Midden-Oosten mist resoluut leiderschap

Paul Brill is buitenland- commentator van de Volkskrant


Reageren? p.brill@volkskrant.nl


Wat is het kenmerk van een ware leider? Martin Luther King heeft er een mooie uitspraak over gedaan: 'Een ware leider is niet op zoek naar consensus, maar creëert consensus.'


Het woord consensus is niet het eerste waaraan je denkt bij de een week geleden overleden Ariel Sharon. Ogenschijnlijk is zijn leven bijna een illustratie van het tegendeel. Diepe bewondering was evenzeer zijn deel als intense haat. Maar bovenal was hij een overrompelende persoonlijkheid, 'larger than life', zoals Aaron David Miller hem karakteriseerde in Foreign Policy.


Sharon kon zijn vrienden charmeren en zijn vijanden schofferen, maar ook het omgekeerde als hij met volle overtuiging tot een andere koers had besloten. Hij was een commandant die geen pardon kende op het slagveld en in de strijd tegen al dan niet vermeende Palestijnse terroristen, maar ook een politicus die een uitzonderlijke hartelijkheid etaleerde in de omgang met Israëlische Arabieren en probeerde zo veel mogelijk hun taal te spreken. Een man die een half leven lang zonder scrupules het ideaal van een Groot-Israël nastreefde, om vervolgens even resoluut te werk te gaan toen hij als premier tot het inzicht was gekomen dat in elk geval de bezetting van de Gazastrook onwenselijk en schadelijk voor Israël was.


Zou het Midden-Oosten er anders voorstaan, zou het Israëlisch-Palestijns vredesproces een minder getourmenteerd aanzien vertonen als Sharon langere tijd van leven en regeren had gehad? Zou hij de ontruiming van Gaza als een eerste stap of als een flankmanoeuvre hebben beschouwd? Het zijn vragen waarop we het antwoord schuldig moeten blijven, zoals niemand kan zeggen in wat voor wereld we zouden hebben geleefd als Cleopatra een minder bevallige neus had gehad (en Marcus Antonius dus niet in haar ban was geraakt) of als Rommel er in 1941 in was geslaagd de Britten wel uit Noord-Afrika te verdrijven, om maar eens twee hypotheses te noemen waarover serieuze historische beschouwingen zijn geschreven.


Wat we wel weten is dat de oplossing van knellende problemen waarmee naties worstelden in de afgelopen eeuw meestal werd bewerkstelligd door figuren wier patriottisme boven elke twijfel was verheven. Er was een Charles de Gaulle voor nodig om Frankrijk te bevrijden uit het Algerijnse moeras. Margaret Thatcher was bij uitstek gekwalificeerd om het blanke bewind in Rhodesië/Zimbabwe te helpen ontmantelen. Dwight Eisenhower had betere papieren om de oorlog in Korea te beëindigen dan Harry Truman. En wat Israël zelf betreft: het zijn juist de gediplomeerde haviken Menachem Begin, Jitschak Rabin en, ja, Sharon die de belangrijkste stappen op weg naar vrede met de Arabische buren en de Palestijnen hebben gezet.


Dat gebeurde niet in een vacuüm. De vrede tussen Israël en Egypte is natuurlijk in de eerste plaats te danken aan Anwar Sadat, die begreep dat voor een doorbraak een spectaculaire daad moest worden gesteld. De Israëlisch-Palestijnse akkoorden van Oslo waren vermoedelijk niet tot stand gekomen als Rabin en Shimon Peres, toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, niet onder sterkere Amerikaanse druk waren komen te staan, die weer het gevolg was van de Arabische steun voor de oorlog tegen Saddam Hussein (1991).


Hoe dat ook moge zijn, leiderschap telt. In de zin van: het bezitten van de wil en de statuur om de bakens te verzetten en juist ook bij de eigen achterban weerstand te overwinnen. Rabin deed dat toen hij Yasser Arafat de hand schudde en Sharon toen hij het vertrek van achtduizend kolonisten uit Gaza afdwong.


Helaas is er in het huidige Midden-Oosten geen Sadat, Rabin of zelfs maar een koning Hoessein te bekennen. De Arabische wereld ligt voornamelijk met zichzelf overhoop. Mede daarom ontbreekt aan Israëlische zijde de urgentie voor een actieve vredespolitiek. Mahmoud Abbas is een nog zwakkere leider dan Arafat. Onlangs stond hij braaf te applaudisseren toen zijn minister van Religieuze Zaken de jihadisten opriep om hun aandacht te richten op Jeruzalem in plaats van Damascus.


Niettemin doet de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry een uiterste poging het vredesproces uit het slop te halen, daarmee logenstraffend dat de regio inboet aan belang voor zijn land. En er valt zowaar enige beweging te bespeuren binnen de Israëlische regering. In theorie heeft premier Benjamin Netanyahu ook voldoende krediet om zijn nek te kunnen uitsteken. Bovendien is hij een door de wol geverfde politicus. Maar de strategische onverschrokkenheid die Sharon kenmerkte, nee, die ligt nog steeds in coma.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden