Mijn rodelpak leek op de vacuümverpakking van ganzenlever. Ik was de ganzenlever

Nico Dijkshoorn besloot nieuwe sportkleding uit te proberen

Vier verkopers kwamen eraan te pas om me in het rodelpak te lepelen, maar wat moet dat moet.

Omdat ik nu óók wel eens wilde schrijven over iets wat je hebt meegemaakt, dat er bijvoorbeeld allemaal doldwaze dingen gebeuren die je dan alleen nog maar hoeft op te schrijven, besloot ik gisteren een rodelpak te kopen. Zo gaat dat. Je moet je als columnist tegenwoordig specialiseren.

Max Pam die - zoals beloofd - nu in Ierland woont schrijft over een paar maanden alleen nog maar over visnetten. Dat is mooi. Teun van de Keuken leest tot diep in de nacht achterkanten van verpakkingen en Remco Campert verdwijnt heel langzaam in de iets te krappe eengezinswoning die poëzie heet. Daar moet ik mij tussen zien te worstelen, met een eigen focus.

Daarom zal ik het komende jaar sportkleding gaan kopen en dan vertel ik u hier of die lekker zit. Een rodelpak dus. Laat ik eerlijk zijn: ik verheugde mij vooral op de handschoenen. Ik zoek al jaren naar iets waarmee je ijs in drie korte halen aan stukken slaat. Ik ben een omgekeerde Fries. Ik juich als het dooit. Niets maakt mij vrolijker dan een Elfstedentocht die net niet doorgaat.

Ik droom ervan dat ik dat als eerste aan Erben Wennemars mag vertellen: 'Erben, jongen, zet je sneeuwbril maar af. Ja, het leek er even op dat hij zou worden gereden, maar ik heb vannacht met mijn nieuwe rodelhandschoenen de route tussen Franeker en Dokkum helemaal open geklauwd. Niet huilen, jongen. Volgende eeuw beter.'

Maar goed, rodelen. Een heerlijke sport, want je doet het liggend. Als je goed met je handschoenen in dat ijs ramt en je laat de slee zijn werk doen, dan kun je onderweg een boek lezen of je belastingaangifte invullen. Rodelen duurt maar heel kort. Bij voetbal gaan ze midden in de wedstrijd een kwartier lang gloeiend hete thee uit een plastic beker zitten drinken, maar rodelaars lachen daarom. In anderhalve minuut naar beneden suizen en dan weer eens richting moeder de vrouw, in je geile pak.

Een groot voordeel bij rodelen is het minimale contact met het publiek. Er staat wel eens iemand langs de kant die je wil vertellen dat zijn opa vroeger ook een rodelaar was en dat hij in Zwitserland bij een zekere Tante Schussi heeft getraind en dan wil hij weten of jij die Tante Schussi ook kent, maar daar heb je helemaal geen last van want je passeert zo een zonderling in een nanoseconde. Zoefff, de neten met je Zwitserland.

Terug naar waar het in deze column over moet gaan: de kleding. Hoe is het om een rodelpak aan te hebben? Ik denk dan niet aan het woord comfortabel. Een rodelpak moet zo strak mogelijk zitten. In de winkel waar ik het kocht werd ik met vereende krachten in mijn pak gelepeld. Ik moest mijn benen in de pijpen steken en achter mij probeerden vier verkopers de rest van het pak over mijn schouders te trekken. Heel even brak paniek uit. Ik hoorde ze schreeuwen: 'Die rits, nu, snel die rits, verdomme, die rits, nu, ik houd hem niet langer.'

Ik ben voor de spiegel gaan staan. Handschoenen met messen aan de vingers en een pak dat leek op de vacuümverpakking van ganzenlever. Ik was de ganzenlever. Ik keek naar mijn kruis. Moest daar geen helmpje op?