INTERVIEW

Mijn moeder zei: 'Die naam gaat tegen je werken in dit land'

Land van Afkomst Karin Amatmoekrim (38)

Welke rol speelt afkomst in Nederland? Robert Vuijsje onderzoekt het in een reeks interviews. Schrijfster Karin Amatmoekrim: 'Ik begreep al vroeg dat de ander een bedreiging vormt.'

Karin Amatmoekrim. Beeld Robin De Puy

Het gebeurde op wintersport. 'Ik was in Zwitserland met mijn man, die op wintersport gaat sinds hij 5 is, en met zijn vrienden, die daar ook al kwamen met hun ouders. Ik vond het allemaal nogal overbodig en koud, maar we zijn samen, dus ga ik met mijn man mee. Die dag moesten we met een sleeplift. Een lift zonder stoeltjes die je de berg op sleept. Ik durfde daar niet in met mijn snowboard.

''s Avonds bij de après-ski zei een vriendin van mijn man: Karin, probeer toch eens wat nieuws. Toen ben ik wel even ontploft. Eerst kom ik van de andere kant van de wereld naar Nederland, ik heb in arbeiderswijken gewoond en aan de grachtengordel, ik heb alle kanten van dit land gezien. Nu zit ik met mijn Surinaamse smoel in de sneeuw in Zwitserland, waar jullie al je hele leven skiën. En dan durven ze tegen mij te zeggen dat ik iets nieuws moet proberen? Dit ís voor mij iets nieuws. Voor mij zijn het niet de platgetreden paden van mijn ouders.'

Karin Amatmoekrim (Suriname, 1976) debuteerde in 2004 met Het knipperleven. In 2011 verscheen Het gym. 'Over een meisje uit een achterstandswijk dat naar het gymnasium gaat. Iedereen heeft een mening over de multiculturele samenleving, maar ze weten niet hoe het echt is. Ik heb het wel gezien, van bovenaf, van onderaf, ik wilde tonen hoe het er echt uitziet. Hoe wij in Nederland met elkaar omgaan. En dat is niet al te best.' In 2013 publiceerde ze De man van veel, een roman gebaseerd op het leven van schrijver en verzetsstrijder Anton de Kom.

Hoe oud was je toen je naar Nederland kwam?

'Ik was 4. We woonden in een flat in IJmuiden, daar kwam mijn stiefvader vandaan. Tot mijn 19de had ik zijn achternaam: Boersma. Zeewijk was het afvoerputje van IJmuiden en IJmuiden was al niet florissant. Onze buren waren vooral Turkse en Marokkaanse immigranten. De mannen werkten bij de Hoogovens, de vrouwen pelden garnalen. En er waren de Hollanders die daar al generaties woonden en in tien jaar hun buurt zagen veranderen. Ze hadden basically een teringhekel aan de nieuwkomers. Daar hoorden wij bij, hoewel we Nederlands spraken.'

Begreep je die teringhekel?

'Ik begreep dat het moeilijk was om de verandering te dragen. Het land dat ze kenden, waren ze kwijtgeraakt. In Zeewijk kende iedereen elkaar. Het was die echte Hollandse cultuur, zoals je die in de grote steden niet meer ziet. Ze heetten Wim senior en Wim junior en ze wisten allemaal dat die ene oom ooit met die buurvrouw naar bed was geweest. Het begon met de taal. Op straat, op de markt, overal hoorden ze een taal die ze niet verstonden. In de flat was niet veel ruimte, rond etenstijd roken ze Turkse kruiden die ze niet kenden. De hoofddoekjes werden de belichaming van die verandering, daar gingen ze op haten. Ik begreep al vroeg dat de ander een bedreiging vormt, ik heb me alleen verbaasd over de intensiteit van de woede.'

In gesprek

Schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Beste vriend) gaat voor V in gesprek met bekende en minder bekende Nederlanders over de rol die hun afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met comedian Salaheddine (Marokkaans) en Ajax-voetballer Kenny Tete (Mozambikaans en Indo).

Je kwam op het gymnasium.

'Mijn moeder en ik wisten niet eens dat zoiets bestond als een gymnasium. Het hoofd van de lagere school had het expliciet tegen haar gezegd. Anders was ik naar de scholengemeenschap gegaan waar mijn vriendinnetjes lbo-mavo deden. Het gymnasium was in Velsen-Zuid, richting Bloemendaal, waar de villa's stonden. Op die school zaten kinderen uit VPRO-gezinnen, de linkse rakkers die vonden dat ze solidair moesten zijn met de zwakkeren in de samenleving. Niet de mensen die daarvan de lasten moesten dragen.

'Op de diploma-uitreiking van het gymnasium voelde ik hoe trots mijn moeder was, ik werd de eerste in de familie die ging studeren. Ik keek op dat diploma en zag de naam Boersma staan, van de man die mijn jeugd zo had verpest. Dit moet ik op de naam van mijn moeder doen, dacht ik, de vrouw die mij heeft gemaakt en gesteund. Mijn moeder wilde niet dat ik mijn naam veranderde. Ze zei: die naam gaat tegen je werken in dit land.'

Van Boersma naar Amatmoekrim is geen kleine stap.

'Nee, maar je naam is wel belangrijk. Het is een van de zichtbaarste pijlers van je identiteit. Ik heb geen loyaliteit aan de naam Boersma en ook niet aan de naam van mijn echte vader. Die heet Lie Kwie Sjoe, minstens even moeilijk te spellen als Amatmoekrim. Iemand vroeg laatst: gaat je nieuwe boek weer over Suriname? Nee, zei ik, het gaat over mijn vader. Toen zei die ander: aha, over Suriname dus. Nee. Suriname is niet een allesomvattend thema, hoewel het daar in Nederland wel vaak toe wordt gereduceerd. Die afkomst wordt gezien als een beperking. Terwijl het juist een verrijking is: je kent meer werelden dan een ander. In de laatste tien jaar heb ik vijf boeken geschreven en ik merk dat er nog steeds een enorme blinde vlek is voor wat niet past binnen een afgebakend hokje. Dat raakt me, want het staat haaks op wat literatuur zou moeten zijn: het verbreden van je blik.

'In buitenlandse boeken is de veranderende maatschappij als onderwerp veel vanzelfsprekender. In Nederland blijft het statisch, hetzelfde als veertig jaar geleden. Alsof dit land niet is veranderd. Schrijvers zoals Salman Rushdie, Teju Cole of Zadie Smith worden in Nederland pas gewaardeerd nadat ze in het buitenland applaus hebben gekregen. De Nederlandse varianten van dat soort boeken horen bij de migrantenliteratuur, met hun eigen hoekje. Alsof ze niet bij de echte literatuur horen.'

Nederlands
'In Suriname. Ik praat daar overwegend Nederlands, omdat ik in het Surinaams zo'n zwaar accent heb dat ik word uitgelachen.'

Surinaams
'Wanneer ik mijn kinderen opvoed of als ik mijn vrienden hun kinderen zie opvoeden. Hollanders kunnen dat niet.'

Eten
'Krab met Chinese biersaus.'

Partner
'Een Nederlandse Amerikaan met blond haar en blauwe ogen. Hij is voor mij exotisch.'

Mohammed-cartoons
'Natuurlijk mag het, maar is het echt nodig? Ik vind het schofterigheid, verscholen achter een masker van vrijheid van meningsuiting.'

Hoe komt dat?

'Het is teleurstellend dat ook in intellectuele kringen gemakzucht zo aanwezig is. Het kan ook zelfoverschatting zijn en ijdelheid. Denken dat het belang van het eigen inzicht groter zal zijn dan het in werkelijkheid is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.