Mijn morele kompas lijkt te haperen

Sander van Walsum (man, wit, 58) vraagt zich af waarom hij zoveel moeite heeft zich te verplaatsen in mensen die zich in Nederland slachtoffer voelen van racisme.

Beeld Illustratie: Ineke Goes

Mijn eerste ontmoeting met een zwarte stamt uit het midden van de jaren zestig, toen zwarten nog onbekommerd negers werden genoemd. Ik was een jaar of 7. Mijn ouders sympathiseerden hevig met Martin Luther King en diens nobele strijd tegen de rassenscheiding in het Zuiden van de Verenigde Staten. De meest gedraaide grammofoonplaat in mijn ouderlijk huis was de registratie van een optreden van protestzanger Pete Seeger in Carnegie Hall in 1963. Bij We shall overcome ging de volumeknop helemaal naar rechts.

Maar evengoed was Martin Luther King een neger. Zoals ook George uit Tanzania - de eerste zwarte in mijn leven - een neger was. Ik had weliswaar al menigmaal met Zwarte Piet van doen gehad, maar die had ik - ondanks zijn kroeshaar en zijn volle lippen - nooit als neger ervaren. En al helemaal niet als slaaf. Dat is geen mooipraterij achteraf van een schuldbewuste vijftiger. Nee, George en Zwarte Piet wekten bij mij geen enkele wederzijdse associatie. Als dat wel het geval was geweest, had George me ongetwijfeld angst ingeboezemd. Want voor Zwarte Piet was ik bang. Zwarte Piet was destijds de bad cop aan de zijde van good cop Sinterklaas. Niet omdat-ie zwart was, maar omdat hij bevoegd was om stoute kinderen in de zak te stoppen. Van Zwarte Piet ging iets stichtelijks uit.

Zwarten zijn opgewekte mensen

Niet van George. Hij studeerde diergeneeskunde in Utrecht, en liep enkele weken - met kost en inwoning - stage bij de veeartsenijpraktijk van mijn vader. Hij was klein van stuk, had flaporen, droeg tweedjasjes en wilde zich tijdens het werk niet vies maken. Als hij de staart van een koe omhoog moest houden, deed hij dat wijdbeens, ver voorover gebogen. Graag streek ik over Georges korte kroeshaar. Van mijn ouders mocht dat niet, want George was geen kermisattractie. Maar George zelf had er geen bezwaar tegen. Integendeel. Hij schaterlachte als ik het deed. Zoals hij ook schaterlachte toen de auto met hem achter het stuur - 'I'm an excellent driver' - midden op een drukke kruising kwam stil te staan. Hij zwaaide naar de automobilisten wier doorgang hij belemmerde.

Aan deze ervaringen verbond ik de conclusie dat zwarten opgewekte mensen waren met een zwak ontwikkeld arbeidsethos. En mijn waarnemingen weken niet zo heel veel af van die van mijn ouders. Die spraken liefdevol over George als over een kind dat nog een lange weg te gaan had. In welke bewoordingen zij dat deden, weet ik niet meer. Maar ik denk dat die nu als buitengewoon neerbuigend of zelfs als racistisch zouden zijn aangemerkt.

Er heerste een onuitgesproken maar vanzelfsprekend wit (ik zeg liever blank) superioriteitsgevoel - dat de Tweede Wereldoorlog en de dekolonisatie ongeschonden was doorgekomen. Racisme, of wat daar nu voor doorgaat, was overal. Bij oudere dames die er hun verbazing over uitspraken dat de eerste vrouwelijke presentator van het NTS Journaal, de van Curaçao afkomstige Eugènie Herlaar, 'niet Nederlands was'. Bij mensen die Surinamers, met de beste bedoelingen, complimenteerden met hun goede beheersing van de Nederlandse taal. En zelfs bij zendelingen en missionarissen die in 'donker Afrika' het licht van God lieten schijnen.

Toch zal niemand zichzelf destijds racist hebben genoemd. En slechts weinigen zullen ook maar het idee hebben gehad dat hun denk- en handelwijze voor racistisch zou kunnen doorgaan. Zoals het destijds ondenkbaar was dat een volstrekt onschuldig feest als Sinterklaas ooit als fout zou worden aangemerkt. Het is niet zo dat we destijds met Zwarte Piet ethisch hebben gesmokkeld. Nee: het besef dat hij een raciaal stereotype was, ontbrak ten enenmale. Ook bij degenen die, zoals het heette, 'maatschappelijk bewust' in het leven stonden. Piet zou legaal zwart zijn geworden in de schoorstenen van Nederland. Daar was, wat zijn huidskleur betreft, de kous mee af.

Beeld Ineke Goes

Intercultureel conflict

In een land dat zo ingrijpend van samenstelling is veranderd als het onze, houdt die mythologie uiteraard geen stand - nog afgezien van de omstandigheid dat de schoorsteen er in onbruik is geraakt. Een gedaanteverandering van Zwarte Piet is dan ook een maatschappelijke vereiste. Jammer is alleen dat er een bitter intercultureel conflict aan vooraf is gegaan. Kennelijk zijn we te ongeduldig om een traditie, waarin het vermogen tot aanpassing aan gewijzigde opvattingen besloten ligt, haar werk te laten doen. De klassieke Zwarte Piet was hoe dan ook aan erosie onderhevig. Binnen tien jaar zou de roet- of regenboogpiet er vanzelf zijn gekomen. Met behoud van de magie die hij nu mogelijk is kwijtgeraakt.

Slavernij was evenmin een thema waarbij Nederlanders zich sterk betrokken voelden. Al was het maar omdat slavernij door blanken was afgeschaft. Heel erg lang geleden, dus ook om die reden was er geen reden om er nog uitvoerig bij stil te staan. Ik las De hut van oom Tom toen dat boek nog verkrijgbaar was als De negerhut van oom Tom. Voor mij ging dat niet om een strijd tussen zwart en blank maar om een strijd tussen goed en kwaad. Net als de boeken over 'de oorlog' en de spannendste verhalen uit de Kameleon-cyclus.

De islam genoot weinig belangstelling - al helemaal niet als politiek relevant verschijnsel - maar de aandacht díe de islam kreeg, was overwegend positief. Mij staan nog de verhalen voor de geest over de verfijnde islamitische kunst, over de (betrekkelijke) tolerantie die zou hebben geheerst in het kalifaat van Córdoba en over het feit dat krijgsgevangenen ten tijde van de Kruistochten beter af waren bij de 'Mohammedanen', zoals moslims vijftig jaar geleden vaak werden genoemd, dan bij de christenen. Hedendaagse moslims genoten krediet om wat ze per definitie níet waren: communist. Zij stonden dus aan de goede kant van de enige scheidslijn die er tijdens de Koude Oorlog toe deed.

Beeld Ineke Goes

Haperend moreel kompas

In een tijd met zoveel gekantelde opvattingen, ben je als kind van de late jaren vijftig wel wat onthand. Je hebt soms het gevoel dat je morele kompas hapert. Dat het je ontbreekt aan empathie met mensen die problemen hebben met dingen waar jezelf helemaal geen problemen mee hebt. Je probeert je in hun gekwetstheid of boosheid te verplaatsen - want ook dat heb je van je ouders meegekregen - maar om de een of andere reden schiet je inlevingsvermogen toch tekort.

Dat hangt samen met het beeld van nationale voortreffelijkheid waarvan ik mij als Nederlander nooit helemaal heb kunnen losmaken. Ondanks een politieke moord en een religieus geïnspireerde moord. Ondanks de permanente aanwezigheid van protestpartijen. Ondanks de schrille toon waarmee we elkaar sinds een jaar of twintig de maat nemen. Eerst dacht ik nog dat we daarmee in een therapeutische behoefte voorzagen. Lekker schelden omdat dat vroeger niet mocht. Maar inmiddels moet ik vaststellen dat we niet meer zonder hyperbolen kunnen.

Alledaags racisme en witte onschuld

Antiracismewetenschappers Gloria Wekker en Philomena Essed, die Nederland waren ontvlucht, zijn herontdekt. Lees hier over de revanche van de antiracismewetenschap.

Onbevlekt Nederland

Maar toch. Het beeld van het onbevlekte Nederland raak je nooit helemaal kwijt. Misschien bescherm je jezelf daarmee tegen de beklemmende gedachte dat het land waarmee je je ooit vereenzelvigde er niet meer is. Dat onbevlekte Nederland was een land zonder daders. Afgezien misschien van Oostfrontstrijders en ander fout volk tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar dat waren dan ook landverraders. Mensen die zich van hun volk hebben afgewend en die vervolgens door dat volk zijn verstoten. 'Zuivering', was de veelbetekenende benaming van dat proces. Het gezuiverde volk hervatte opgewekt zijn beschavingsmissie. Om te beginnen in Indonesië.

Ook de verzorgingsstaat was een vorm van beschaving. Net als de sociale woningbouw, hoger onderwijs voor velen, een puike infrastructuur, de 0,7 procent van het bbp - of meer - voor ontwikkelingshulp, later ontwikkelingssamenwerking genoemd, al bleef het gewoon hulp. 'Een paar miljoen verstandige mensen in een bezopen wereld.' Zo noemde Wim Kan de Nederlanders tijdens zijn Oudejaarsavondconference van 1973. En daarmee gaf hij uitdrukking aan de stemming van dat moment - toen het rechtschapen land als straf voor zijn hulp aan Israël geen Arabische olie meer kreeg. Ook in dat martelaarschap voelde het zich uitverkoren.

Maar met dat positieve zelfbeeld waren de Nederlanders van toen slecht toegerust voor de multiculturele samenleving van nu. Want wie meent in een land zonder daders te leven, gaat ervan uit dat er geen slachtoffers zijn. Wie zich desondanks beklaagt over vooroordelen, etnische profilering, discriminatie op de arbeidsmarkt of slavernij wekt de verdenking zich aan te stellen of het slachtofferschap te koesteren.

Wie het heeft getroffen met zijn land kan slecht kritiek verdragen - zeker als die kritiek afkomstig is van 'buitenstaanders' (een rekbaar begrip in de multiculturele samenleving). Wie in de jaren zeventig mopperde op Nederland, kreeg al snel de aanbeveling om zich in Moskou te gaan vestigen. Tegenwoordig moppert (bijna) iedereen op Nederland. De een omdat Nederland niet meer is wat het was. De ander omdat Nederland niet is wat het pretendeert te zijn. De eerste brengt zijn eigen onbehagen in verband met de aanwezigheid van de ander, hetgeen tot uitdrukking wordt gebracht in de gangbare uitdrukking dat hij 'maar moet oprotten als het hem hier niet bevalt'.

Beeld Ineke Goes

Parallelle werkelijkheden

Nederland heeft zich ontwikkeld tot een land van parallelle werkelijkheden. En die werkelijkheden staan veel verder van elkaar af dan de wereldbeschouwingen van de vroegere zuilen. De rooms-katholieke Nederlanders hadden weliswaar een andere kijk op de Nederlandse Opstand dan de gereformeerden, maar ze hadden in elk geval nog een geschiedenis met elkaar gemeen. Dat is nu niet meer het geval.

Voor mij is de Tweede Wereldoorlog nog actueel omdat mijn ouders erover vertelden, en omdat ik in straten heb gewoond waaruit Joden zijn weggevoerd. Voor andere Nederlanders is de Tweede Wereldoorlog minder tastbaar dan bijvoorbeeld het kolonialisme of de slavernij. Voor mij is het paneel 'Hulde der Koloniën' in de Gouden Koets een onschuldig residu van een voorbije tijd, voor anderen getuigt het er juist van dat we onvoldoende afstand hebben genomen van ons koloniale verleden. Voor mij is etnisch profileren de uitzondering op de regel van gelijke behandeling, voor anderen ís het de regel. Voor mij is de keuze van Sylvana Simons voor Denk even onbevattelijk als de woede die ze ermee heeft gewekt, voor anderen laat de hele episode zien hoe ontheemd zij is geraakt in onze samenleving.

Pogingen om uit deze constellatie een nationaal verleden te wringen, zijn gedoemd te mislukken. Zo maakt het feit dat bij de Nationale Dodenherdenking per se kinderen van 'zwarte scholen' moeten opdraven op mij een nogal geforceerde indruk. Omgekeerd heb ik tot dusverre nooit de behoefte gevoeld om een bijeenkomst bij het Nationaal Monument Slavernijverleden bij te wonen. Dat zou een betrokkenheid - of schuldgevoel - vereisen waaraan het mij simpelweg ontbreekt.

Blanke onverbeterlijkheid

Voor Gloria Wekker, emeritus hoogleraar gender en etniciteit, getuigt deze houding van blanke onverbeterlijkheid. Voor haar is er geen genade van de late geboorte: mentaal zijn wij, blanken, nog steeds verbonden met een schuldige tijd. Of we ons ervan bewust zijn of niet en of onze voorouders een Indisch verleden hadden of niet, we zijn geconditioneerd door de koloniale cultuur.

Uit het feit dat Wekker met deze variant op de erfzondeleer, zoals Elma Drayer het in de Volkskrant noemde, bij mij een zekere ergernis oproept, is op te maken dat ze misschien wel gelijk heeft. Op z'n minst een beetje. Maar ik kan niet zoveel met dat gelijk. Want ik ben nu eenmaal een kind van mijn tijd en van een land dat nu niet meer bestaat. Daarvan kun je je hooguit rationeel losmaken - tot op zekere hoogte. Niet emotioneel.

Zo kan ik mij ook niet losmaken van het geloof in de redelijkheid en het zelfreinigend vermogen van onze samenleving waarmee ik ben opgegroeid. Via de weg der geleidelijkheid is een maatschappij ontstaan die niet perfect is, maar die in elk geval bepaalde sociale en rechtstatelijke waarborgen biedt. Als ik oude filmopnamen zie van zwarte Amerikanen die in Alabama en Mississippi de toegang tot restaurants of wachtkamers wordt ontzegd, word ik nog steeds boos. Van We shall overcome schiet ik nog steeds vol. Maar niet van de verhalen van mensen die zich in Nederland het slachtoffer voelen van racisme. Want zij zijn niet rechteloos. Tezelfdertijd sluit ik niet uit dat hierin het onbegrip doorklinkt van iemand wiens voorouders vrije burgers waren van een welvarend land. Die verwarring is het lot van late babyboomers die ouder worden in een ingewikkeld land.

Sander van Walsum is historicus en redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden