'Mijn ego zat gevangen in verlegenheid'

'Als kind was ik extreem verlegen', zegt 'provocateur' Anton Dautzenberg. De afgelopen jaren trok hij de aandacht met verzonnen interviews, het doneren van een nier aan een vreemde en zijn lidmaatschap van Martijn. Met zijn roman Extra tijd oogst hij opeens veel lof.

In Tilburg-Noord komt tenminste niemand op bezoek. Te ver weg van alles, zegt Anton Dautzenberg. 'Ik woon in een lelijke flat in een troosteloze buurt. Alleen mijn vriendin komt langs, twee keer in de week. Helemaal goed. Kinderen, nee hoor, bah bah. Samenwonen wil ik ook niet. Ik vind het lekker om alleen in bed te liggen.'


In de gang staat een grafsteen, die van zijn opa. Na dertig jaar werd het graf geruimd en Dautzenberg vond het zonde de steen te laten vernietigen. Met drie man sjouwden ze hem de galerijflat binnen. Aan de muur hangen foto's die zijn broer maakte en een kunstwerk van houten latjes en tape, gemaakt door een neefje. Dautzenberg is graag hier, zegt hij, liggend op de bank met zijn schoenen uit. 'Weinig prikkels. Dat vind ik fijn. Dat het hier niet mooi is, maakt me niet uit. Het gebeurt in m'n hoofd.'


Van Anton Dautzenberg (44) weten we een paar dingen. In drie door hem geschreven interviews in de VPRO Gids presenteerde hij Lemmy Kilmister, basgitarist van Motörhead, als monetair deskundige. De interviews bleken later weliswaar plaats te hebben gevonden, 'maar alleen in mijn hoofd', zei Dautzenberg. De VPRO Gids moest rectificeren. In een ander interview in de gids beschreef hij tot in detail het uitknijpen van een mee-eter bij de geïnterviewde schrijver Arnon Grunberg. Ook verzonnen.


Daarna zat Dautzenberg opeens bij Pauw & Witteman, omdat hij een nier had gedoneerd aan een wildvreemde - het onderwerp van zijn eerste roman, Samaritaan. Dat was dan weer wél waar, al moest de schrijver de redactie van Pauw & Witteman zijn littekens laten zien voor de uitnodiging definitief werd. De meeste ophef veroorzaakte Dautzenberg met zijn lidmaatschap van de inmiddels verboden pedofielenbelangenvereniging Martijn. Hoewel zelf geen pedofiel en verklaard tegenstander van kindermisbruik, voelde hij de noodzaak zich te verzetten tegen de 'heksenjacht' op pedofielen.


'De zoveelste pretfiguur', werd hij genoemd door Parool-criticus Arie Storm, door anderen een aandachtstrekker en een provocateur. Het communicatiebureau van Dautzenberg, die is opgeleid als econoom, kreeg geen opdrachten meer na de ophef rond Martijn. 'De afgelopen drie maanden had ik geen inkomsten. Ik leef van mijn spaargeld. Gelukkig ben ik niet zo materialistisch ingesteld.'


Nu is er een nieuwe roman, Extra tijd. Een roman die zeer lovend is besproken en is omschreven als volstrekt origineel, eerlijk en integer. De eerste druk was binnen een paar weken uitverkocht. Het is niet moeilijk om in het hoofdpersonage Marcel Meulenberg de schrijver zelf te herkennen.


Ook hij groeide op in Zuid-Limburg, in een arbeidersgezin waar het vooral draaide om voetbal, Roda JC in het bijzonder. Ook hij heeft weinig met zijn tweelingbroer ('Ik wil er niet negatief over zijn, maar hij koopt merkhorloges en ik heb géén horloge, snap je?') en ook hij is, net als Dautzenberg, schrijver, veertiger, Reve-adept en depressief. En ook zijn vader stierf drie jaar geleden aan kanker. Het debuut van Dautzenberg, de verhalenbundel Vogels met zwarte poten kun je niet vreten, is aan hem opgedragen. In Extra tijd draait het om zijn afscheid. Precies die weken strijdt Roda JC tegen degradatie uit de eredivisie. Het is de levenslijn van zijn vader. Als Roda JC nog in de race is, dan zijn vader ook, gelooft Marcel.


In elk artikel over u, gaat het eerst over uw verzonnen interviews...

'En dan de nier, en dan Martijn.'


Pas daarna gaat het over uw boeken.

'Dat is wel heel zwart-wit. Maar ja, misschien vinden de media het leuk om mij op die manier te benaderen. Aan elke schrijver moet tegenwoordig een labeltje worden gehangen.'


Dat is ook wel een beetje aan uzelf te wijten, toch?

'Ik klaag er verder ook niet over. Als ik met een roman kom over mijn nierdonatie, valt dat op. Maar daar is het mij nooit om te doen geweest. Die donatie was al in gang gezet voor ik ook maar een contract had voor mijn eerste boek. Ik vind het gewoon prettig om te kijken hoe conventies werken en waarom ze zo werken. Ik probeer mezelf los te maken van de wereld om mij heen.'


U bent goed in het zoeken van publiciteit.

'Ik weet niet of dat zo is, maar stel dat: wat maakt het uit? Naamsbekendheid levert niks op, behalve gezeik. Een boekwinkel denkt: o, dat is die van de pedofielenvereniging. Als ik publiciteit zou willen creëren om meer boeken te verkopen, zou ik het anders moeten aanpakken. Bij de uitgeverij zeggen ze dat ik niet over Martijn moet praten, maar ik doe het toch. Pedofilie is zo oud als de mensheid. Het hoort bij de mens, het is een constante, en toch accepteren we het niet. In het ene decennium zijn we er overigens veel feller tegen gekant dan in het andere decennium. Ik vind dat interessant.'


Er is een verschil tussen schrijven over het taboe op pedofilie en zélf lid worden van Martijn, een vereniging die streeft naar acceptatie van seksuele relaties tussen volwassenen en kinderen. De aandacht richtte zich ineens op u. Waarom was dat nodig?

'Ik heb een platform gekregen om grote stukken over dit onderwerp te schrijven, in de Volkskrant en De Groene Amsterdammer. Ik heb op televisie verkondigd dat ik het niet eens ben met deze heksenjacht. Ik ben even gestopt met me actief met de vereniging te bemoeien toen mijn familie werd lastiggevallen. Inmiddels ben ik er weer actief mee bezig. Ik heb net nog een verweerschrift zitten lezen.'


Leidt het niet erg af van uw literaire werk?

'Het hóórt bij mijn literaire werk. Literatuur hoeft niet per se binnen de twee kaften van een boek gestalte te krijgen.'


Dus uw lidmaatschap van Martijn is literatuur?

'Ik vind het als schrijver heel erg dat mensen niet op hun daden worden veroordeeld maar op hun dromen, fantasieën en verlangens - dingen waar ze niets aan kunnen doen. Ik vind dat bizar en verschrikkelijk. Het past niet bij een vrije samenleving. Dus daar maak ik me sterk voor. Straks mag je als schrijver ook niet meer fabuleren, om het zo maar te zeggen, over onderwerpen die maatschappelijk gevoelig liggen. Dus in die zin heeft het zeker een literair aspect, ja.'


Wat was voor u de reden, eerlijk en kort graag, om een nier te doneren aan een onbekende?

'Ik kan je er niet direct een antwoord op geven. Het is een combinatie van motieven. Ik kom er niet goed uit. De ene keer denk ik: ik deed het omdat ik mijn vader zag sterven en hem niet kon helpen. De andere keer denk ik: het is een daad tegen de bekrompenheid, een anarchistische daad. Ik weet het niet en het is ook niet relevant. Motieven zijn altijd onzuiver. Ik heb iemand geholpen, maar ik moet me constant verantwoorden. Men vindt het doodsverachting, onverantwoord, aanstellerij.'


Doodsverachting is het ook een beetje, toch?

'Absoluut. Hetzelfde geldt voor iemand die met een parachute uit een vliegtuig springt en voor iemand die in Afghanistan om bermbommen heen gaat lopen. De kans dat ik zou overlijden was één op de drieduizend. Ja, ik ben gefascineerd door de dood. Dit was een manier om de dood te verkennen en iets dichterbij te halen, als een soort vriend. Het lijkt me vervelend om te sterven en de dood als vijand te beschouwen.'


Hoe zag uw vader dat?

'Je gaat maar één keer dood, dat moment breekt aan, dus daar maak je wat van. Want het gebeurt tóch. Wij hebben er heel veel over gepraat en om gelachen. Je hoeft het allemaal niet zo zwaar te maken.'


Als de dood al niet zwaar is, wat dan wel?

'Niks. Ik relativeer eigenlijk alles. Ik noem mezelf een optimistisch nihilist. Voor de mensen in mijn omgeving probeer ik zo aardig mogelijk te zijn, maar een abstractieniveau hoger ben ik een nihilist.'


Provoceerde u altijd al?

'Nee. Ik was vroeger heel verlegen. Extreem verlegen. Als klein kind zat ik onder de tafel. Tot mijn 30ste heb ik me verstopt. Misschien heeft het daar ook mee te maken hoor, mijn ego zat ontzettend lang in die verlegenheid gevangen. Op een gegeven moment ging de beerput open en kwam er misschien meer bravoure uit dan goed voor me is. Soms overschreeuw ik mezelf en doe ik me assertiever voor dan ik ben. Daarna zit ik weer drie dagen alleen thuis om de accu op te laden.'


Wat houdt dat in, extreme verlegenheid?

'Ik kon mensen niet aankijken. Ik durfde winkels niet binnen. Ik was overbewust van mezelf. Ik dacht dat iedereen mij zag. Ik durfde niets te zeggen. Ik wilde onzichtbaar zijn. Of blind, zodat ik de blikken van anderen niet kon zien. Het ging heel ver.'


Hoe functioneerde u dan?

'Door mijn intelligentie redde ik me, op school. En voetbal. Ik heb tot mijn 20ste gevoetbald. Dat team, de regels, het werkte als een soort harnas. Voetbal is een manier om ergens te aarden. En ik las ontzettend veel. Dat was voor mij echt een troost. Thuis werd er niet over gevoelens gepraat. Sinds het overlijden van mijn vader wel, trouwens, dat is helemaal goed gekomen. Ik bel iedere dag met mijn moeder.'


Wilde u na de middelbare school graag weg uit Limburg?

'Ik moest wel weg daar. Het is een cliché, maar ik voelde me gevangen. In een milieu waar ik, gezien wat ik in mijn mars had, niet paste.'


De eerste jaren dat hij in Tilburg woonde en economie studeerde, was zijn verlegenheid nog steeds 'heel erg', zegt Dautzenberg. Werkcolleges meed hij.


'Toen ik afstudeerde aan de universiteit had ik heel lang haar, een soort gordijn. Daarachter verstopte ik me. Andere mensen vond ik bedreigend. Na mijn afstuderen had ik een baan, maar ik meed vergaderingen. Ziekelijk verlegen, en daarbij ook nog depressief. Op een gegeven moment, ik was rond de 30, verlamde ik totaal. Ik heb een jaar thuis gezeten en kon niks meer. Toen zei ik tegen mezelf: genoeg. Ik heb hulp gezocht, ben begonnen met antidepressiva en liet mijn haar knippen. Met die medicijnen had ik moeite, in het begin, ik zag het als falen. Maar het hielp ontzettend. Heerlijk. Ik heb twee keer geprobeerd te stoppen, maar dat ging helemaal mis. Dan lag ik dagen in bed. Drama.'


In Extra tijd is voetbal, Roda JC, het enige wat de hoofdpersoon verbindt met zijn vader.

'Natuurlijk heb ik het uitvergroot, maar ik denk dat voetbal het belangrijkste communicatiemiddel was in mijn jeugd, tussen mij en mijn vader. Je kunt zeggen: wat fijn dat je een communicatiemiddel hebt gevonden. Je kunt ook zeggen: het is heel beperkt. Ik kijk er niet met wrok op terug. Iedere familie heeft plussen en minnen. Ik zie er ook de romantische kant van in. Voor mijn vader stierf, ben ik drie maanden bij mijn ouders gaan wonen. Roda JC speelde nacompetitie. Het was fijn dat dat er was, op dat moment. Hartstikke fijn. Je kunt dat als eendimensionaal contact typeren, maar ik ken genoeg mensen van mijn leeftijd die helemáál geen contact meer hebben met hun ouders. Als dat voetbal het enige instrumentarium is dat hij bezit, waarom zou ik daar dan moeilijk over doen? Waarom zou ik hem op mijn as dwingen?'


Hebt u dat geprobeerd?

'Natuurlijk heb ik dat geprobeerd, maar dat is een ongelijke strijd. Mijn vader ging op zijn 15de de fabriek in, bij Philips, en heeft daar veertig jaar gewerkt. Verder was hij vooral met voetbal bezig. Op andere gebieden heeft hij zich veel minder ontwikkeld, hoewel het geen domme man was. Ik kan wel zeggen: je bent mijn vader, je moet mee op mijn as, maar dat heeft geen zin. Zo'n claim kun je veel beter loslaten. Dat levert veel bevrijding op.'


VOLKOMEN ORIGINEEL

Simone van Saarloos over Extra tijd in de Volkskrant (****):

'Dautzenberg begon zijn vorige roman, Samaritaan, met de woordenboekdefinities van altruïsme, masochisme, egoïsme en anarchisme. In Extra tijd worden deze begrippen ook onderzocht, maar subtieler. Vaders oorlogsverleden speelt een rol, het overzichtelijke voetbal en de koiboi-films ordenen de ongrijpbare dood en de 'literaire trucjes' - zoals een filmscript - geven de ontwikkeling van Marcel overtuigend vorm. Extra tijd is volkomen origineel. Dautzenberg levert een literaire prestatie waartegen de reuring omtrent zijn anonieme nierdonatie en Martijn-lidmaatschap bleek afsteekt.'

CV A.H.J. DAUTZENBERG

1967 Geboren op 13 december in de Vrouwenvroedschool te Heerlen, opgegroeid in Schaesberg (Landgraaf) Opleiding: economie en Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Tilburg


2010 Debuut Vogels met zwarte poten kun je niet vreten (verhalen)


2011 Roman Samaritaan


2011 Rock € roll - Economie voor en door leken verklaard (bundel verzonnen interviews)


2012 Extra tijd


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden