Column

Mijn minst efficiënte vakantie ooit

De verzamelbandjes waren goed.

Peter Buwalda
Autosnelweg in Frankrijk. Beeld afp
Autosnelweg in Frankrijk.Beeld afp

Als u dit leest, zitten we in de auto naar Bordeaux. Mijn idee, want daar was ik lang geleden al een keer geweest. Nou ja, geweest, geweest: één nacht om precies te zijn, ik heb Bordeaux aangetikt, meer niet, en wel tijdens mijn minst efficiënte vakantie ooit.

Dat was met Mick Visser, we kwamen 's avonds om kwart over negen in Bordeaux aan, tegen middernacht stond onze tent en de volgende ochtend moesten we er onmiddellijk weer vandoor, terug naar Enschede. De dag erna werd ik geacht te verschijnen ten burele van Bert Groenman, mijn oude chef, wiens colbertje ik een paar columns geleden nog in Amerika had laten hangen, dus ik kon maar beter op tijd komen.

Mick en ik naar Bordeaux, het was een plan waarop vrienden en familie destijds bezorgd en zelfs geschokt reageerden. Waarschijnlijk lag dat niet zozeer aan Mick, en ook niet aan mij, maar aan ons sámen, een combinatie die inderdaad kon uitdraaien op een singulariteit van verstrooidheid en nonchalance. (Singulariteit (de (v.)) 1. (psychiatrie) zwart gat waarin alle gezond verstand en inschattingsvermogen die een vakantieganger kan gebruiken voor altijd verdwijnen.)

Kom kom, we gingen niet naar Jupiter. Bordeaux, dat is bij Oostende naar het zuiden, een kwestie van de plaatselijke oceaan aan je rechterhand houden, en vooral dóórrijden en je bochten goed aansnijden, want helaas hadden we maar vijf dagen.

Dus stond ik op de vertrekdag al om elf uur 's ochtends uit het raam te kijken, waar bleef die teringlijer nou? Die arriveerde pas om half vier 's middags, hij was zijn bankpasje kwijt, nog steeds eigenlijk, maar hij had ondertussen wel wat leuke verzamelbandjes opgenomen. Gek genoeg kregen we de slappe lach, die pas luwde toen we diep in Wallonië twee zakken patat probeerden af te rekenen en mijn bankpasje het niet deed. Ligt aan de Belgen, wisten Mick en ik heel erg zeker, wat misschien cultureel bepaald is.

Maar het lag niet aan de Belgen. Ik en mijn pasje liepen aan de leiband van een persoonlijk krediet, legde een gestropdaste meneer van Le Crédit Lyonnais uit toen we min of meer per ongeluk in Parijs waren beland.

Onze tweede dag ging verloren aan honger lijden langs de Seine en bellen met het vaderland. Via slinkse monetaire routes lukte het Micks vader om 300 gulden naar Le Crédit Lyonnais te sluizen, wat mooi was, want de volgende ochtend moesten we nog even ergens zonnebrand kopen, en een luchtbed, en badmintonrackets.

De vakantie kon beginnen!

Zowel Mick als ik waren destijds 29 jaar oud, wat het alleen maar raadselachtiger maakt dat we de volgende dag - dag drie dus - toch nog besloten om helemaal naar Bordeaux te rijden. (Zie alinea twee.)

De terugweg is onvergetelijk, die voerde over vrijwel alle B-wegen die Frankrijk in de aanbieding heeft, want we hadden geen geld meer voor tol. Na vijftien uur asfalthappen belde ik bij een Luiks tankstation met een gehaktstaaf in mijn hand naar Bert Groenman, mijn oude chef. Het was inmiddels half vier 's nachts. Beter even zijn antwoordapparaat inspreken dat ik morgen wat later op de zaak kwam, had ik bedacht, hopend, nee bíddend dat hij niet zou opnemen.

Maar ja, u kent Bert, dat was een journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden