Mijn grote angst is dat het 'witte zelfbewustzijn' zal zegevieren

Beeld de Volkskrant

Ik heb ze onder mijn beste vrienden. Blanken. Witten. Toch zal ik niet snel aan ze denken als blanken, en al helemaal niet als witten, omdat de vriendschap voorgaat. Ik verbeeld me dat zij op hun beurt bij een ontmoeting niet de hele tijd juichen: 'O, wat ben ik toch blank (of wit).' Omgekeerd weet ik van mezelf dat ik soms helemaal mijn gemengde afkomst vergeet, zoals je dat kan gebeuren met sleutels. We drinken samen wijn, we wisselen gegevens uit over een wederzijdse kennis, we roddelen. Het etnische verschil dringt zich dan in het geheel niet aan me op.

Ik heb ook zwarte en bruine vrienden, en ook die staan niet in mijn geheugen gerubriceerd op kleur. Tegenover derden wil ik ze nog wel eens omschrijven als Surinaams of Antilliaans, maar eigenlijk vind ik dat al te objectiverend. Want het zijn bijna allemaal Nederlanders, met een bijbehorend paspoort, en de nabijheid die ik ervaar verdraagt niet dat ik ze als buitenstaanders opvoer.

De NOS heeft sinds kort een 'voorkeursbeleid' ontwikkeld, waarbij de omroep 'bij voorkeur wit gebruikt in berichten, omdat blank in tegenstelling tot zwart een positieve connotatie heeft.'

Ik zou nu razend boos moeten worden vanwege deze voorkeur, deze 'gedachtenpolitie' die voorschrijft hoe we de werkelijkheid moeten benoemen, maar ook dat lukt me niet. Het woord 'blank' is bij de NOS niet verboden, ze hebben daar besloten dat 'wit' objectiever of neutraler is, omdat blank zou lijken op 'rein' en 'schoon' en dus een voortdurende zelffelicitatie in zou houden. Wie blank zegt, geeft zichzelf iedere keer weer een zoen.

Ik geloof er niets van, al weet ik maar al te goed dat woorden ertoe doen. Ik ben een taalfetisjist, en dus gevoelig voor alle nuances die tot uitdrukking kunnen worden gebracht. Een tijd lang is de kreet van de Franse dichter Stéphane Mallarmé (1842-1898) mijn slogan geweest: 'De taal veranderen is de wereld veranderen.' Dat is niet helemaal waar, want de woorden en de werkelijkheid staan in een gecompliceerdere verhouding tot elkaar. De tafel wordt geen stoel, als je de stoel maar consequent als tafel aanduidt. Nu denk ik: een zekere nonchalance in de taal, dat geeft lucht en zuurstof.

Ik ben opgegroeid in een tijd dat je mensen nog vaak kon horen spreken over 'homofielen'. Dat klonk in mijn oren verdacht, want ik meende te horen dat zulke sprekers zoveel afstand namen van hun onderwerp dat hun afkeur er doorheen klonk. Dat was lang niet altijd het geval, het wemelde in die tijd van de christelijke zegslieden met steun voor 'de homofiele medemens'. De geschiedenis heeft ervoor gezorgd dat 'homofiel' nu een beetje suspect klinkt. Het platte 'homo' heeft het pleit gewonnen. Niet omdat er van hogerhand een voorkeursbeleid werd verordonneerd, maar omdat op de vrije markt van de uitwisseling de gevoelswaarde van het ene woord het won van het andere.

Lang geleden zat ik bij een radicale homogroep, en daar hadden we bedacht dat we heteromannen zouden aanduiden als 'vieze, vuile vrouwenneukers.' Dat was geestig en rebels en een omkering van waarden, maar niemand verwachtte serieus dat heteromannen zichzelf zo zouden noemen.

Er is een groot verschil tussen de naam die een minderheidsgroep voor zichzelf kiest, en de aanduiding die ze aan derden wil opdringen. Ik heb altijd een verschrikkelijke hekel gehad aan het begrip 'allochtoon', ook omdat het over mezelf zou gaan. Maar mensen die zichzelf per se als 'autochtoon' willen omschrijven, laat ik rustig hun zegje doen.

Maar nu dit: er zijn wat zwarte en gekleurde en ook witte mensen, die vinden dat alle blanken 'witten' moeten heten. Zo is het al gebeurd dat een witte man mij bestraffend toesprak over het feit dat ik het woord 'blank' in de mond nam. Ik gemengd, hij blank Nederlands, en hij dus toch weer ouderwets superieur. Ik vond dat geen opsteker.

Mijn grote angst is dit: dat al die 'blanke' mensen ook daadwerkelijk 'wit' gaan worden, en dus de hele dag bezig zijn met die identiteit; dat ze er van de weeromstuit ook nog eens 'trots' op worden, en er werk van gaan maken. De onschuld en de slordigheid zijn dan definitief overwonnen. En het 'witte zelfbewustzijn' zal zegevieren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.