Mijmeringen over het voorbije mannengeluk

Op mijn degelijke herenrijwiel spoed ik mij naar huis. Ik rijd langs het café en kijk naar binnen als een zwerfhond naar een slagersetalage....

Philippe Remarque

Dat had de generatie mannen boven mij toch beter geregeld. Elke avond lekker aangeschoten in de kroeg. Vrouw en kinderen afschepen met een slap 'schatje, het is heel druk op de krant'. Dan onder het mom van zelfontplooiing die stagiaire aan de haak slaan en vervolgens lekker anti-burgerlijk scheiden. Ach, die heerlijke jaren zeventig.

Laatst, toen een collega met pensioen ging, ving ik een glimp op van het voorbije mannengeluk. Bij de borrel in de stamkroeg mijmerde het feestvarken hardop: 'Hoeveel jaarsalarissen zou ik hier naartoe hebben gebracht?' Ik raakte in gesprek met een oudere collega die zich luid beklaagde. Vroeger kon je gewoon naar de kroeg gaan omdat je er de halve redactie aantrof.

'Tegenwoordig moet je een afspraak maken', zei hij vol afgrijzen. 'En dan nóg willen alleen de oudjes.' De jongere collega's moeten voor zes uur bij de crèche zijn. 'Schijtebroeken zijn het. Ze drinken karnemelk en durven hun vrouw niet op te bellen', zei hij, en sloeg om ze een lesje te leren nog een borrel achterover.

Er volgde een anekdote. Jan Blokker sloot in de jaren zeventig met een jonge redacteur een weddenschap af: wie had de efficiëntste methode om aan zijn vrouw te melden dat hij niet thuis kwam eten? Blokker won met vlag en wimpel. Hij nam de telefoon, draaide het nummer, en zei alleen maar: 'Niet, dus.'

Probeer dat tegenwoordig nog maar eens, wierp ik tegen. Die vrouw zit zelf op haar werk. Ze wil óók een kopstoot. En met alle mannen tezamen hebben we nog steeds geen overtuigend argument kunnen vinden om haar dat recht te ontzeggen.

Een verlies is het natuurlijk wel. Toen de vrouw het dienstmeisje moest inleveren, kreeg ze er een wasmachine en droger voor terug. De verdwenen kroegtijd van mannen wordt niet gecompenseerd. Het is een omwenteling zo groot als de mondialisering. Maar er is geen protest, de mannen praten er onderling niet eens over. Ze moeten de conversatie tegenwoordig tot het meest essentiële beperken (de dribbel van Quincy Owusu Abeyie). En als je ergens een vader ziet demonstreren, is het er een die zijn kinderen juist vaker wil zien.

Wil de hedendaagse man nog iets van de vroegere luxe genieten, dan zit er weinig anders op dan een Russische postorderbruid te nemen. Die vindt een man al een lot uit de loterij als hij de hele dag op de bank ligt zónder laveloos te zijn. Of het SGP-gezin, waar de vrouw nog beseft dat ze uit de rib van Adam is gemaakt en daarom de man niet lastig valt met huishoudelijke zaken.

Genoeg gedagdroomd. De geëmancipeerde man is een even onomkeerbaar feit als het uitsterven van de dodo: het is eeuwig zonde en het kan je met machteloze woede vervullen, maar terug te draaien is het niet meer. Mopperen doen we dan ook niet. Ik hoor mezelf af en toe zelfs redeneren dat ik het beter doe dan de vroegere kroegpapa's: ik maak het opgroeien van de kinderen intensiever mee, mijn vrouw hoeft niet alleen op te draaien voor het ellendige spitsuur en zij is gelukkiger omdat ze ook werkt.

Ik lijd aan het Stockholm-syndroom, zal mijn oudere collega constateren. Daarbij identificeren gijzelaars zich door de gevangenschap met hun gijzelnemers. Maar ik kan hem dan melden dat het gevangenen-regime ook wel weer meevalt. De anekdote over Blokker werd thuis in ieder geval met gelach ontvangen. Sindsdien stuur ik in voorkomende gevallen een korte sms naar mijn vrouw: Niet, dus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden