, om kleding in elkaar te zetten.

'En dat gebeurde ook, er was opwinding, en dat duurde ongeveer twee jaar, voor mij dan. Mensen praten er nu over dat het groter was, en langer duurde, maar dit was wat het was, een explosie. En het veranderde niks, behalve voor mensen die zich er toen mee bezighielden. In 1978 zag je op King's Road al die punks lopen met die hanekammen, cider drinkend en heroïne gebruikend. Dat had fokking niets te maken met dat moment van de explosie. Er was geen punk-uniform, iedereen deed maar wat. Het was erg arty, de originele punkscene.'

Muziek: the Sex Pistols. 'Dit was het alarm dat afgaat voor mijn generatie.' Beeld Richard E. Aaron / HH

8. Literatuur: Colin MacInnes - Absolute Beginners.

'De jaren tachtig - pffff. The Specials waren goed, die hadden wat te vertellen, maar dat was het. Niemand heeft de jaren tachtig overleefd. Iedereen zag er belachelijk uit, ik ook. Ik had een stompzinnig kapsel, net als iedereen. Ik haat al die fokking jaren-80-muziek. Ok, er was goeie soul-stuff, r&b, en de rap begon. Maar de bands. Ik was nooit een fan van The Smiths, maar ik zag ze in 1986 spelen, en daar zat wel de opwinding in. Maar de fokking Cocteau Twins man! Fokking Duran Duran!

De grootste invloed op mij in die tijd was Colin McInnes' boek Absolute Beginners, uit 1959. Die beschreef het leven in een nieuwe jeugdcultuur van kleding en moderne jazz. Het zijn de roots van de hele Mod-beweging. Dat boek zette me aan om een echte Mod-purist te worden. Modernist kwam van the Modern Jazz Quartet, Amerikaanse jazzers.'

Het Mod-ding is dat je alles uit je omgeving verwerkt, van allerlei culturen. Mod is vooral gericht op Europese mode, de Italiaanse en Franse stijl, maar ook van West-Indiërs die naar Engeland kwamen in de jaren zestig, en kleding en muziek meebrachten. Zo is het altijd gegaan in Engeland: er kwamen mensen het land binnen, en zij beïnvloedden onze stijl, onze manier van leven en de cultuur. Dat is waar ik van hou. Dat is wat Engeland maakt.'

Beeld Colin MacInnes Absolute Beginners

9. Muziek: John Coltrane - Blue Train (1957).

'Ik begon vooral naar jazz te luisteren in de jaren tachtig. Iemand gaf me Bashin' van toetsenist Jimmy Smith, op Blue Note. Ik schafte daarna veel van die Blue Note-platen aan, je weet wel, Lee Morgans The Sidewinder en zo. Maar Blue Train van saxofonist John Coltrane was voor mij echt de belangrijkste plaat, met Lee Morgan op trompet. Als je toch dat begin hoort' - Paul scatt het intro, piedoebiedoeda - 'zo puur, zo modern, je hoort er de kerk in, de blues, en alles door elkaar heen. Ik wilde niet door de plaat opeens een jazzmuzikant worden, of jazz spelen, maar het had wel invloed op wat The Style Council wilde zijn.'

Muziek: John Coltrane - Blue Train. 'Zo puur, zo modern, je hoort er de kerk in, de blues, en alles door elkaar heen.' Beeld John Coltrane - Blue Train (1957)

10. Muziek: Britpop

'Ik luisterde eigenlijk altijd naar zwarte muziek. Maar toen ik begon als solo-artiest, begin jaren negentig, dacht ik: 'Ik moet mezelf openen, opnieuw, en naar andere muziek luisteren.' Zoals Traffic en Nick Drake dus, met een warm folky gevoel. Ik wilde terug naar een meer organisch menselijk geluid en live alles opnemen, met echte instrumenten.

'Het was een opwindende tijd, de Berlijnse Muur was gevallen, de Koude Oorlog opgelost, Nelson Mandela was bevrijd. Er was veel hoop en optimisme. Je voelde echt dat er een nieuw decennium was begonnen. En daar was dus Britpop. Er was weer een scene, een beweging. Blur, Oasis, Charlatans en Supergrass maakten goeie platen. En ze zagen mij als hun invloed, ik maakte er deel van uit, waardoor ik me ook een ouwe lul voelde.

'Het is grappig, want ik ben bevriend geraakt met een paar van die gasten, zoals Noel (Gallagher van Oasis, red.), Cox (Graham Coxon van Blur) en Tim (Burgess van the Charlatans ). Dat zijn nu mannen van tegen de 50, terwijl ik nog weet dat ze maar kids waren. Britpop brandde explosief, en het brandde zichzelf op, zoals elke goeie beweging.'

11. Muziek: Young Fathers - White Men are Black Too (2015)

'Sinds die tijd van Britpop is er niks meer, zo zie ik het. Er is veel goeie muziek, maar er is niet echt een baken. Jonge mensen luisteren naar alles. Mijn kinderen luisteren naar de fokking Rolling Stones en naar Sam Smith. De hele scoop, het niet langer opdelen in hokjes hoort echt bij deze tijd.

'Ik ga eens per week naar de platenzaak in Londen, naar Sister Ray of naar Rough Trade. Nieuwe muziek ja... Let me think... De nieuwe plaat van Blur is echt goed. Panda Bear vind ik goed. Ken je de Young Fathers uit Schotland? Cool. Hiphop uit Edinburgh. Yeah man. Er is altijd muziek, en die komt overal vandaan.'

Beeld John Devlin / HH
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden