Miezerige regen maakt het schieten zwaar

Het onberispelijke witte tenue werd 's ochtend verruild voor kleurige regenkledij. En dat gaf het druilerige Nederlands kampioenschap handboogschieten alsnog de fleurige aanblik die het normaliter zo node mist....

TYNKE LANDSMEER

Van onze verslaggeefster

Tynke Landsmeer

LELYSTAD

Van een attractieve competitie was daarentegen geen sprake bij de traditionele afsluiting van het buitenseizoen. In de Olympische klasse prolongeerden de winnaars van vorig jaar zonder veel enthousiasme hun titels. Henk Vogels had zelfs nog overwogen om gewoon lekker thuis te blijven en Loedmilla Arzjannikova was alleen naar Lelystad gereisd uit respect voor de andere deelnemers.

In de miezerige regen was het schieten 's ochtends zwaar. De druppels water op de pijlen, het gladde leertje waarmee de pees wordt aangespannen en de natte boog, vereisten veel ervaring en techniek van de schutters.

Toch waren de wisselende weersomstandigheden, 's middags brak plots een felle zon door, volgens de schutters niet van invloed geweest op de matige scores. Het is de onlogische plaats die de titelstrijd in het seizoen inneemt, die de gebrekkige mentaliteit bij de deelnemers verklaarde.

'Het seizoen is eigenlijk al voorbij. Na de Olympische Spelen kan ik me niet meer motiveren voor een nationaal kampioenschap', zei Arzjannikova. De van oorsprong uit Oekraïne afkomstige Nederlandse onderstreepte haar klasse door in de finale concurrente Christel Verstegen met vijf punten te verslaan.

Na een slechte eerste ronde, pas vlak voor het startschot kreeg ze in de gaten dat het de finale betrof, stond Arzjannikova nog drie punten achter op Verstegen. In de daaropvolgende drie series toonde ze aan dat het verschil tussen de beide Olympische deelneemsters nog niet te overbruggen is. En dat terwijl ze haar boog sinds de Spelen, waarbij ze in de achtste finales werd uitgeschakeld, een maand niet meer had aangeraakt. Het gebrek aan conditie kon de 36-jarige Arzjannikova aardig verbloemen.

Verstegen weet haar wisselvallige prestatie, die haar in het slappe deelnemersveld nog wel de zilveren medaille opleverde, aan een poging een snelheidsrecord te breken bij de Postcode loterij recordshow vorige week. Het had haar ritme danig verstoord.

'Iedere handboogschutter kan een tien scoren, maar het gaat erom op het juiste moment het goede ritme vast te houden, zodat je die tienen kan blijven scoren. Je mag je niet te veel opwinden door een goede score, maar ook niet lang stil blijven staan bij een slechte score. Je moet blijven streven naar perfectie, ook al zal je dat nooit bereiken.'

Arzjannikova, met haar Russische achtergrond een geheel andere sportbeleving gewend, was het meest ontstemd over de onprofessionele indeling van het seizoen. 'Een NK moet een stapje op de ladder zijn naar grotere toernooien als het Europees en wereldkampioenschap. Na de Spelen is het seizoen voorbij en dan wil ik op vakantie, zonder boog. Ze kunnen niet van amateursporters verwachten dat ze in hun vakantie ook nog eens blijven trainen.

'Het NOC eist steeds meer medailles, maar het handboogschieten heeft in Nederland geen topsportklimaat. De omstandigheden in Nederland zijn nog niet klaar voor de extreme kwalificatie-eisen van het NOC. Hier moet je naast je sport ook studeren of werken, anders komt je maatschappelijke carrière in gevaar. In de Sovjet-Unie hoefde ik alleen maar te sporten en kreeg ik later zoveel geld dat ik elke studie kon volgen die ik wilde.

'Een amateuristische achtergrond is wel belangrijk voor een sporter, omdat je daarmee een goede mentaliteit kweekt. De sporters bouwen een grote zelfdiscipline op en ze moeten in het begin alles zelf bekostigen. Maar daarna moet er een goed topsportbeleid zijn. En dat ontbreekt nog steeds.'

De sporters hadden bovendien kritiek op het wedstrijdschema. Niet het Olympische afvalsysteem werd gehanteerd, waarbij twee schutters tegen elkaar strijden en de beste van de twee doorgaat naar de volgende ronde, maar een variatie op het oude schema: de schutters met de meeste punten in de voorronde gingen door naar de finales.

Zonder het directe afvalsysteem was de wedstrijd voor toeschouwers nauwelijks te volgen. Zelfs op het 1.22 meter grote blazoen was zonder verrekijker niet af te lezen in welke ring de pijlen waren geschoten. Bovendien was de spanning bij de deelnemers weg. Kampioen Henk Vogels: 'Dit systeem bungelt ergens tussenin. Of je werkt met het hele deelnemersveld alle afstanden af, òf je speelt één op één. Nu kan je zelfs met een slechte voorronde nog in de finale terecht komen.'

Harry van de Vondervoort, verantwoordelijk voor het topsportbeleid binnen de bond, zegt bezig te zijn met een cultuuromslag. Het contract met bondscoach Reinier Groenendijk, bijna zeven jaar lang de enige begeleider van de nationale selectie, is opgezegd. Van de Vondevoort wil een nieuw begeleidingsteam, dat de lijnen naar de Spelen in Sydney uitzet.

Het team zal bestaan uit een bondscoach, een assistent die de organisatie en coördinatie op zich neemt en een sportpsycholoog die de mentale training en begeleiding verzorgt. Het team wordt aangevuld met een fysiotherapeut.

'Ik heb een zakelijke en doelgerichte aanpak voor ogen en dat strookte niet met de aanpak van Groenendijk. In de toekomst zullen de kernploegleden niet meer worden geselecteerd op hun scores, maar op talent. Binnen de handboogbond gaan we bouwen aan een scoutingstructuur. Samen met de vier regio's zullen we actief op zoek gaan naar talenten.'

Vooralsnog blijken tradities binnen de handboogbond echter belangrijker dan topsporters. Van de Vondervoort wilde niets weten van een verschuiving van het nationaal kampioenschap. 'We houden het NK altijd als afsluiting van het seizoen, anders komen we in de knel met de regionale kringwedstrijden. Bij de planning kiezen we voor de breedte en niet voor de top.'

Het was daarom een bonte mengeling van schutters die in 28 rijen, schouder aan schouder, achter de schietlijn stonden opgesteld. Veteranen, junioren en senioren in Compound en Olympische klasse werkten in de ochtend vier afstanden af: de vrouwen schoten van 30, 50, 60 en 70 meter, de mannen van 30, 50, 70 en 90 meter.

Volgens Van de Vondevoort is het slecht een kwestie van tijd voor de Compoundklasse, sinds twee jaar een aparte klasse op de EK en WK, ook op de Olympische Spelen zal worden geïntroduceerd. Met de kleine boog hoeft minder kracht worden gezet op de pees en bovendien kan met kleine hulpmiddelen als een waterpas en een vergrootglas aan het vizier, secuurder worden gericht.

Bouwer van de Compoundbogen, Jim Easton, is niet alleen lid van het IOC, maar bovendien voorzitter van de internationale handboogbond. Hij is een fanatieke lobby gestart binnen het IOC.

Vooruitlopend op de mogelijke Olympische erkenning heeft de Nederlandse Handboogbond besloten de Compoundschutters in de nationale selectie op te nemen. Tot op heden moesten zij zich op eigen kracht voorbereiden.

De nieuwe klasse, waarbij wordt geschoten met een boog, die in Amerika oorspronkelijk was ontwikkeld als verraderlijk wapen voor de Vietnamoorlog, lijkt - mede door de Rambo-films - in Nederland steeds meer aan populariteit te winnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden