Column

Mijn verpletterende gelijk nadat ik 'mongooltje' zei

Het is alweer even geleden dat ik een klein appartement aan Lange Poten bewoonde, schuin tegenover de ingang van de Tweede Kamer. Ik hield me toen dagelijks met ernstige, serieuze zaken bezig, maar ergens in die tijd is mij ook het woord 'mongooltje' ontglipt, in de zin: 'Paul de Leeuw werd door een mongooltje achternagezeten.'

Beeld anp

Van mensen die weleens met het woord 'mongooltje' worden aangeduid, denken we dat zij lief zijn, meegaand en opgewekt. Zo presenteren zij zich ook. Ik kan u zeggen, uit de eerste hand, het is niet altijd mildheid die de klok slaat. Je moet het niet met ze aan de stok krijgen; ik kreeg het gruwelijk met ze aan de stok.

Eerst kwamen er mails waarin openbare excuses werden geëist, zelfkastijding en twee weken vrijwilligerswerk op een zorgboerderij. Het was stom van me, schreef ik terug, argeloos vooral, sorry, het zal niet meer gebeuren.

Toen kwamen er meer mails. En telefonades. Naar mij, vrienden, familieleden, politici, collega's en bazen. Naar iedereen wel eigenlijk, alle contacten. Als ik naar de Kamer liep, kon ik zomaar door Frits Wester worden aangesproken: 'Welk genoegen schep jij er nou toch in om die mongooltjes zo te pijnigen?'

'Mensen met Downsyndroom', zei ik.

Er werden ook brieven bezorgd, A4'tjes waarop in uitgeknipte krantenletters stond geschreven: 'Geef op. Geef toe. Je weet dat je verloren hebt.' Er zaten geen postzegels op, wat betekende dat 'het mongooltje' mijn adres had achterhaald, mijn geheime adres; zelfs de gemeente kon me daar aanvankelijk niet vinden.

Zo kwam de tegenstander erg dichtbij. Mensen met het Downsyndroom kunnen meer dan we geneigd zijn te denken, dat heb ik later wel geleerd, indertijd hield ik me bezig met vragen als: Hoe sterk zijn zij? Hoe is de organisatiekracht? Kunnen ze je opwachten en voor de ingang van de Kamer met een paar man in elkaar beuken?

Opgepompt, in mijn beste pak en met een spreektekst die verried dat ik mij tijdens het schrijven soms even Gerard Reve had gewaand, stond ik enkele maanden later voor de Raad voor de Journalistiek. Ik had me op een event voorbereid, maar er kwam niemand luisteren, niemand toonde belangstelling. Een eenzame strijder voor het woord was ik, nu, één woord, een woordje, maar ja, zo begint het, het begint altijd bij het begin.

Ik had gelijk, vet gelijk. Ik kreeg ook gelijk. En terwijl ik daar mijn gelijk stond uit te venten, zag ik af en toe mijn tegenstander in een hoekje zitten. Niet iemand met Downsyndroom, ook geen ploegje. Maar een man, een vader, vermoeid, geslagen en met een gezicht dat meer had moeten incasseren dan goed is voor een gezicht.

Veel mensen nemen het op voor de vrijheid van meningsuiting. Nu wel, heel flink.

Elk woord is vrij, je moet elk woord kunnen gebruiken. Maar soms, als ik ze bezig zie, denk ik nog weleens aan die middag voor de Raad terug. Waar waren zij toen ik met mijn gelijk een gezinsvader verpletterde?

Op Twitter: @Petermiddendorp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden