Mijn nieuwe liefde zit achter de tralies

Een geliefde zoek je niet, die kom je tegen. Maar als hij in de gevangenis blijkt te zitten, brengt dat wel complicaties met zich mee....

Pauline wordt vijf keer per dag gebeld door een moordenaar. Sinds een jaar heeft zij namelijk verkering met Harold, een vrolijke, ingetogen veertiger. Vroeger was zijn lontje kort en draaide een avond drinken weleens op mishandeling uit. Ook stak hij een man dood, die een meisje had verkracht. Maar nu hij zes van de tien jaar celstraf heeft uitgezeten, is hij veranderd en kun je goed met hem praten. Eens in de twee weken rijdt Pauline met haar witte auto van Middelburg naar de gevangenis in Den Haag om een uurtje bij hem te kunnen zijn. Voor de rest is het dus bellen geblazen.

Ze hebben het over haar kinderen, waarvan ze er drie heeft en die behoorlijk lastig kunnen zijn. Of over de zijne; hij mag ze al jaren niet meer zien. Ze praten over haar moeder, die onlangs met een depressie in een psychiatrisch ziekenhuis is opgenomen. Vaak ook komt haar ex-man voorbij in de gesprekken; telkens wanneer zij even gelukkig dreigt te worden, dringt hij weer via de MSN de levens van de kinderen binnen. Dat zijn dingen die op haar drukken, zegt ze, waar ze soms even lucht aan moet geven. Harold luistert een tijdlang geduldig. Daarna zegt hij bijvoorbeeld: 'Die man is geen echte vader, Pauline.'

Vandaag gaat de telefoon vaker dan normaal. Over een paar weken moet zijn moeder gedotterd worden, maar zijn verzoek om een omgekeerde bezoekregeling is afgewezen. 'Even rustig nu', zegt Pauline door de telefoon, terwijl ze door de huiskamer begint te dribbelen. 'En ga maar even zitten, want ik heb nog een heftige mededeling voor je: vanmorgen is je moeder met spoed in het ziekenhuis opgenomen.'

Even is het stil. Dan zegt ze: 'Het is de hoge bloeddruk. Ik zou mijn advocaat maar even gaan bellen.'

Nog twee keer zal ze hem vanmiddag spreken. Tegen drieën, als hij klaar is met het sporten en onderweg is naar therapie of de 'crea'. En om kwart over vier, vlak voordat hij voor de avond en nacht in zijn cel wordt opgesloten. Daarna strekt de avond zich leeg en telefoonloos voor haar uit, zonder dat ze weet hoe het met hem gaat, hoe het verder moet met zijn moeder of wat de advocaat heeft gezegd. Pauline is een sterke vrouw, die heus wel tegen een stootje kan. Maar dit is gewoon raar, zegt ze. 'Dan moet je om half vijf al welterusten zeggen.'

Echte mannen

De aantrekkingskracht van een man verandert niet als hij achter de tralies is gezet. Dat zegt Pauline, maar Martine uit Utrecht en Denise uit Gouda denken er ook zo over. Liefde zoek je niet, die kom je tegen, en als je die tegenkomt, handel je ernaar. Pauline en Martine vallen op echte mannen, manmannen - gevoelens uiten mag best, maar liever niet te lang voor de spiegel. Denise stelt vooral emotionele eisen aan een partner. Zij is getrouwd met een ter dood veroordeelde Amerikaan. Ze kan zichzelf misschien ook wel zijn bij een man uit de straat of bij iemand van de bijbelclub. Maar het kan nog beter bij Michael in de dodencel van Oklahoma. Ook al worden ze gescheiden door een glaswand en spreken ze elkaar door een telefoon.

Behelpen

Gemakkelijk is het leven niet als je een relatie begint met een gedetineerde. Natuurlijk zijn er leuke dingen: de kaartjes en brieven, de wekelijkse of tweewekelijkse bezoekjes; soms zelfs even in een kamer zonder toezicht, de zogenoemde BZT. Maar voor de rest is het behelpen. De avonden zijn stil, de feestdagen moeilijk door te komen, je moet overal in je eentje naartoe en er is nooit eens iemand die je iets uit handen neemt. Martine, Pauline en Denise hebben nergens spijt van, maar soms hebben ze gewoon van die ochtenden dat ze wakker worden en denken: 'Nu trek ik het niet meer.'

Op zulke momenten kunnen ze terecht op een internetsite als 'Hart achter slot en grendel'. Lotgenoten delen daar hun ervaringen. Ook wisselen ze nieuwtjes uit over bekende gevangenen die een vrouw hebben gevonden. Wilhelm S. bijvoorbeeld, de tbs'er die een paar maanden geleden tijdens een ontsnapping een oude man doodsloeg, schijnt in de cel verliefd te zijn geworden en getrouwd. En Paul S., de ex-marinier uit Kerkrade, die vorig jaar vier leden van zijn voormalige schoonfamilie doodschoot, moet ook weer iemand hebben gevonden om zijn leven mee te delen.

Martine leerde haar Junior gewoon op straat kennen, want hij zat indertijd in de laatste fase van zijn tbs-behandeling; kort daarop zou hij opnieuw worden opgepakt en vastgezet. Maar normaal gesproken beginnen de relaties met schrijven. Uit naastenliefde bijvoorbeeld, zoals bij Denise Delozier. Zij stuurde eerst tientallen brieven naar Michael, voordat ze een rondreis in Peru afsloot met een bezoekje aan Oklahoma en de vonk oversloeg. Bij wijze van geintje kreeg Pauline op een feestje eens een telefoon in handen gedrukt. Aan de andere kant hing Harold. 'Zal ik je eens een brief sturen?', vroeg hij. Daarop zei Pauline ja. 'Want', zegt ze, 'je zegt dan ook geen nee.'

Mensenkennis

Pauline staat in het midden van de huiskamer, een naar eigen zeggen normale vrouw van 37, met bruine ogen en met gel opgekamd stekeltjeshaar. Links en rechts schieten lastige kinderen aan haar voorbij; soms zijn ze van haar, soms van iemand anders. Stefan bijvoorbeeld denkt dat hij rechtstreeks van het toilet met zijn vieze handen in een schaaltje slagroomsoesjes mag graaien. Lisa jengelt over knoopjeshaar, terwijl ze nodig de parkieten naar boven moet brengen; vanavond komt er visite en die oude vogels gaan hoesten van de sigarettenrook. En dan gaat dus ook nog eens doorlopend de telefoon.

Ze stuurt wat kinderen weg en gaat met de telefoon op de bank zitten, een driezits met een rode doek eroverheen. Eigenlijk gaat het wel goed zo, zegt ze. Nu profiteert ze ook van de relatie. Harold is bijvoorbeeld erg goed met de kinderen. Laatst is haar oudste opgepakt voor een brandje bij school. Urenlang heeft ze vergeefs op die jongen ingepraat. Pas toen Harold even met hem sprak, begon haar zoon te huilen. Ze gaat verzitten en zegt: 'Hij raakt echt iets bij de kinderen.'

Normaal gesproken zijn vrienden en familieleden bezorgd. Mannen in de gevangenis zijn eenzaam, zeggen ze. Die houden er zo veel mogelijk vriendinnen op na. Zodra ze vrijkomen, zien ze je niet meer staan. Maar Harold is anders, zegt Pauline. Met al die jaren ervaring in de verzorging heeft ze genoeg vertrouwen in haar mensenkennis gekregen. Laatst nam ze een goede vriendin mee op bezoek naar de gevangenis. En die zei ook: 'Wat jullie hebben, is heel echt.'

Er is alleen: de moord. Hoe ga je daarmee om, hoe verkoop je aan jezelf dat je een relatie hebt met een moordenaar? Pauline heeft er het volgende op gevonden: een moord blijft een moord, dat is gewoon niet kinderachtig. Van de andere kant: Harold blijft een mens. Hij is gestraft en zal nog eens worden gestraft door de maatschappij als hij over twintig maanden vrijkomt. Het is dus niet aan haar om hem te veroordelen. Hij toont zich bovendien verantwoordelijk en wil op de blaren zitten. 'Dus ja', zegt ze en legt de telefoon naast zich op de bank, 'wat wil je nog meer?'

Zwaar mishandeld

Martine (32) hoeft niet in het reine te komen met de misdaad die Junior heeft gepleegd. Hij is onschuldig. Op een vroege ochtend in 1999 is een jonge vrouw achter het centraal station van Utrecht compleet afgerost, heel verschrikkelijk moet dat zijn geweest, en vervolgens voor levenloos achtergelaten. Op die ochtend lag Junior gewoon bij haar in bed. Tien minuten, meer was het niet, is ze die ochtend het huis uit geweest om de kinderen naar school te brengen. Dat is nog niet eens genoeg om van het huis naar het station te kunnen fietsen.

Het was zijn verleden, denkt ze, daar hebben ze het bij Justitie op gegooid. Junior is in zijn jeugd zwaar mishandeld en kwam al vroeg op straat terecht. Goedpraten kan ze het niet, maar begrijpelijk is het wel dat hij mensen ging beroven, avondwinkels overvallen en ook weleens geweld gebruikte - vandaar ook dat hij op zijn vijftiende al werd toegewezen aan een tbs-kliniek. De rechter moet volgens Martine hebben gedacht: hij hád het kunnen doen. Voor poging tot doodslag kreeg hij twaalf haar cel, wat al een opvallend hoge straf zou zijn geweest als hij het wél had gedaan.

Anders dan Denise of Pauline weet Martine wel hoe het is om met haar vriend te leven. Ze woonden in een huis dat werd betaald door de tbs-kliniek, waar Junior in die tijd geleidelijk uit werd vrijgelaten. Junior was huiselijk. Ging hele zaterdagen basketballen met de kinderen. Hij deed zijn klusjes in het huishouden, soms konden ze uren lachen om niets. Natuurlijk was er weleens ruzie. Dan zat Junior te lang achter een computerspel en gooide zij het ding door het raam naar buiten. Maar dan hoefde hij haar maar even aan te kijken en ze wist: nu moet ik dimmen. Daarna was het weer gezellig in huis. Helaas heeft ze er niet lang van kunnen genieten.

Op zijn arrestatie volgden huiszoekingen en verhoren. Ook Martine moest naar het bureau. Ze was zwanger en ziek, had 40 graden koorts en buikgriep; en heeft toen papieren ondertekend die ze misschien beter niet had kunnen ondertekenen. Twee weken later werd ze uit huis gezet en stond ze op straat. In paniek is ze toen de gangen nagegaan van de directeur van een woningbouwvereniging en heeft die man daar telefonisch van op de hoogte gesteld. Ze is nooit van plan geweest om hem iets aan te doen, maar vindt het wel raar dat er toen opeens wel een huis voor haar beschikbaar kwam: de woning waarin ze nu nog woont met haar twee kinderen, tussen de Marokkanen in de wijk Kanaleneiland.

Gek worden

De zware jaren hebben op allerlei manieren haar gezondheid aangetast. Ze lijdt aan het syndroom van Tietze, dat is iets met het borstbeen en de ademhaling, waardoor het soms net lijkt of ze een hartaanval krijgt. Ze heeft last van chronische ontstekingen. En van sombere buien. En dan kan ze wel antidepressiva gaan gebruiken, maar daar word je dik van. Zeker als je gal eruit is gehaald, zoals bij haar.

Toch probeert ze er nog wel iets van te maken. Het huis is gezellig, de kinderen luisteren goed, sinds ze een bull-mastiff in huis heeft gehaald, vallen de Marokkanen haar niet meer lastig. Eens in de week bezoekt ze Junior. Ogenschijnlijk is hij heel kalm gebleven, al vertrouwt hij bijna niemand meer. Hij leeft bij de dag, want als hij vooruitkijkt, of achteruit, wordt hij gek. Het leukst zijn de momenten in de BZT. Het licht is er misschien wat onpersoonlijk, ze zijn er toch even met zijn tweeën. Als hij haar dan aankijkt, weet ze dat het goed zit; het voelt nog precies als tijdens de eerste ontmoeting.

Martine kan dan ook alleen maar hopen dat ze Junior, als hij in 2008 zijn straf heeft uitgezeten, niet opnieuw in de tbs-kliniek zullen stoppen; ze ziet ze ervoor aan. Dat er nieuw bewijsmateriaal opduikt zodat de zaak kan worden heropend. Want Peter R. de Vries Juniors onschuld laten aantonen, dat heeft ze wel gehoord van die vrouw van de Puttense moordzaak, de media-aandacht die dat oplevert, gaat gewoon te veel ten koste van de kinderen. Maar het meest hoopt ze dat er eindelijk een goede advocaat opstaat die zich het lot van Junior aantrekt. Die het niet om het geld is te doen, maar om rechtvaardigheid.

Achter glas

Met de toekomst van Denise en haar man kan het twee kanten op. óf Michael wordt geëxecuteerd. óf zijn straf wordt omgezet in levenslang. De procedures zijn lang, beslissingen worden vooruit geschoven, Michael heeft 'al vijf jaar nog minstens twee jaar te gaan'. Vijf keer per jaar reist Denise voor een week naar Oklahoma, om een paar uur per dag met hem te kunnen praten. In de tussentijd bewoont zij een licht appartement aan een mooie singel in Gouda, naast het huis van haar zus en haar gezin. Dat is niet toevallig. Er zijn genoeg momenten dat zij behoefte heeft aan 'support'.

Het eerste bezoek was spannend. Een jaar lang hadden ze geschreven en op afgesproken tijden samen gebeden. Nu vond ze hem achter glas, gekleed in een gevangenispak van lichtblauw linnen. Toen ze een uur later over straat liep, realiseerde ze zich dat ze verliefd was, dat God dit misschien wel op haar hart had gelegd. Helemaal in de gloria deelde ze dit bij thuiskomst meteen aan haar ouders en zussen mee. 'Wauw, wat gaaf', moeten die hebben gezegd, 'dan willen wij hem ook leren kennen.' En: 'Jou kennende, zal het wel serieus zijn.'

Door allerlei praktische bezwaren kon ze Michael pas een jaar later opnieuw bezoeken; ze maakte er maar meteen een verblijf van drie maanden van. Intussen had de relatie zich verdiept. Maar als je blijft hangen in de fase van de liefdesbrieven, vreesde ze, bestaat het gevaar dat je in een fantasiewereld gaat leven. Het doel van dit bezoek was dan ook: erachter komen waar ze aan toe was, wat de mogelijkheden voor de relatie waren. Ze stelde hem van haar gedachten op de hoogte en aan het einde van de drie maanden vroeg Michael haar ten huwelijk.

Nu begon een lange strijd tussen verstand en gevoel, die uiteindelijk in het voordeel van het laatste is beslecht. Zij houdt van de persoon en niet van de situatie, zo verwoordt ze dat. Het is een leuke, slimme man, die mensen kan bemoedigen. Maar over zijn misdaad wil ze liever niet praten. Michael heeft op zijn negentiende eens na drie weken amfetaminegebruik twee mannen in een camper beroofd en doodgeschoten. Ze leest weleens verslagen over wat hij in die weken heeft gedaan, maar de afloop wil ze het liefst herschrijven. Dat zou ze overigens goed kunnen. In het dagelijkse leven is zij tekstschrijver.

Soepele bewakers

De enige keer dat Michael sinds zijn arrestatie de gevangenis uit mocht, was ook de enige keer dat zij hem zag zonder een glaswand tussen hen in. Het was de dag dat ze in een gemeentehuis in ondertrouw gingen. Vooraf had de directie gezegd: geen fysiek contact. Maar de bewakers waren soepel. Ze stonden hem toe om heel even zijn aanstaande te omhelzen. 'Hij heeft mij toen ook gekust', zegt ze. 'Dat was heel gaaf, een echte meevaller. Het zou ook wel raar zijn geweest om met iemand te trouwen die je nog nooit hebt aangeraakt.'

Het ja-woord hebben ze elkaar een dag later door de glaswand moeten geven. De gevangenispastor was aanwezig, de voorganger van de kerk van Denise, en van bruid en bruidegom elk een zus als getuige. Van geluk heeft ze weinig van de plechtigheid meegekregen, in het halve uurtje dat ze alleen werden gelaten, 'overheersten de verliefde gevoelens'. Daarna repte ze zich naar een nabijgelegen park, waar haar familie en haar nieuwe schoonmoeder de dienst samen hadden meebeleefd. Ze las er een toespraak voor die hij had geschreven. Vervolgens aten ze het lievelingskostje van Michael, dat zijn moeder speciaal voor de gelegenheid had bereid: kippenpoten, bonen, worteltjestaart.

Sinds twee jaar leidt Denise het bestaan van mevrouw Delozier. Het is een plezierig leven. Ze delen alles wat hen bezighoudt en fungeren als elkaars klankbord; zo zorgt hij ervoor dat zij in haar omgang met vrienden en collega's niet blijft hangen in vastgeroeste patronen. Tegelijkertijd is er het gemis en zijn er de vragen over de toekomst. Denise zal nooit stukmaken wat God heeft samengebracht. Maar soms nemen de zorgen de overhand en hoopt ze dat, als Hij toch van plan is om hen uit elkaar te trekken, Hij daar niet al te lang meer mee zal wachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden