'Mijn onvermoeibare vader had gelijk'

'Van hard werken is nog nooit iemand dood gegaan.' Ik ergerde me, languit voor de tv, altijd kapot aan die burgermanswijsheid van mijn vader. Nee, snoof ik, dat zie je aan jou. Altijd dat geratel op die rekenmachine 's avonds, altijd die zorgelijke kop met kringen onder de ogen. Nooit van een burn-out gehoord? Maagzweren, hartaanvallen? 'Die krijg je hoor, als je zo doorgaat. Neem toch eens een beetje rust!'

Aleid Truijens
null Beeld

Maar mijn vader kon niet tegen rust. Daarvan werd hij nog zenuwachtiger dan van werken. Op vakanties moesten we zwemmen, wandelen en tochtjes ondernemen naar bouwvallige dorpen. En in de weekends ook. Musea, kinderboerderijen, fietstochten naar stranden, met een opgerolde handdoek onder de snelbinders. Onderwijl praatte hij onafgebroken. We namen de politiek door, de wereldeconomie, het bieden bij bridge en het verschil tussen de Spaanse en Engelse grammatica. Thuisgekomen wilde hij graag een potje met me schaken, maar daar paste ik voor.

Hoewel mijn vader zestig uur per week werkte en een druk sociaal leven onderhield, besteedde hij veel tijd aan zijn kinderen. Per saldo meer dan mijn niet-werkende moeder, die graag een boekje las en in de zon lag, maar die dromerige afwezigheid compenseerde met overstelpende moederliefde.

Ik beloofde mijn vader dat ik hem later, als hij door al dat werken doodziek zou zijn geworden, zou verzorgen. Ik zou hem soep voeren, zijn kwijlende mond afvegen en zijn oude billen wassen. 'Alsjeblieft niet!' riep hij verstoord. 'Stuur ik je daarvoor naar de universiteit? Zoek maar een mooie baan. En waag het niet om thuis te gaan zitten als je kinderen krijgt. Die neem ik wel mee naar de dierentuin.'

Hij hield woord. Toen hij opgehouden was met werken, bezorgde hij mijn peuters onvergetelijke doordeweekse dagen met uitstapjes, terwijl wij dat in het weekend dunnetjes overdeden. Op alle foto's zitten mijn kinderen op een pony, aaien ze een geit, trappen ze stralend tegen een opblaasbal of roetsjen ze gierend van een reuzenglijbaan.

Mijn vader was zelden ziek, totdat hij erg ziek werd en, op zijn 80ste, stierf. Had hij niet twee pakjes sigaretten per dag gerookt en een kwart fles jenever per dag ingenomen en ieder blaadje sla geweigerd - 'ik ben geen konijn' - dan was hij dit jaar 93 geworden. Dan had hij mij zeker, als altijd, triomfantelijk voorgelezen uit de krant: 'Mensen die hard werken leven langer.'

Het is niet de conclusie van een flutonderzoekje, maar van een studie waarbij enkele generaties, in grote aantallen, negentig jaar lang zijn gevolgd, het Longevity Project. Verrassend: niet vrije tijd, golf en stressloos op een terrasje zitten verhogen de kans op een lang leven, maar hard werken in een veeleisende baan, en vooral niet voortijdig met pensioen gaan. Voor mannen én vrouwen.

Het is precies wat niemand wil horen. Hard werken staat nog altijd in een kwade reuk, vooral als 'ambitieuze tweeverdieners' - lees moeders - dat doen. Die verwaarlozen hun kinderen, zodat die vervolgens ontsporen. Vorige week zong in de Volkskrant Wendy Schouten (vier kinderen, archeologe) weer eens dat sufgedraaide, valse wijsje. Opvoeden is ondergeschikt geraakt aan 'geld verdienen en zelfontplooiing', betoogt ze. Ouders brengen te weinig tijd door met hun kinderen. In het weekend wordt er gecompenseerd met uitjes, of worden ze voor de tv gepoot.

Als ik zoiets lees - bijna altijd een vrouw die anderen de maat neemt - vraag ik me meteen af wie in het gezin van de schrijfster het geld binnenbrengt: je moet tegenwoordig heel veel verdienen om in je eentje een gezin te onderhouden. Wanneer bedrijft Wendy Schouten archeologie? Want ze vindt ook nog dat je je bejaarde ouders zelf moet verzorgen.

Deze zoveelste beschuldiging is baarlijke nonsens. Er is een vracht aan onderzoek naar twee werkende ouders - google maar eens tien minuten - en telkens domineert het woordje 'niet'. Kinderen van tweeverdieners presteren niet slechter op school, kijken niet meer tv, hebben geen slechtere band met hun ouders en niet vaker gedragsproblemen. Sterker: kinderen met een moeder die zo'n dertig uur werkt zijn gelukkiger en gezonder dan alle anderen. Opvallend: werkende mensen besteden niet minder tijd aan hun bejaarde ouders dan niet-werkenden. En hé, jongeren die overlast bezorgen en criminaliteitscijfers omhoog jagen hebben zelden een werkende moeder.

Na veertig jaar geef ik mijn onvermoeibare vader gelijk. Werken geeft energie. Leek ik maar meer op hem. Uit die hangmat dus. Misschien moet ik ook jenever gaan drinken. (Tekst Aleid Truijens)

'Aleid Truijens (1955) schrijft in haar wekelijkse column IJs & Weder in de Volkskrant over werk, onderwijs en Het Leven.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden