Midden-Oosten is geen zaak voor Europa

Europa wil graag een grotere rol spelen in het Midden-Oosten. De vraag is echter, aldus Frans Weisglas en Geert Wilders, of zo'n grotere rol wel mogelijk en wenselijk is....

DOMINIQUE Moïsi, adjunct-directeur van het Frans Instituut voor Internationale Betrekkingen (IFRI), pleitte onlangs voor een grotere rol van Europa in het Midden-Oosten. Moïsi is ontevreden over de bankiersrol die Europa in het Midden-Oosten heeft toebedeeld gekregen door de volgens haar dominante en arrogante Verenigde Staten. Europa zou een idealistische en bescheiden rol naar Scandinavisch model moeten krijgen, maar zou daarbij niet hoeven af te zien van het voeren van een eigen machtspolitiek.

Dat het Midden-Oosten belangrijk is voor Europa staat buiten kijf. Een stabiel Midden-Oosten is een Europees veiligheidsbelang. Er zijn grote olie- en handelsbelangen. Bovendien bestaan er historische banden tussen Europese landen en landen in deze regio.

Toch heeft Europa zijn ambities om een belangrijke rol te spelen in het Arabisch-Israëlisch conflict nooit kunnen waarmaken. Het zijn vooral de diplomatieke inspanningen van de VS geweest die als een katalysator op het vredesproces hebben gewerkt.

Zo waren het de VS die na de Yom-Kippoeroorlog van 1973 troepenscheidingsakkoorden wist te bewerkstelligen tussen Israël, Egypte en Syrië. Ook de Camp David-akkoorden van 1978 en het Egyptisch-Israëlisch vredesverdrag van 1979 werden door de VS geïnitieerd.

De VS zijn deze rol blijven vervullen. Van de Madrid-conferentie van oktober 1991 tot heden hebben de VS bemiddeld tussen Israël en de Palestijnen, en zijn pogingen ondernomen om ook Syrië aan de onderhandelingstafel te krijgen.

Waarom heeft Europa de rol van de VS in het Midden-Oosten nooit kunnen evenaren?

Ten eerste door het gebrek aan consensus binnen Europa. Hiervan zijn voorbeelden te over. Enkele dagen na het uitbreken van de Yom-Kippoeroorlog in oktober 1973, sprak Nederland zijn veto uit over een Frans-Brits voorstel om namens de EG in de VN-Veiligheidsraad het woord te voeren over het Arabisch-Israëlisch conflict.

Nederland werd door zijn pro-Israëlische houding als enige lidstaat van de EG geconfronteerd met een Arabische olieboycot. Latere EG-verklaringen waren duidelijk het resultaat van een compromis.

De Fransen zagen een belangrijke rol voor zichzelf weggelegd bij het verzoenen van de min of meer pro-Israëlische gezindheid van de Noord-Europese landen met de pro-Arabische standpunten van de meeste zuidelijke lidstaten.

De Europese partners toonden in de jaren 1974-1976 zelfs een verschillend stemgedrag in de Verenigde Naties. In oktober 1996 pleitte de Franse president Chirac voor een Palestijnse staat en een grotere rol van de EU in het vredesproces. Hij had hiervoor echter geen Europees mandaat.

Ten tweede is een Europese vredesrol nooit door alle partijen in het Midden-Oosten verwelkomd. Er is altijd sprake geweest van een zeker Israëlisch wantrouwen jegens Europa. Dit is te verklaren uit de stellingname van Europa die door de Israëli's vaak als eenzijdig en pro-Arabisch is uitgelegd.

Het beste voorbeeld hiervan is de Verklaring van Venetië van 13 juni 1980. Israël zou het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen moeten erkennen, en de PLO zou bij de vredesonderhandelingen moeten worden betrokken. Ook zou Israël de bezette gebieden moeten ontruimen en de nederzettingenpolitiek beëindigen.

De Israëlische premier Begin reageerde furieus op de Europese verklaring. Maar ook de Israëlische oppositie roerde zich. De woordvoerder van de Arbeiderspartij, Simon Peres, zei naar aanleiding van de Verklaring: 'Dit brengt in de eerste plaats schade toe aan Europa, en vermindert de Europese invloed op Israël en de landen in het Midden-Oosten die oprecht naar vrede streven.'

Het spreekt voor zich dat de brede Israëlische afkeer van de Europese standpunten een belangrijke rol van Europa in het Midden-Oosten onmogelijk maakten. Hierin is niet zoveel veranderd.

Vorig jaar nog meed de EU-trojka Israël omdat men de Palestijnen ondanks verzet van de Israëlische regering nergens anders dan in het Orient-house wilde ontmoeten. De pretentie van een grotere Europese rol laat zich moeilijk rijmen met de onwil om een van de betrokken partijen te bezoeken.

Vorige week betitelde Israël de mislukte Europese poging om de Veiligheidsraad van de VN de bouw van woningen in Jeruzalem te laten veroordelen, als eenzijdig en niet bijdragend aan de voortgang van het vredesproces. Het Europese voorstel werd door een Amerikaans veto getroffen. Het is te betreuren dat Europa en de VS ook hier een wezenlijk andere koers varen.

Ten derde kenmerkt het Europese beleid zich door een zekere mate van paternalisme. In tegenstelling tot de Amerikanen neemt Europa vaak een standpunt in waarin zowel een veroordeling van een van de partijen als een wenselijke oplossing besloten ligt.

De Israëlische ambassadeur in Nederland Yossi Gal zei eind vorig jaar: 'In plaats van een schuldige aan te wijzen, zouden de Europese leiders moeten helpen beide partijen terug aan de onderhandelingstafel te krijgen; in plaats van een speciale gezant te benoemen die de toch al moeizame onderhandelingen alleen maar verder kan compliceren, zou Europa haar invloed en macht beter kunnen aanwenden om de vredeswil te bevorderen. . .'

Van het besef dat een oplossing alleen door directe onderhandelingen tussen de strijdende partijen tot stand kan komen - zij dragen immers de consequenties ervan - lijkt de Europese Unie nauwelijks doordrongen. Tijdens de Madrid-conferentie van oktober 1991 zei de Amerikaanse president Bush: 'De Verenigde Staten zijn bereid datgene te accepteren wat voor de betrokken partijen zelf acceptabel is.' Dit is de enige goede houding op weg naar vrede.

En waar nodig, zijn alleen de Verenigde Staten bij machte gebleken Israël een zetje in de goede riching te geven. Europa ontbeert eenvoudigweg dit vermogen door gebrek aan macht, prestige en invloed aan zowel Israëlische als Arabische zijde.

Europa moet zijn beperkingen kennen. De historie leert dat een grotere rol van Europa in het Midden-Oosten - hoe idealistisch en bescheiden dan ook - ongewenst en irreëel is. Het Scandinavisch model is niet voor Europa weggelegd.

Het naar internationaal prestige zoekende Frankrijk is geen bescheiden Denemarken of Noorwegen en zal dat ook nooit worden. Europa moet zijn hand niet overspelen. Laat de Europese rol in het vredesproces daarom vooral een economische en ondersteunende zijn. Europa is de grootste financiële donor van de Palestijnen, en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan stabiliteit in de regio.

Natuurlijk kan Europa met behulp van zijn speciale afgezant Moratinos desgewenst het vredesproces ondersteunen voorzover de verschillende partijen in de regio daar een gezamenlijke behoefte aan hebben. De VS zijn evenwel het enige land dat met succes de ontwikkelingen kan beïnvloeden. Europa mag de VS daarbij niet voor de voeten lopen.

Vrede is belangrijker dan prestige.

Frans Weisglas is lid van Tweede-Kamerfractie van de VVD. Geert Wilders is beleidsmedewerker van de Tweede-Kamerfractie van de VVD.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden