Mijn doodswens is niet vervuld, gelukkig maar

Het verzoek om de dood van een psychiatrische patiënt kan niet op dezelfde manier worden beoordeeld als van iemand die fysiek ondraaglijk lijdt.

Er is onrust ontstaan over het plegen van euthanasie op psychiatrisch patiënten (Binnenland, 13 januari). Aanleiding is de euthanasie op een 35-jarige vrouw die Dianne wordt genoemd en een klacht van een van haar Scen-artsen, George Wolfs. Wolfs diende een klacht in tegen de regionale toetsingscommissie die heeft onderzocht of de euthanasie zorgvuldig is gebeurd.


Ik voel me betrokken bij de kwestie, omdat ik leef met een chronische psychiatrische aandoening. Hoewel ik tegenwoordig elke dag blij ben dat ik leef, zijn er langdurige perioden in mijn leven geweest dat ik dagelijks verlangde naar de dood.


De toestemming voor de euthanasie op Dianne is ongelofelijk klungelig tot stand gekomen. Twee Scen-artsen zeiden nee, waarop de huisarts van Dianne doorzocht tot hij een Scen-arts vond die ja zei. Die ene ja was blijkbaar voldoende om twee keer nee teniet te doen.


De commissie vindt dat de euthanasie zorgvuldig is gebeurd maar daarover heeft Wolfs zijn twijfels. Volgens hem waren er nog wel behandelmogelijkheden. Ik concludeer dat er iemand dood is gemaakt terwijl er twijfel bestond over de uitzichtloosheid van haar lijden en het al dan niet uitbehandeld zijn.


Onomkeerbaar

In Amerikaanse staten waar de doodstraf wordt uitgevoerd, mag dat alleen als 'beyond the shadow of a doubt' kan worden aangetoond dat iemand schuldig is. Moet je met euthanasie niet minstens even zorgvuldig omgaan als met de doodstraf? De schaduw van twijfel was bij de Scen-artsen van Dianne duidelijk aanwezig, maar zij leeft niet meer. Daar schrik ik behoorlijk van.


Ik pleit er niet voor om het verzoek van mensen die dood willen omdat hun psychisch lijden ondraaglijk is, te negeren. Maar hoe krijgen we het in hemelsnaam voor elkaar om iemand dood te laten gaan terwijl niet is aangetoond dat er geen schaduw van twijfel was dat we dat mochten doen? Beseffen we dat we daarmee als het ware misschien wel een te genezen persoon ter dood hebben gebracht? En beseffen we wel hoe onomkeerbaar en verschrikkelijk dat is?


Ik ben niet tegen euthanasie. Het lijkt me bijna misdadig om te verlangen dat iemand nog vier weken langer ondraaglijke pijn heeft of door de aard van zijn ziekte vreselijke, mensonwaardige dingen moet ondergaan, van darminhoud die niet meer kan worden gereguleerd tot lichaamsdelen die door spierverkrampingen alle kanten uitslaan.


Dan gaat het om mensen die uitbehandeld zijn en die uiteindelijk zullen overlijden aan de gevolgen van hun ziekte. Maar kun je de wetgeving daarover analoog toepassen op mensen met een psychiatrische ziekte? Iemand laten sterven omdat hij uitzichtloos psychisch lijdt en suïcidaal is, verschilt wezenlijk van iemand datzelfde te gunnen in geval van fysiek lijden bij terminale ziekten waar geen behandelingen meer voor zijn. Ik denk dat je een heel grote denkfout maakt door de vraag in beide gevallen op dezelfde manier te behandelen.


Want waar ligt de grens? Wie bepaalt dat iemand dood beter af is dan levend als hij ernstig ziek is in zijn hoofd? Wie stelt de norm voor wat uitzichtloos is? Wanneer is er geen behandeling meer mogelijk?


In de NRC van 11 januari vertelt psychiater Gerty Casteelen, die werkt bij de Levenseindekliniek, dat ze toestemming heeft gegeven om het leven te beëindigen van een vrouw met ernstige smetvrees. De vrouw ging lachend en in aanwezigheid van haar vrienden en mevrouw Casteelen de dood tegemoet.


Casteelen legt uit dat ze in het begin niets snapte van de doodswens maar dat ze er gaandeweg steeds meer begrip voor kreeg. Het komt op mij over alsof zij haar norm laat vervagen op een manier die mij een onbehaaglijk gevoel bezorgt.


Dochter

Ik heb zelf jarenlang gekampt met een aanhoudend en heimelijk verlangen naar stoppen met leven. Ik was niet actief suïcidaal maar ik vond het leven een onverteerbare last waar ik niet om had gevraagd en die ik niet wilde dragen. Daarbij kwam het besef dat ik niets bijdroeg aan een fijne samenleving en vooral een klaploper was, wat het constante besef versterkte dat men beter af was zonder mij.


Hoe zou het gegaan zijn als ik in die tijd in aanraking was gekomen met de Levenseindekliniek? Stel je voor dat ik mevrouw Casteelen ervan had kunnen overtuigen dat ik, en iedereen, beter af was zonder mij - ik kan heel goed iemand overtuigen van iets wat ik wil. En stel je voor dat zij na enige terughoudendheid met me mee zou zijn gegaan. Dan was ik nu dood.


Dan was ik nooit in aanraking gekomen met de herstelondersteunende zorg die mijn leven veranderde. Dan had ik niet ontdekt dat er voor mij een zinvol leven mogelijk was ondanks mijn chronische dubbele psychiatrische aandoening. En dan had ik nooit ervaren hoe oneindig veel liefde er voor mij bleek te zijn van mijn ouders, die ik jarenlang van me af had geduwd, en van mijn vriendinnen, die ik nooit echt had toegelaten.


Ik zou geen stappen hebben gezet om opnieuw de verbinding te zoeken met mijn dierbaren. Ik was volledig afgekeurd en zat al jaren thuis. Ik zou niet de weg hebben afgelegd van iemand die er niet toe deed naar iemand die een gezicht kreeg, talenten bleek te bezitten en op haar manier waardevol werd voor de samenleving. En vooral had ik nooit ervaren hoe groot het wonder is van een nieuw leven want mijn dochter zou niet zijn geboren.


Niet iedereen met een psychiatrische ziekte zal mijn weg afleggen en hetzelfde ervaren als ik. Een verlangen naar de dood van mensen die ondraaglijk lijden moet altijd serieus worden genomen, of het nou gaat om fysiek of psychisch lijden.


Maar de beoordeling van de vraag of die wens gehonoreerd moet worden, kan niet dezelfde zijn. Hoe kunnen we ooit zonder twijfel vaststellen of iemand echt nooit meer kan herstellen van zijn psychiatrische ziekte en zonder enige twijfel beter af is met de dood?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden