'Mijn vrouw had dertig jaar lang een minnaar'

Corine Koole interviewt mensen over lust & liefde. Deze week: Max (71). Meer dan dertig jaar had zijn vrouw een minnaar. En al die tijd wist hij het.

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

'Het was in 1979, we waren nog niet zo lang terug van een lang werkverblijf in Amerika toen mijn vrouw op een ochtend tegen me zei: 'Ik moet je iets vertellen. Ik ben verliefd op een ander.' Ik schrok. Dit had ik niet zien aankomen. Ik wist dat ze erg moest wennen aan de terugkomst in Nederland. Dat we weer in het huis waren gaan wonen dat we jaren geleden hadden achtergelaten, voelde als een stap terug. Door mijn drukke werk had ik niet veel tijd om erbij stil te staan, maar zij moet het met ons jonge gezin dubbel hebben gevoeld: de tijdgeest in Amerika was in die tijd ook aangenamer dan hier. Misschien voelde ze zich beklemd, al vul ik nu van alles voor haar in. Want eigenlijk heeft ze zich tot haar dood, vorig jaar, nooit uitgesproken over die tweede relatie, die altijd is blijven bestaan. Mijn reactie toen was verbouwereerd: 'Maar ik hou van je. Wil je bij me weg?' Ze bleef kalm en zei: 'Nee, ik wil niet weg. Ik hou ook van jou. Ik wil je niet kwijt.' Daar bleef het bij.

'Er brak een rare tijd aan waarin ik vooral twijfelde aan mezelf. Wat ontbrak er aan mij waardoor zij het nodig achtte een ander ernaast te hebben? Want ook al vertelde ze nooit wat ze deden samen, ik wist dat ze elkaar zagen als ik werkte. Hij was haar hockeytrainer en ook de trainer van de kinderen. Ik had hem wel eens ontmoet, maar nooit uitgebreid gesproken.

Haar terrein

'Ons gezin was een heel hecht, vrolijk nest. Er werd veel gelachen, onze vakanties waren geweldig en die jaren in Amerika behoorden tot de mooiste van ons leven. Ook de kinderen wisten van haar en de hockeytrainer, maar als er naar werd gevraagd, viel ze stil. En niemand vroeg door. Dit was kennelijk haar terrein, een deel van haar leven dat ze voor zichzelf wilde houden.

'Na die eerste, verwarde periode lukte het me mijn jaloezie op te bergen in een kastje en de deur daarvan op slot te doen. Ja, dat soort besluiten kan een man maken. Niet omdat ik zo'n geweldig tolerante vent ben. Integendeel, ik kon in die tijd mijn gereedschap nog niet uitlenen, bang dat ik het kapot terug zou krijgen. En nu leende ik iemand mijn vrouw. Nee, de reden waarom ik niet heb aangedrongen dat ze eerst het waarom en het wanneer en het hoe aan mij vertelde en het vervolgens uitmaakte, was dat ik inzag, in moest zien, dat het een keuze was die niet zo veel met mij te maken had.

'Mijn vrouw was een wijze, intelligente vrouw. Ze las boeken die ik nooit heb gelezen. Alles van Simone de Beauvoir, bijvoorbeeld. Over haar naderende dood zei ze eens tegen een van de kinderen: 'Maar jongens, zo erg is het allemaal toch niet?' Zo kalm en beschouwend moet ze ook over die verliefdheid hebben gedacht. Dit overkwam haar. Iedereen heeft zijn eigen achtertuin waar alleen hij of zij de weg kent. Dit was de hare. Juist in die terminale fase vorig jaar, waarin de ene chemo de andere opvolgde en het rap bergafwaarts ging, had ik graag willen vragen hoe het precies zat tussen haar en die man, maar het is er ook toen niet van gekomen. Het moment deed zich niet voor. Het was alsof ik er een ongepaste nadruk op zou leggen, of ik te veel mijn eigen belang nastreefde als ik haar in die laatste weken nog van alles over haar keuzen had gevraagd. Wat had ik willen horen? Ik weet het niet. Of ja, ik weet het wel: dat ik de leukste en de beste was, natuurlijk. Maar ook in die laatste weken lukte het me dat kastje met jaloezie dicht te houden. Ik wist dat ze van me hield.

Bevriend

'De wond ging pas open toen ik in februari 2014 in het gastenboek van haar crematie zijn naam zag staan. Het was een geweldige dienst geweest met familie en goede vrienden, maar hem had ik niet gezien. Toen ik ontdekte dat hij wel was geweest, besloot ik hem een briefje te sturen: ik had je graag de hand geschud, jammer dat ik je niet heb ontmoet. Mocht je zin hebben, je bent altijd welkom.

'Ik weet niet precies wat me bezielde. Ik handelde uit een impuls. Ik wilde, denk ik nu, met terugwerkende kracht mijn vrouw nog beter leren kennen. Hij was immers een wezenlijk onderdeel van haar leven geweest. Een deel dat voor mij nooit zichtbaar was geweest, maar waar ik nieuwsgierig naar bleef. En hij kwam. Ik liet hem het interview met mijn vrouw zien dat mijn zoon met zijn iPhone had gemaakt in de laatste dagen van haar leven. We huilden samen en hij vertelde me over hun twee. Over hun gedeelde passie voor tuinen, hoe hij op een afstand zelfs de hand had gehad in de tuin van mijn dochter, die mijn vrouw had ingericht. Hij bleek een zeer goedlachse, zachtaardige man. Ik begon beetje bij beetje in te zien hoe wij beiden elkaar aanvulden. Misschien dat ik hem nog eens de vraag stel waarom hij denkt dat ze koos voor twee mannen. Er zijn nog steeds momenten dat die vraag op mijn lippen brandt, al lukt het me meer en meer alles los te laten. Dat geeft rust.

'Toen hij die eerste keer wegging, heb ik gevraagd of hij als eerbetoon aan haar met mij haar tuin wilde onderhouden. Dat wilde hij. Nu zie ik hem eens in de drie, vier maanden. Als we tuinieren, elk in een ander deel van de tuin, zeggen we niet veel. Maar tijdens de lunch en de thee keuvelen we over van alles en aan het einde van de middag vertrekt hij weer. Langzaam raak ik bevriend met de minnaar van mijn overleden vrouw. Heel gek, maar dat voelt goed.'

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Max gefingeerd. Ook geïnterviewd worden over liefde en lust? Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden