'Mijn eerste amputatie was op mijn vijfde'

Zes vrouwelijke sporters over hun eerste keer: de eerste overwinning, de eerste valpartij, de eerste dopingcontrole en de eerste nederlaag. Vandaag aflevering 6: Marlou van Rhijn (24), paralympisch kampioene 200 meter (categorie dubbele amputatie T43/44).

Mijn eerste sport?

'Ballet, ik was 4. Ik deed het niet heel goed, maar ik wilde erop. Mijn moeder zorgde dat het kon. Ik ben totaal niet gracieus, mijn zus Suzanne wel. Op alle foto's sta ik naast mijn zus, m'n heldin. Mijn eerste sportschoenen waren Nikes, nu ook weer mijn merk. Ik kon geen flatjes aan. Ik had nog geen protheses, maar ortheses, een soort steunen. Want ik had toen nog zeker een been. Mijn eerste amputatie was op mijn vijfde.'

Mijn eerste badpak?

'Mijn eerste echte sport was zwemmen toen ik 11 of 12 was en mijn andere onderbeen ook was geamputeerd. Ik zat op een Mytylschool en kon kiezen tussen rolstoelgymles, lopergymles en zwemles. Ik ging zwemmen en kreeg zo'n badpak met pijpjes. Zo'n pak waarin je een rolmops werd. Ik kon het niet in mijn eentje aantrekken. Die pakken kostten honderden euro's en je trok ze zo stuk. Dus dat was spannend.'

Mijn eerste coach?

'Hans Salemink. Ik was 14 en zwom bij Gerda Stokkel van Oceanus. En toen werd ik gescout door Salemink, de bondscoach. Superinteressant natuurlijk. Ik mocht meteen in het nationale team. Hans heeft me veel geleerd, vooral om plezier te houden. Als de rest op donderdagmiddag verplicht rust had, zei hij tegen mij: ik wil dat jij de stad ingaat, shoppen. Onwijs veel lol gehad in die tijd.'

Tekst gaat verder onder het overzicht

Mijn eerste medaille?

'Dat was bij de NK zwemmen. Ik was volgens mij de enige in mijn categorie, S9, dubbele amputatie. Dat heb je in gehandicaptensport. Op de achterbank van de auto wist ik al dat ik had gewonnen.'

Mijn eerste grote nederlaag?

'Mijn nederlaag in Londen op de 100 meter, daar hebben mensen het over als ze het over mijn paralympische atletiek hebben. Maar dat voelde destijds helemaal niet als een nederlaag. Mijn eerste Spelen en dan meteen zilver winnen. Dat ik niet teleurgesteld was, kwam ook omdat ik achteraan begon. Als achtste uit de blokken. Ik zat zo lang in mijn blok dat ik dacht: shit, ik moet starten. Pas aan het einde begon ik in te halen.'

Mijn eerste dopingcontrole?

'Ik moet heel vaak tegenwoordig. Maar dat plassen in een cupje valt niet mee, ik doe daar uren over. Dan drink ik zoveel dat ik de rest van de dag naar de wc loop. Mijn familie gaat tegenwoordig eten als ik dopingcontrole heb. Ze weten dat het uren duurt.'

Mijn eerste Spelen?

'Londen met goud op de 200 meter in de T43/44. Het zijn de Paralympische Spelen, maar ik heb afgeleerd de mensen te verbeteren die mij succes wensen op de Olympische Spelen. Ik vind het oké, als zij dat zo noemen. Soort van integratie toch?'

Mijn eerste idool?

'Inge de Bruijn, nog uit de tijd dat ik helemaal gek was van zwemmen en nog niet de overstap naar atletiek had gemaakt. Het was een zwart-groene poster met Inge in een haaienpak, met lange nagels en enge ogen. Die vond ik zo cool. Die hing boven mijn bed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden