Míjn generatie, dat was de 'pretparkgeneratie'

Ze maken ieder goed gesprek onmogelijk met hun geblèr, worden bedolven onder speelgoed en spelen urenlang apathisch games. Elke vakantie gaan ze skiën of bungeejumpen, want als kinderen niet telkens nieuwe kicks krijgen raken ze verveeld. 's Ochtends zitten ze al achter een zak patat, en klokken ze 'vloeibare suiker' naar binnen. Hun ouders vinden dat allemaal best.

Omdat ze allebei werken, hebben ze geen tijd voor hun kind en zijn blij als hij rustig zit te gamen of te vreten. Die tweeverdieners zijn zó rijk, dat ze van gekkigheid niet weten wat te doen met hun geld. Als hun kinderen opgroeien gaan ze bushokjes vernielen, zuipen ze zich in coma of schieten ze hun leraren dood.

Ziehier de 'pretparkgeneratie'. Onder deze metafoor schaart Aryan van de Leij in zijn gelijknamige boek alles wat hem tegenstaat aan 'de jeugd van tegenwoordig' en hun ouders. Hij zag het verval, vanaf zijn eigen fijne jeugd in de jaren vijftig, hoofdschuddend aan. Toen hadden ouders hun kroost er nog onder, was de kinderwil er om te breken en vormden moeders, buurvrouwen en tantes nog één vijandig front als je iets uitvrat, hoofdschuddend aan. Hij kan het weten, want hij is emeritus hoogleraar orthopedagogiek. Ervaringsdeskundige bovendien, want hij voedde kinderen in maar liefst twee gezinnen op (dat ouders steeds vaker scheiden, drukt de kinderpret helaas behoorlijk).

Arme Van der Leij, in wat voor hel moet hij leven. Een bezoekje aan een kinderdagverblijf doet hem krimpen van ellende. Daar hoort hij een oorverdovend, 'narcistisch' gekrijs van peuters die elkaar de blokken en driewielers uit handen rukken. 'Kinderconcentratiekampjes' noemt hij crèches. Ja, die man heeft humor.

Hij laat met die term fijntjes weten dat leidsters die hun best doen om kinderen te leren praten, zingen en knutselen, eigenlijk kampbeulen zijn. En dat mensen - het is vandaag, als ik dit schrijf, 4 mei - die een concentratiekamp hebben overleefd én de miljoenen die het niet overleefden, eigenlijk een paar jaar werden uitgehongerd en gemarteld in een crèche.

Aan feiten heeft de voormalig onderzoeker geen boodschap. Anders dan zijn ijverig verzamelde krantenknipsels suggereren, is er geen sprake van een golf van criminaliteit en moord onder jongeren. De cijfers zijn jaren stabiel; in Amsterdam daalde de jeugdcriminaliteit afgelopen jaar. Het gemiddelde anderhalfverdienersgezin is allesbehalve rijk; tickets voor een dagje EuroDisney met het gezin (120 euro) zitten er voor de meesten niet in. De welvaart steeg, maar werd teniet gedaan door de huizenprijs - die sinds Van der Leij's generatie z'n eerste huis kocht, vervijftienvoudigde - en de dure kinderopvang.

Gek, maar 'pretparkgeneratie' lijkt mij een veel betere typering voor míjn generatie, puber in de vroege jaren zeventig. Je lam zuipen op schoolfeesten, roken en blowen op het schoolplein, zelfs in de klas. Je leraar Klaas noemen en met hem naar bed gaan.

Op je veertiende drank kopen, rondcrossen op opgevoerde brommers zonder helm, vier weken zonder bericht door Europa liften - alles moest kunnen. Na het eindexamen - met, inmiddels afgeschaft 'pretpakket' - volgden heerlijke jaren van godsliederlijk nietsdoen aan de universiteit, gratis wonend in een kraakpand, met riante studiebeurzen, vrijwel geen collegegeld en onbeperkte studieduur. Goed, toen die studie eindelijk klaar was, waren er geen banen, want die werden bezet door babyboomers als Van der Leij. Maar dat gaf niks. Dan noemde je je plechtig 'bewust baanloos'; op vertoon van je bul kreeg je een uitkering waarvan je ruim kon leven.

Van dat pretpark is niets over. Er mag steeds minder, en meestal terecht. Wie nu afstudeert in de orthopedagogiek vindt vrijwel zeker geen baan en geen huis, en mag bier tappen of nachtportier zijn, om de kamerhuur van 500 euro op te brengen en de torenhoge studieschuld af te lossen.

Dat doen de twintigers om mij heen, zonder morren. Ze mogen dan als kind twintig barbies hebben gehad en honderd games, ze kregen misschien iets te weinig 'nee' te horen, verwende zeurpieten zijn er doorgaans niet uit gegroeid. Misschien komt dat wel doordat de relatie tussen ouders en kinderen de laatste decennia zoveel liefdevoller is geworden.

Kinderconcentratiekampjes. Door zo'n woord te verzinnen maakt Van der Leij zich schuldig aan precies datgene wat hij in zijn zure boek bestrijdt: hysterie, extreem gedrag en gebrek aan moraal.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden