REPORTAGE

Mijn donor en ik

Reportage Kunstmatige inseminatie met donorsperma

Tien jaar nadat journalist Jelte Sondij via Spoorloos zijn biologische vader vond, worden er in Nederland nog steeds kinderen geboren van anonieme spermadonoren. Sondij vraagt zich af hoe dat kan.

Jelte Sondij Beeld Ernst Coppejans

We zijn niet zo van de grote gebaren, mijn donor en ik. Na mijn oproep in het tv-programma Spoorloos ontmoette ik hem tien jaar geleden voor het eerst in een café in Amsterdam. We begroetten elkaar met een stevige handdruk. Daarna deden we alsof het de gewoonste zaak van de wereld was dat we aan een tafeltje zaten in een lege cafézaal, afgehuurd door de Spoorloos-redactie. De aanleiding van mijn oproep lag in 1980, toen ik werd verwekt met hulp van, zoals dat plastisch heet, kunstmatige inseminatie met donor-sperma, in jargon KID. In datzelfde jargon heet ik KID-kind. Hoe oud je ook wordt, KID-kind ben je voor je leven.

Het is nu tien jaar na die eerste ontmoeting en ik bezoek mijn donor op een zaterdagochtend. We hebben afgesproken bij hem, in een aangeharkt dorp in het midden van het land. Een toevallige voorbijganger die van buiten het rijtjeshuis inkijkt, zal het er niet aan afzien dat hier het jubileum plaatsvindt van een gebeurtenis die meerdere levens op zijn kop zette. Een man van achter in de 60 rechtop in zijn leren stoel. Op de driezitter tegenover hem zit ik, een man van 35, die, als je goed kijkt, op hem lijkt. 'Mijn vrouw doet de communicatie' had hij die eerste keer in het café gezegd, en zo is het. Mijn donor, mijn biologische vader of gewoon mijn vader is een man van weinig woorden. Ook deze middag praat ik honderduit met zijn vrouw, af en toe vult hij aan met een laag stemgeluid dat ik van mezelf ken. We eten appeltaart. Er is een kat die bang voor me is, omdat hij het niet zo heeft op onbekenden. Dat ik hier zit, is te danken aan het toeval dat zijn vrouw de avond van mijn oproep naar Spoorloos keek. Mijn donor deed de afwas. Over zijn donorschap was hij altijd open geweest, daar wist zij van. Dat moet er een van hem zijn, dacht zijn vrouw toen ze mij op televisie zag. We hebben hetzelfde loopje, zijn allebei bijna twee meter lang en die vorm van het hoofd, ja, onmiskenbaar. Mijn donor nam die avond de dappere beslissing de Spoorloos-redactie te bellen. Na een dna-test was het zeker; zijn vrouw had het goed gezien.

Eind jaren zeventig zag hij een uitzending op tv over kinderloze stellen die met behulp van een donor alsnog een gezin konden stichten. Hij meldde zich aan, want wat was er als trotse vader van dochters mooier dan anderen ook aan een kind te helpen? Hij zou zijn donorkinderen nooit kennen, doneren gebeurde destijds steevast anoniem. Toch was er altijd in zijn achterhoofd de gedachte, of misschien wel de hoop, dat ooit een nazaat op de stoep zou staan. Die nazaat ben ik. Vandaag met bloemen voor zijn vrouw.

Jelte Sondij is programmamaker en presentator bij BNN-VARA en onder meer bekend van het onderzoeksprogramma RamBam op NPO3. In 1981 werd hij geboren als kind van een anonieme donor, die hij dankzij het programma Spoorloos wist te vinden. Sondij was van 2007 tot en met 2012 bestuurslid van Stichting Donorkind, een organisatie die de belangen behartigt van donorkinderen en donoren die bereid zijn hun anonimiteit op te heffen.

'Sjoemel-spermabank' kopte het AD eind oktober over Medisch Centrum Bijdorp; een aantal donorkinderen die daar werden verwekt, spannen een rechtszaak aan. De screening van donoren, opslag van sperma en administratie waren een chaos, waardoor hun recht op afstammingsinformatie ernstig geschonden is. Terwijl voor mij de zoektocht naar mijn biologische vader meer een anekdote uit het verleden wordt, is het voor de meeste KID-kinderen de vraag of ze ooit zullen weten wie hun verwekker is. Het wordt bemoeilijkt door de administratieve chaos bij meer klinieken dan alleen Medisch Centrum Bijdorp - de beruchtste, en inmiddels gesloten. Broers en zussen die altijd dachten door dezelfde donor verwekt te zijn, ontdekten níét dezelfde biologische vader te hebben. Ze bleken opeens halfbroer of -zus te zijn, geen volle broer of zus, hoewel hun moeder was toegezegd dat bij elke inseminatie dezelfde donor zou worden ingezet. Er werden vaker afspraken niet nagekomen. Meerdere vrouwen werd een blanke donor beloofd, maar geïnsemineerd met het sperma van een donkere donor. Het bleek een Surinaamse man met een aan autisme verwante stoornis, die naar eigen zeggen bij meerdere klinieken in totaal tweehonderd kinderen verwekte. Van ongeveer veertig kinderen die uit Medisch Centrum Bijdorp 'afkomstig' zijn, is inmiddels vastgesteld dat hij hun biologische vader is. Bijhouden welke donor bij welke inseminatie werd ingezet, had niet alleen geen prioriteit, het was soms onmogelijk omdat het sperma van meer mannen werd gemengd. De meeste KID-kinderen die zijn verwekt in Medisch Centrum Bijdorp weten dus niets over hun donor, al heeft een aantal een vermoeden: zij dringen aan op een dna-test van de arts Jan Karbaat, oud-directeur van de fertiliteitskliniek, met wie zij grote uiterlijke overeenkomsten zien. Het vermoeden is dat hij af en toe als donor bijsprong, wat de arts in ruste zelf met kracht ontkent.

Mijn moeder koos begin jaren tachtig voor kunstmatige inseminatie, geïnspireerd door de BOM-moeders, Bewust Ongehuwde Moeders, van de tweede feministische golf. De rol van de man bleef beperkt tot die van verwekker. Ik kan me inleven in haar keuze voor een anonieme donor; het was jaren vóór Spoorloos, de stoet adoptie- en donorkinderen op zoek naar hun wortels trok nog niet op tv voorbij. Maar de ideeën over de (on)wenselijkheid van anonieme donoren veranderden snel en mijn moeder veranderde mee. Al in 1991 werd er in de Eerste Kamer gedebatteerd over de onwenselijkheid van anonieme zaaddonoren door een opmerkelijke alliantie van de Reformatorische Politieke Federatie (RPF) en D66. De partijen pleitten voor nieuwe wetgeving en meer openheid over de donor, leer ik uit het vuistdikke standaardwerk Kinderen die niet konden blijven van emeritus-hoogleraar adoptie René Hoksbergen. Het verzet vanuit de fertiliteitsklinieken is fel, waarbij Spoorloos effectbejag wordt verweten en donorkinderen met vragen over hun verwekker doodleuk als 'labiel' worden weggezet.

Maar het tij keert, en in 2004 verandert de wet. Anoniem sperma doneren wordt in Nederland verboden: de donor moet later, als het kind contact wil, altijd te benaderen zijn. Het lijkt een oplossing voor vele problemen. Vergeten wordt dat in de voorgaande jaren al zo'n vijftigduizend kinderen zijn verwekt middels een anonieme donor. Mensen zoals ik, voor wie de nieuwe wet niets oplost.

Beeld Foto Ernst Coppejans

Van de eerste ontmoeting met mijn donor in een Amsterdams café - zonder Spoorloos-camera's, hij blijft liever uit beeld - herinner ik me de opluchting, zo onmetelijk groot dat die nog elke dag voelbaar is. Ik trek een deur open en daar zit een man, gewoon een man, waarna het nog enige seconden duurt voordat ik me realiseer dat dit hém is. Geen tranen, zoals ik ze zo vaak zag op televisie, wel blijdschap en rust, eindelijk rust. In de uitzending vertelde ik moeilijk te kunnen plaatsen welke eigenschappen ik van mezelf heb en welke van mijn biologische vader. Lijk ik op hem, wie ben ik eigenlijk? Nu kan ik alles vragen wat ik al die jaren wilde weten: wat voor werk hij doet, hoe hij zijn vrije tijd besteedt, welke krant hij leest. Veel woorden hebben we niet nodig, ons contact ontwikkelt zich als vanzelf. Ik app met zijn vrouw en zo eens per jaar kom ik langs. 'De deur bij elkaar platlopen, daar zijn wij niet zo van, maar ik vind het mooi om je te zien', zegt hij een keer. Het hadden mijn woorden kunnen zijn.

Het gemak waarmee het contact tussen mijn donor en mij vorm krijgt, staat in groot contrast met de zoektocht die er aan vooraf is gegaan. Waar mijn moeder meegaat met haar tijd en begrijpt dat ik wil weten van wie ik afstam, zet de kliniek in Leiden waar ik ben verwekt de hakken in het zand. Anonimiteit is er heilig en de arts is er het machtige middelpunt. Dat donorkinderen jaren na het sluiten van het dossier opbellen naar de kliniek waar ze verwekt zijn, kan niet de bedoeling zijn. Dat ondervind ik tijdens het eerste contact, eind jaren negentig, wanneer een kordate mevrouw aan de telefoon een eerste hindernis opwerpt. Er zouden geen donorgegevens bewaard zijn gebleven in het statige pand van de Stichting Medisch Centrum voor Geboorteregeling (nu Medisch Centrum Kinderwens) aan het Rapenburg. Mijn vraag moet haar hebben overvallen, want na een paar keer bellen blijkt er plotseling tóch een donorpaspoort te bestaan. Een paar weken later valt het op de mat. Het donorpaspoort is een A4'tje met twee rijen kenmerken: bloedgroep, haarkleur, lengte, beroep en de kleur van de ogen. Twéé rijen, omdat volgens de begeleidende brief gebruik is gemaakt van twee donoren 'voor de twee inseminaties tijdens de cyclus.' Van wie dus een de winnaar was. De brief eindigt met een paar regels waarin de arts de hoop uitspreekt dat deze gegevens 'enigszins een beeld van de donoren geven.' Ik vind het verwarrend met twee rijtjes kenmerken te beslissen wie mijn biologische vader is. De ene man is zo'n 1 meter 70, de andere tegen de 2 meter. Ik schat dat het de langste moet zijn.

Het is 2005 als ik opnieuw contact zoek met de kliniek om voor eens en voor altijd duidelijkheid te krijgen, want veel rust heeft het A4'tje mij niet gegeven. Ik stel een fertiliteitsarts voor de twee donoren een brief te sturen met het verzoek mee te werken aan een dna-test. Dan kan een van de twee donoren worden weggestreept en kan ik mijn biologische vader ontmoeten, al is het maar één keer.

Van de eerste ontmoeting met mijn donor in een Amsterdams café - zonder Spoorloos-camera's, hij blijft liever uit beeld - herinner ik me de opluchting. Beeld Ernst Coppejans

'Ik heb de namen hier voor me liggen, maar ik mag je helaas niet vertellen wie de donoren zijn', zegt de arts door de telefoon. Als ze zich nou eens zou verspreken, even snel de namen zou noemen. Maar ze noemt ze niet, omdat er een afspraak is gemaakt en die afspraak zwaarder weegt dan mijn wens te weten wie mijn vader is. Ik vraag me af waarom zij wel mag weten wie hij is en ik niet; het is toch mijn donor en niet die van haar? Is het omdat zij arts is, mag zij daarom het Verdrag inzake de rechten van het kind negeren? In 1989 namen de Verenigde Naties het verdrag aan, waarin is vastgelegd dat een kind het recht heeft 'zijn of haar ouders te kennen.'

Onverwacht gaat de deur toch een stukje open als de arts aan het eind van het gesprek belooft de donoren een brief te sturen met het verzoek hun anonimiteit op te heffen. Even zie ik mogelijkheden, maar kort erna volgt een nieuw telefoongesprek. Een van de donoren wil zijn anonimiteit niet opheffen, de andere zou niet hebben gereageerd op het schriftelijke verzoek van de kliniek. Bij hem langs gaan is voor de arts geen optie, zo zou zijn privacy te veel worden geschonden. Mijn zoektocht is stukgelopen en als nazorg ontvang ik per post een gekopieerd boekje met oosterse levenslessen en de titel De Tao van de liefde. 'Ik hoop dat in zijn teksten een beetje licht kan vinden in deze periode (...) Maak van je leven het beste van a.u.b.' (sic) schrijft de arts, die tijdens het opstellen van de brief vermoedelijk haast had. Ik lees het zwart-witkopietje en neem contact op met het tv-programma Spoorloos. De laatste poging, een wilde gok die beter uitpakt dan ik voor mogelijk hield.

De afgelopen jaren heb ik mijn hoofd gebroken over de weerstand van fertiliteitsartsen. Waarom zo veel hobbels opwerpen voor al die donorkinderen met een knagend verlangen te weten van wie ze afstammen? Misschien is het ongemak: het leven was niet zo maakbaar als fertiliteitsartsen dachten. Het gebruik van donorzaad bleek méér dan een medische behandeling, maar een ingreep met emotionele gevolgen. Dat was schrikken voor de arts-als-vruchtbaarheidsgod, de status die ze zich leken toe te eigenen. Of is de verklaring banaler? Hoe meer er naar buiten komt, hoe vaker er nog een verklaring lijkt te zijn voor de fanatieke lobby voor behoud van anonimiteit van de donoren (ook mannen die zich best bekend hadden willen maken, worden soms afgeschermd). Mogelijk zijn klinieken bang voor misstanden die naar buiten komen als er te veel daglicht op hun handelen schijnt, merk ik in mijn tijd als bestuurslid van Stichting Donorkind, in 2007 met vrijwilligers opgericht. Als bestuurslid spreek ik tientallen donorkinderen en donoren. Hun verhalen schetsen een ontluisterend beeld. Niet alleen bij Medisch Centrum Bijdorp zijn grove fouten gemaakt. Ik sprak mensen die zijn verwekt in Vrouwenkliniek Oosterbeek, inmiddels opgeheven, waarvan onduidelijk is wat er met de administratie is gebeurd. Gegevens van donoren zijn zoek; onbekend is of ze bij een andere kliniek zijn ondergebracht of vernietigd. Donorkinderen weten niet waar ze informatie kunnen krijgen over hun verwekker.

Uitgerekend de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB) verstrekt verkeerde informatie, hoewel deze instantie voor het ministerie van VWS het beheren en verstrekken van donorgegevens vlekkeloos zou moeten laten verlopen. Meerdere donorkinderen ontvangen bij het opvragen van hun donorgegevens een brief waarin ten onrechte staat vermeld dat hun donor in 2004, als de wet gewijzigd wordt, 'expliciet aan de behandelende instelling heeft laten weten dat hij anoniem wenst te blijven.' Pijnlijk. Een aantal volhardende donorkinderen laat het er niet bij zitten en doet navraag bij de kliniek waar ze zijn verwekt. Daar blijkt dat hun donor nooit is benaderd en dus nooit opnieuw heeft laten weten anoniem te willen blijven. Hoeveel donorkinderen door een dergelijke brief hun hoop ten onrechte zagen vervliegen, is onduidelijk. Bij navraag legt SDKB-voorzitter professor Joop Laven de verantwoordelijkheid bij de klinieken, die foutieve informatie zouden hebben verstrekt. Zo wijzen beide partijen naar elkaar; de donorkinderen hebben het nakijken.

Opmerkelijk is ook de gang van zaken in het Leids Universitair Medisch Centrum. Voor veel KID-kinderen van dit academisch ziekenhuis loopt hun zoektocht spaak. De administratie was slordig, valt op te maken uit brieven die donorkinderen van het ziekenhuis ontvingen. Een deel van hun dossier is kwijt, juist dat deel waarin de gegevens van de donor vermeld staan: 'Dit aparte dossier van uw moeder is niet vindbaar in het archief. Dat vinden wij uiteraard ook heel spijtig.' SDKB-voorzitter Laven trekt de verklaring van het LUMC in twijfel. 'Die gegevens hebben ze volgens mij wel, maar ze willen ze niet aanleveren omdat ze een gentlemen's agreement met die donoren hebben.' Ook kan het LUMC donorkinderen niet vertellen of bij de inseminatie gebruik is gemaakt van een donor die per se anoniem wilde blijven óf van een donor die zich later best bekend had willen maken, zo valt te lezen in een andere brief. 'Het donordossier bevat informatie over de gebruikte donor en of hij anoniem wil blijven of niet. Helaas is deze informatie niet aanwezig'. Ook met een biologische vader die níet anoniem wilde blijven, kunnen de donorkinderen dus geen contact opnemen. Aanpakken kan de SDKB het ziekenhuis niet. Voorzitter Laven: 'We hebben geen sanctioneringsmaatregelen. Als klinieken zeggen: we leveren de gegevens niet, kan ik niet zeggen: u wordt voor de rechter gesleept.'

Ik hoor de afgelopen tijd nog meer verhalen. Een donor die vanaf de jaren negentig tot in 2004 zaad afstond om als student wat bij te verdienen, deed dat in maar liefst vier klinieken. In het LUMC en in het toenmalige Academisch Ziekenhuis in Utrecht gaf hij een valse naam op, omdat hij vermoedde dat het grote aantal donaties op bezwaren zou stuiten. Naar een identiteitsbewijs werd niet gevraagd. Ik ontdek ook dat meerdere doneren tegelijk werden ingezet voor een bevruchting. Ik krijg het donorpaspoort onder ogen van een meisje verwekt in dezelfde kliniek als ik. Waren bij mijn conceptie twee donoren betrokken, bij haar staan er drie vermeld. Bij een jongen, verwekt in het SMCG, zijn er zelfs vier mogelijke vaders. En na de wetswijziging van 2004 gaat het opnieuw mis. Een moeder vertelt hoe ze ontdekte dat een kliniek zonder haar in te lichten sperma van een Deense donor gebruikte. Ze is nog boos. Zij koos bewust een Nederlandse donor; haar kind zou hem later makkelijk kunnen bezoeken, mocht die behoefte er zijn. Nu zal het kind naar Denemarken moeten reizen.

Het gemak waarmee het contact tussen mijn donor en mij vorm krijgt, staat in groot contrast met de zoektocht die er aan vooraf is gegaan Beeld Ernst Coppejans

En ik? Ik kreeg van de kliniek te horen dat een van mijn twee mogelijke donoren anoniem wilde blijven en dat de ander niet op hun oproep had gereageerd. Vreemd - later vertelt mijn biologische vader dat hij nooit is benaderd. Als ik de arts van toen vraag wat er is misgegaan, zegt ze dat er inderdaad 'misschien geen contact' is geweest. 'Veel informatie van de donoren was niet gedigitaliseerd, het was bijna niet te doen om te kijken wie we konden bereiken.'

Mijn donor vertelt pas later benaderd te zijn - nadat hij zich bij Spoorloos had gemeld voor de dna-test. Een arts verzocht hem dringend zich alsnog terug te trekken, omdat hij 'er toch niet aan moest denken dat nog meer donorkinderen bij hem zouden aankloppen'. Mijn donor had er geen boodschap aan. 'Zoiets werkt bij mij averechts. Ze hoeven mij niet te vertellen wat ik moet doen.'

Toch is er hoop voor de vergeten groep donorkinderen van vóór 2004. Bij de dna-databank van het in afstammingsvragen gespecialiseerde Fiom kunnen donoren en donorkinderen zich vrijwillig inschrijven. Dat gebeurt met honderden tegelijk. Periodiek wordt gekeken of er een match is tussen donoren en KID-kinderen, en tussen KID-kinderen onderling. Het is wel bitter dat de rekening niet ligt waar die hoort: 250 euro voor donorkinderen, terwijl de fertiliteitsklinieken goed an ze hebben verdiend. Al meer dan honderd KID-kinderen werden via de dna-databank gematcht, sommigen met hun donor, anderen met halfbroers of -zussen, en kregen er soms flink wat familie bij.

Met het afschaffen van anonieme donoren had in 2004 een nieuw begin gemaakt moeten worden. Dat is maar ten dele gebeurd. Nog steeds worden in Nederland kinderen geboren van een onbekende donor doordat toekomstige ouders uitwijken naar België of Spanje, waar anonimiteit is toegestaan. Het bedrijf Cryos uit Denemarken, een bol.com voor donorsperma, prijst zichzelf aan als 's werelds grootste spermabank en biedt een keuze uit vierhonderd anonieme donoren; vandaag besteld, is binnen twee werkdagen in huis. Niet overdreven, ontdekten we in het tv-programma RamBam, toen collega Linda Hakeboom en ik de proef op de som namen. Na het invullen van een bestelformulier konden we overgaan tot de aanschaf van het sperma van anonieme donor Dalle, 'Een goed uitziende donor met een verlegen, charmante glimlach' en 'onmiskenbare overeenkomsten met de acteur Orlando Bloom'. Twee dagen later stond de bestelling op onze redactietafel.

Zo groeit een nieuwe groep kinderen op die zich zullen moeten melden bij het Fiom of bij Spoorloos om erachter te komen wie hun biologische vader is - zonder de zekerheid dat het ooit lukt. Daarom vier ik mijn jubileum met een dubbel gevoel. Ik ben blij en opgelucht dat ik mijn donor alweer tien jaar ken, maar ik weet ook dat ik een uitzondering ben en dat er nog steeds in klinieken kinderen verwekt worden die nooit zullen weten wie hun vader is. Als de appeltaart op is, krijg ik een stevige hand in het rijtjeshuis van mijn biologische vader. 'Het was goed je weer te zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.