Mijn eerste en laatste demonstratie

Daden zeggen altijd meer dan woorden

Politieke framing, heet het trucje dat Wilders continu de leidende rol geeft in het debat. In een fantastisch extract in de NRC van het binnenkort te verschijnen boek De woorden van Wilders en hoe ze werken, van Jan Kuitenbrouwerkan men de mechanismen ervan lezen. Het komt er kort op neer dat reageren op de woorden van Wilders nooit succes heeft omdat het altijd gebeurt op zijn terrein. Voor uitleg kunt u Kuitenbrouwer lezen, maar wat wordt bevestigd is wat menigeen al een hele tijd voelde: men mist eenzelfde krachtige taal die de andere kant belicht. Als weerwoord zouden ook de opponenten van Wilders op eenzelfde manier de realiteit moeten herdefiniëren en framen.

Gezellig
Daden zeggen altijd meer dan woorden. ‘We gaan demonstreren meiden, gezellig hè?’ ‘Waarom dan?’ In ons huishouden wordt nooit gedemonstreerd, dus bij deze nieuwe wending was er dringend behoefte aan uitleg. ‘Nou eh, Wilders komt naar Groningen.’ Ik probeerde er een leuk uitje van te maken voor mijn dochters; een dagje naar Groningen voor de anti-racismedemonstratie van ‘Groningen bekent kleur’. ‘Kut Wilders rot op’. De jongste had er al duidelijk zin in maar keek toch maar even of ze te ver was gegaan methet woordje ‘kut’. Hm, hoe leg ik uit dat we gaan demonstreren en nergens tegen zijn maar ergens voor? ‘Wilders is niet kut en hoeft niet op te rotten.’

Ik zag de verwarring. Zucht. Demonstraties zijn niet mijn ding. Ik ben tegen het tegen iets zijn. Het is niet authentiek. Je reageert. Je bent afhankelijk van de ander. Je kunt niet blijven theoretiseren. Soms moet je kunnen zeggen: been there, done that, niets voor mij.
Het miezerde behoorlijk in Groningen, maar ik probeerde de moed erin te houden en liet ons door een taxi naar de Grote Markt vervoeren. Als ik niet had geweten waar die was, had ik die nooit kunnen vinden, omdat er een grote kermis stond. Ik zocht naar de andere demonstranten en zag ze ingeklemd tussen winkelend publiek en de achterkant van de kermis.

Geheim
Dit leek eerder op een geheime demonstratie. Er was een vergunning om te demonstreren tussen elf en twaalf uur. Wilders kwam om half een. Ik zou spreken en werd zenuwachtig.
Er was een harde kern die deze demonstratie had georganiseerd, voornamelijk bestaande uit jonge studenten. Ze hadden enorm hun best gedaan op het organiseren en bedrukken van T-shirts waarop een positieve boodschap stond: I hart Ali met een rood hartje dus en op de andere I hart Ingrid.

De oudste dochter hielp mee een enorm spandoek hoog te houden waarop stond: ‘Nee tegen racisme. Groningen bekent kleur.’ De jongste hield een kartonnen bord hoog met ‘Fuck Racisme, wij staan voor solidariteit’, waarmee ze fanatiek heen en weer liep tussen het winkelend publiek. Ze was zo enthousiast dat ik vond dat ik het niet kon maken haar te verbieden met zo’n bord te lopen.

Kort
Toen was ik aan de beurt. Ik hield het kort. Ik moest door een megafoon praten en vergat telkens op het knopje te drukken. Toch kreeg ik de meeste mensen zover om een experiment aan te gaan: houd degene die naast je staat en die bij voorkeur een vreemde voor je is, een minuut lang vast in een innige omstrengeling. De gedachte erachter was dat je met jezelf kunt afspreken alle juiste dingen te doen, zoals demonstreren, bij de ‘juiste’ winkel kopen, op de ‘juiste’ mensen stemmen.

Maar hoe kom je achter je eigen corruptie? Ik wilde de mensen graag een ervaring meegeven, in plaats van enkel een theoretisch ideaal. Ik hoopte dat zij elkaar zouden ruiken en daar iets bij zouden voelen, iets nieuws, dat zij een ander lijf tegen zich aangedrukt zouden houden en misschien zouden walgen of zouden merken dat het ze juist helemaal geen moeite kost.

Afspraak
De demonstratie duurde kort. Na de demonstratie had ik een afspraak met mijn Groningse adoptiemoeder die de afgelopen keer op de PVV heeft gestemd. Terwijl de meiden zich stortten op de appeltaart hadden wij het over koetjes en kalfjes. Ik vroeg of ze niet naar Wilders ging kijken. Had ze geen zin in. Ik was intens dankbaar voor onze demonstranten, maar ik vroeg me af wat we hadden gezegd. Er is ook een woordeloze taal. Eentje die doorsijpelt en zijn werk blijft doen, terwijl je zwijgend tegenover elkaar zit bij de V&D, te lachen om niks. Of toch wel. Dat het kan. Dat die twee werelden bij elkaar kunnen komen.




Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden