Miguel Zénon Quartet

Hier staan uitmuntende professionals die elkaar erg goed aanvoelen en ook wat te vertellen hebben. Jammer dat ze zich verliezen in clichés.

Er wringt iets bij het luisteren naar Miguel Zénon. De altsaxofonist krijgt in Amerika grote waardering, al meerdere jaren achtereen eindigt Zénon hoog in de charts en ontvangt hij prestigieuze prijzen waar flinke bedragen mee gemoeid zijn.

Die schouderkloppen zijn te danken aan zijn gedurfde mix van jazz en muziek uit zijn geboorteland Puerto Rico. Sensuele salsa's en danza's gefilterd naar jazzmuziek - inderdaad niet eenvoudig te rijmen genres. De hosannasfeer rond de altsaxofonist is groot, omdat hij het met overgave en overtuiging doet, wordt althans beweerd. Maar tijdens het optreden van Zénon in het Amsterdamse Bimhuis waren daar toch de vraagtekens.

Op zijn laatste plaat (Alma Adentro - The Puerto Rico Songbook) graaft hij in zijn verleden door oude volksliedjes van Bobby Capó en Rafael Hernández als basis te nemen voor nieuwe, eigentijdse jazzmuziek. Zénon is een fantastische blazer en je hoort hoe hij heeft zitten ploeteren op de composities. Vaak bestaan ze uit meerdere compartimenten, met door elkaar lopende ritmes en polymelodisch latingeweld. Elk nummer staat als een huis.

Maar geroerd word je niet. Van de Caribische beleving is weinig te voelen. Zénon heeft de Puerto Ricaanse thema's op papier uitgetekend, in heldere schema's gezet en getransformeerd naar een gecompliceerd, op jazzfacetten gebaseerd arrangement. Zo voelt het tenminste.

De overgave moet vooral liggen in de solo's van hemzelf en pianist Luis Perdomo. Die zijn er in overvloed en van flinke omvang, maar ook hierin mis je de passie en overheerst de hang naar weliswaar indrukwekkend gespeelde, maar voorspelbare clichés die schitteren in notenweelde.

En toch, een vervelende avond is het allerminst. Hier staan uitmuntende professionals die elkaar erg goed aanvoelen en ook wat te vertellen hebben. Zénon weet met zijn opzwepende spel de altijd aanwezige climax goed en zorgvuldig op te bouwen met dank aan zijn ongekreukte klank. Te zuiver denk je af en toe, want nergens een schor randje, maar wel kristalhelder hoge uithalen.

Ook de solo's van Perdomo zijn onderhoudend door zijn gecomprimeerde stijl met ronde akkoorden. Bassist Hans Glawischnig onderscheidt zich door zijn ritmische begeleiding en alleen latindrummer Henry Cole valt tegen. Voor een jazzmuzikant te houterig, bovendien mist hij elke vorm van subtiliteit.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden