Mijn vader was woedend op zijn lijf

Toen mijn vader 72 werd, in augustus 2002, gaf ik hem een abonnement op Elsevier. Ik had Vrij Nederland overwogen en zelfs De Groene Amsterdammer - dat laatste vooral omdat hij niet lang daarvoor Wacht tot het voorjaar, Bandini van John Fante bij mij uit de kast had gehaald, erin was gaan lezen, en toen hij het uit had, verklaarde dat hij het een mooi boek vond.

Maar ik besloot tot Elsevier, voornamelijk omdat daarin weleens een verhaal over auto's stond en andere aardse zaken - daar hield hij wel van.

Er was iets niet goed met mijn vader. Eerst kreeg hij het om onverklaarbare redenen plotseling steenkoud. Later bleek dat een bacterie die was ontstaan in zijn kaak, de wand van zijn aorta had aangetast en dat hij een aneurisma had, een vaatverwijding bij het hart die hem noodlottig zou worden.

Een tijdje geleden las ik een stuk waarin iemand beweerde dat de mens rond zijn 50ste op zijn ongelukkigst is, en dat het daarna alleen nog maar bergopwaarts gaat, met het geluk. Mensen van boven de tachtig bleken het gelukkigst. In hun brein ging het weliswaar allemaal wat langzamer maar dat gaf niks, want vanwege hun levenservaring doorzagen ze het leven en ook de rest razendsnel en feilloos.

Dat was vermoedelijk wat ze altijd de wijsheid van de ouderdom noemden. Mijn vader was nu dus 72 en op weg naar de gelukkigste tijd van zijn leven, maar daar bleek nog weinig van. Hij was meer woedend. Niet op ons, maar op zijn lijf.

Vader van Bert Wagendorp. Foto -

Mijn vader was een sportief type en voetbal was zijn passie. Nadat het aneurisma was vastgesteld, drong zijn specialist erop aan dat hij onmiddellijk zou stoppen met het zaalvoetbal waarin hij zich wekelijks met totale overgave stortte. 'Eén elleboog op de verkeerde plek, en u bent dood', zei de specialist.

'Dan maar dood', zei mijn vader. Hij piekerde er niet over de angst voor de dood voorrang te verlenen boven de immense lol van een potje voetbal.

Even voor de koudeaanvallen begonnen, liep hij nog met gemak een 15-kilometerloop uit en stak daarna een Drummetje op. Onverstandig, maar extra lekker.

Nu was hij moe. Hij had al twee zware operaties achter de rug.

Mijn vader was geen prater. Hij toonde zijn genegenheid op andere manieren. In Engeland woonde ik in een huis met een gigantisch gazon. Als hij een week op bezoek kwam, maaide hij het gras tot tweemaal toe korter dan kort. Zelfs de buurman, een Engelse lawn-fetisjist, verklaarde dat het gras bij ons wel héél erg kort was - hij vroeg zich af of het ooit nog zou herstellen van het genadeloze kortwieken van mijn vader.

'We kunnen naar Oxford gaan', zei ik. 'Of naar Cambridge, wat je wilt. Of Londen natuurlijk.' Mijn vader zei dat hij wel wat nuttigers had te doen, hij moest de goten nog schoonmaken.

Ik gaf hem de bon voor het Elsevier-abonnement.

Mijn vader opende de envelop, haalde de bon eruit, las wat erop stond, en keek me aan. Zijn ogen stonden kwaad.

'Jij denkt dus dat ik hier achter de geraniums in zo'n blad ga zitten lezen', zei hij. Hij gooide de bon op de grond en stond op. Mijn moeder maande hem tot dankbaarheid. Ik werd ook kwaad.

'Steek je nog eens wat op', zei ik, 'in elk geval meer dan van dat stomme grasmaaien of weet ik veel.' Mijn vader maakte een wegwerpgebaar en liep de kamer uit.

Elsevier had de sfeer behoorlijk verpest. 'Het is niet gemakkelijk als je ouder wordt en het is gedaan met je gezondheid', zei een tante die er ook was. 'Dat is heel moeilijk.'

'Hoef je nog niet zo achterlijk te doen over een cadeautje', zei ik. 'Desnoods doe je alsof en flikker je dat kloteblad elke week ongeopend in de papierbak.'

Zeven maanden later overleed mijn vader. Ik was net te laat in het ziekenhuis. Het Elsevier-abonnement was nog niet eens afgelopen.

Hij lag in de zijbeuk van de kerk waarvan hij onbetaald koster was. Op een avond ging ik erheen, alleen.

Ik keek naar zijn handen, die gevouwen op zijn buik lagen. Bekende handen, die ik aan tafel duizenden keren gevouwen had gezien.

'Sorry', zei ik.

'Geeft niks', zei mijn vader. Hij was opeens een prater geworden - en dat is hij tot op de dag van vandaag gebleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.