'Mijn dagen van vergulde infamie' IN ZIJN BRIEVEN LEGT OSCAR WILDE ZIJN PASSIES BLOOT

OSCAR WILDE was een veelzijdig, complex en briljant kunstenaar, een literator die tijdens zijn korte, dramatische leven (1854-1900) zowel veelvuldig bejubeld als publiekelijk diepgaand vernederd is....

LEONOOR BROEDER

Aanvankelijk schreef hij poëzie. Na zijn huwelijk met Constance Lloyd en de geboorte van zijn zoons Cyril en Vyvyan publiceerde hij een bundel sprookjes, The Happy Prince and Other Stories. Zijn doorbraak kwam met zijn enige roman, The Picture of Dorian Gray. Hij vestigde zijn naam nog meer met zijn toneelstukken, waarvan The Importance of Being Earnest als zijn meesterwerk wordt beschouwd.

In Engeland was de waardering voor zijn werk groot, bovendien was Wilde een zeer geziene figuur in het Londense society-leven. Zijn buitenissige tenue: zijn kniebroeken, zijden kousen, zijn wonderlijke dassen, hoeden en de opvallende bloem in het knoopsgat van zijn fluwelen jas zijn veelvuldig beschreven en ook op foto's en schilderijen vastgelegd.

Zijn spectaculaire verschijning was minstens even befaamd als zijn geschreven werk. Dat geldt in nog sterkere mate voor zijn ondergang op het hoogtepunt van zijn literaire loopbaan in 1895. In het jaar dat The Importance of Being Earnest voor het eerst werd opgevoerd, werd hij aangeklaagd wegens homoseksuele praktijken.

Het proces tegen Wilde werd in gang gezet door de Markies van Queensberry, de vader van zijn vriend Lord Alfred Douglas. Wrang genoeg was het Wilde die Queensberry aanklaagde wegens smaad. Tijdens het proces dat daarop volgde, kon Queensberry de rollen omdraaien, Wilde te kijk zetten als homoseksueel en hem laten arresteren op verdenking van 'acts of gross indecency with men'. De Britse pers nagelde Wilde aan de schandpaal, voordat het vonnis geveld was. Het vonnis luidde: twee jaar celstraf met dwangarbeid.

Wilde onderging een langdurige publieke en persoonlijke vernedering. Hij verloor zijn vrijheid, hij verloor zijn vrouw, het huwelijk werd ontbonden en hij verloor de omgang met zijn kinderen, die hij zeer liefhad. Het werd hem gerechtelijk verboden contact met hen te hebben, hij heeft ze na zijn veroordeling nooit meer gezien. Hij verloor zijn geld, tijdens zijn gevangenschap werd hij failliet verklaard en al zijn materiële bezittingen, waaronder zijn omvangrijke bibliotheek, werden verkocht.

Na zijn veroordeling werden zijn intens populaire toneelstukken bijna overal van de planken gehaald. Zijn naam werd in het Engeland van die jaren een synoniem voor sodomie. Hoewel hij nog een aantal mooie dingen geschreven heeft, kon hij na zijn vrijlating geen artistieke inspiratie meer voelen. Hij werd een banneling, die voortdurend in geldnood verkeerde. Slechts enkele vrienden bleven hem trouw. Hij stierf drie jaar na zijn vrijlating in Hotel d'Alsace in Parijs.

Nu, drie generaties later, bijna honderd jaar na zijn dood, is er sprake van een golf van hernieuwde belangstelling voor Wilde. Kort na elkaar verschenen in Engeland en Amerika nieuwe boeken over hem. Afgelopen zomer ging de speelfilm Wilde, met de illustere Stephen Fry in de hoofdrol, in première (hij is vanaf 4 december in Nederland te zien). En vorige week verscheen een omvangrijke bloemlezing uit Wilde's brieven, geselecteerd, geannoteerd en in mooi Nederlands vertaald door Gerlof Janzen.

Deze bloemlezing is zonder twijfel een van de belangrijkste literaire aanwinsten van het seizoen. Wilde beschouwde zowel zijn leven als zijn literatuur als een kunstwerk. Van hem is de uitspraak: 'Ik heb mijn genie voor mijn leven gereserveerd en mijn talent voor mijn literaire werk.' Dat leven is te vinden in zijn brieven. Je ziet de man voor je die 'de Londense society betoverde met zijn scherpe pen en scherpe tong'. Uit zijn brieven kun je opmaken wat een buitengewoon genoegen het geweest moet zijn in zijn gezelschap te verkeren.

In zijn brieven is een deel van het genie dat op zijn tijdgenoten zo'n onuitwisbare indruk heeft gemaakt, ook voor latere generaties bewaard gebleven. Wilde heeft nooit een dagboek bijgehouden, maar voerde een levendige correspondentie met een grote groep vrienden en kennissen en met familieleden. Veel van zijn brieven zijn verloren gegaan, maar er zijn er toch zoveel overgebleven dat je de loop van zijn leven vrij nauwkeurig kunt volgen en de paradoxale kanten van zijn karakter goed leert kennen. Dat is vooral te danken aan het feit dat hij met een vast aantal mensen een bijzonder frequente correspondentie onderhield; tot hen behoorden zijn trouwste vriend Robert Ross en zijn geliefde Alfred Douglas.

De bloemlezing is goeddeels gebaseerd op de door Hart-Davis bezorgde Selected Letters of Oscar Wilde uit 1979. Oscar's eerste brief is van 1868. Hij is gericht aan zijn moeder en laat al iets zien van zijn grote gevoel voor esthetiek. Zijn laatste is van tien dagen voor zijn dood en die laat zien dat zijn geest tot het eind toe zijn scherpte behouden heeft.

In de brieven uit zijn jonge jaren leer je zijn exuberantie en geestigheid kennen en zijn hartstocht voor de kunst. Neem bijvoorbeeld zijn reactie op een serie artikelen in een tijdschrift over 'De beste honderd boeken', waarin lezers over goede boeken geadviseerd worden door gerenommeerde schrijvers. Onder de kop 'To Read or not to Read' schreef Wilde een ingezonden brief waarin hij voorstelde boeken in te delen in drie categorieën: '1. boeken om te lezen, 2. boeken om niet te lezen, en 3. boeken om helemaal niet te lezen. De derde categorie is veruit de belangrijkste.'

Zelfs tijdens zijn eerste proces had zijn humor hem nog niet verlaten en oogstte hij lachsalvo's en applaus van een publiek dat hem zeker niet welgezind was. Je leert Wilde ook kennen als een bijzonder aardig en diepzinnig mens. En je leert heel veel over de macht van passie, de grilligheid en de dwingende kracht van gevoelens van liefde en haat en hoe volledig die gevoelens Wilde hebben beheerst in de jaren die hij later typeert als: 'Mijn dagen van vergulde infamie - de uren dat ik leefde als een Nero, rijk, losbandig, cynisch, materialistisch.'

Zijn zwaarste en ontroerendste brieven zijn geschreven in de tijd van zijn gevangenschap. De bekendste uit die tijd, zijn lange brief aan Alfred Douglas, is ook in de bloemlezing opgenomen. Na zijn dood werd die brief onder de titel De Profundis gepubliceerd. Het is tezamen met The Ballad of Reading Goal zijn beroemdste geschrift geworden. De Profundis, geschreven aan het eind van zijn detentieperiode, is zowel een ongelooflijk bittere en lang aangehouden klacht aan het adres van zijn grote liefde, die hij volledig verantwoordelijk hield voor zijn ondergang, als een hommage aan liefde, vriendschap en vergeving. Het is ook een soort therapeutische poging om door gedetailleerde beschrijving van de destructieve en verslavende passie die er tussen hem en Alfred bestaan heeft, in het reine te komen met een deel van zijn verleden en zodoende een nieuw begin te kunnen maken.

Het is verbijsterend te lezen hoe bekrompen en haatdragend de Engelsen tot en met de laatste dag van Wilde's detentie zijn gebleven. Zo moest Wilde bij de overplaatsing van de ene gevangenis naar de andere een uur lang op een perron wachten, geboeid en in gevangeniskleding, 'zodat de hele wereld me zo kon zien'. Pas helemaal aan het eind van zijn opsluiting mocht hij weer boeken ter hand nemen en werd hij vrijgesteld van de dagelijkse arbeid. Zijn nederige en zorgvuldig geformuleerde verzoekschrift om eerdere vrijlating - hij vreesde voor krankzinnigheid - werd botweg geweigerd. Wel moest hij tijdens zijn gevangenschap tot tweemaal toe de gevangenis uit om voor de faillissementsrechtbank te verschijnen. Ook zijn laatste verzoek om een dag voor de datum van zijn invrijheidstelling te mogen vertrekken in verband met mogelijke belangstelling van de pers aan de gevangenispoort, werd niet ingewilligd.

Het aangrijpendst is zijn brief over het wrede lot van kinderen in Engelse gevangenissen. Hij plaatste die een week na zijn vrijlating in de Daily Chronicle. Het is een brief die je niet zonder tranen kunt lezen. Het gezicht van een door doodsangst bevangen kind dat hij in het schemerduister van de cel gezien heeft en dat hij beschrijft als een wit driehoekje van angst, is een beeld dat je nooit meer vergeet. De brief getuigt van een zo groot inlevingsvermogen en mededogen dat hij een bewijs op zichzelf vormt dat Wilde niemand ooit enig werkelijk kwaad heeft kunnen berokkenen en dat zijn veroordeling een ongehoorde schande is geweest. De verwoesting van zijn leven is een blijvende smet op de reputatie van Engeland.

Leonoor Broeder

Oscar Wilde: Brieven.

Geselecteerd en vertaald uit het Engels door Gerlof Janzen.

Meulenhoff; 462 pagina's; ¿ 59,90.

ISBN 90 290 5334 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden