Midden in het gekrakeel

Recht en onrecht hebben Jenny Goldschmidt van jongs af aan gefascineerd. Als voorzitter van de Commissie gelijke behandeling hekelde ze deze week de onrechtvaardige honorering van leraressen in het voortgezet onderwijs....

'ALS IK niet doof was geweest, was ik liefst violiste geworden. Ik ben dol op muziek'. Jenny Goldschmidt (50) is voorzitter van de Commissie gelijke behandeling. Onder haar leiding velde de Commissie deze week een vernietigend oordeel over de beloning van leraressen in het voortgezet onderwijs. 'Dit móet gerepareerd worden.'

Het had voor de hand gelegen als de vrijwel dove Goldschmidt studeerkamergeleerde was gebleven. Maar ze wilde het hoogleraarschap Vrouw en Recht aan de universiteit van Leiden combineren met een praktische functie. 'Om wetenschappelijke inzichten te vertalen naar de maatschappelijke werkelijkheid.'

Maar bovenal wil Goldschmidt haar grenzen verkennen en waar mogelijk oprekken. En wat is er moeilijker voor een dove dan midden in het gekrakeel te staan? 'Doof zijn is immens vermoeiend. Door mijn handicap kost alles mij tweemaal zoveel energie. Want onze maatschappij líjkt wel verbaal ingesteld, maar er is zo veel non-verbale communicatie.'

Haar handicap is haast onzichtbaar. Haar stem klinkt misschien een beetje nasaal, maar daar blijft het bij. Pas als ze dwars door het melodietje van een mobiele telefoon blijft praten, dringt het echt tot je door dat ze niets hoort. 'Als je lipleest, moet je afgaan op de letterlijke tekst, met als gevolg dat ik soms dingen te zwaar opneem. Ik hoor niet hóe iemand iets zegt, waardoor alle nuances mij ontgaan. Hoorde je niet dat het een grapje was?, vragen ze me dan. Ook het omgekeerde gebeurt. Dat men achteraf zegt: hoe kón je zo'n cynische opmerking over je kant laten gaan. Want vaak zit het cynisme alleen in de toon.'

Ze beheerst geen gebarentaal: 'Ik heb het vroeger nooit nodig gehad. Het is wel jammer dat ik niet kan communiceren met doven die afhankelijk zijn van gebarentaal. Maar ik ben te lui om het nu nog te leren.'

Het stemt haar optimistisch dat dovenorganisaties afgelopen donderdag op het Binnenhof demonstreerden voor de officiële erkenning van de Nederlandse Gebarentaal (NGT). 'Doven laten de laatste tijd veel meer merken dat ze er zijn, en dat ze ook rechten hebben. Heel terecht. Er bestaan zulke stereotiepe beelden van doven, en er is zo weinig oog voor hun problemen. Bij brand kom ik mijn kantoor niet eens uit, want ik hoor het alarm niet en er zit maar op één plek een lichtalarm.'

Achteraf bezien was het een geluk bij een ongeluk dat haar doofheid pas werd ontdekt toen ze 8 was. 'Ik zat toen al drie jaar op een gewone school. En dat ging goed. Dus mijn moeder wilde per se niet dat ik naar een speciale school zou gaan. Niet dat er iets mis is met het dovenonderwijs, maar het aspiratieniveau voor doven en slechthorenden was, zeker toen, niet zo hoog.'

Voor de buitenwereld is het een raadsel dat haar doofheid zo lang verborgen bleef. Voor haarzelf niet. 'Ik was enig kind. Mijn vader was overleden. Ik was dus altijd samen met mijn moeder. Het één op één contact is het makkelijkst voor doven. Ik ging bovendien al heel vroeg praten. Er was geen reden voor argwaan.'

Ze herinnert zich nog levendig dat de audioloog zei: Maar mevrouw, begrijpt u nou nog niet dat dat kind stokdoof is? 'Je moet niet denken dat mijn wereld instortte. Ik dacht alleen maar: o, is dát het?'

Ze ging rechten studeren omdat ze grote belangstelling had voor begrippen als eerlijkheid en rechtvaardigheid. En wat is er mooier dan onrecht bestrijden? Over de ongelijke beloning van vrouwen in het voortgezet onderwijs is ze oprecht boos, ook al oogt ze zachtmoedig en toont ze begrip voor de vakbonden en de minister die de zittende garde wilde beschermen tegen de pijnlijke bezuinigingen van die tijd.

- In het akkoord over de Herstructurering Onderwijs Salarissen (HOS, 1985) werden de salarissen voor nieuwkomers verlaagd. Gaat het hier eigenlijk niet om leeftijdsdiscriminatie?

'Dat denk ik niet. De meeste gedupeerden zijn herintreedsters. Dat zijn geen jongeren. Bovendien halen herintreedsters hun achterstand nooit meer in. Het duurt in het onderwijs 23 jaar voordat je de top bereikt. Als je op je veertigste begint, haal je dat niet meer in. Jonge leraren daarentegen hebben wel tijd om hun achterstand in te halen.'

- Was dit discriminerende effect niet te voorzien geweest?

'Dat het op zo'n lange termijn tot zulke onevenwichtigheden zou leiden in de beloning van mannen en vrouwen, heeft men zich niet gerealiseerd. De vrouw die de klacht aanhangig maakte, verdient 2200 gulden bruto minder dan haar collega's.'

- De minister van Onderwijs legt oordelen van uw Commissie meestal naast zich neer.

'Ik zie de minister als een redelijk mens. Het probleem is opeens zichtbaar geworden. Door onze uitspraak zijn de salarisverschillen onder een vergrootglas komen te liggen. Dat kan hij moeilijk negeren. Dat geldt ook voor de bonden. Als een overgangsregeling vijftig jaar - als je de pensioenen meerekent - na dato nog een discriminerend effect blijkt te hebben, moet je nieuwe afspraken maken.'

- U lijkt heel zeker van uw zaak.

'Ja. Wij baseren ons op Europese jurisprudentie en arresten van de Hoge Raad. Daaruit blijkt zonneklaar dat overgangsrecht geen langdurige ongelijkheid in stand mag houden. Het Europese Hof heeft in eerdere zaken geoordeeld dat anciënniteit en ervaring niet tot onbeperkte loonverschillen mogen leiden. Iemand die zeven jaar voor de klas staat, is een ervaren leerkracht. Van nog eens tien jaar extra ervaring gaat iemand niet nóg beter lesgeven.'

De meeste klachten die de Commissie gelijke behandeling onder ogen krijgt, gaan over seksediscriminatie. De aard van de klachten verandert, constateert Goldschmidt. 'In het begin trof ik nog weleens bedrijven die gewoon geen vrouwen wensten. Die hele botte, directe discriminatie neemt af. Maar iedereen die hier komt werken verbaast zich erover dat alle oude vormen van discriminatie nog bestaan. Sollicitanten die worden afgewezen omdat ze zwanger zijn. . . Je denkt dat het uit de wereld is, maar het komt nog steeds voor. Ook in deze tijden van personeelsschaarste.'

De strijdbaarheid van vrouwen lijkt verdwenen. Het verbaast Goldschmidt niet echt. 'Er is ook ongelooflijk veel bereikt. Vroeger stootten vrouwen op veel jongere leeftijd hun neus. Jíj hoeft toch niet naar het vwo? Maar als ze ouder worden, stuiten ze wel degelijk op onzichtbare, remmende factoren. Dat wordt dan niet direct herkend als vrouwendiscriminatie. Maar het is een feit dat vrouwen 70 procent van het onbetaalde werk doen en mannen 70 procent van het betaalde werk'.

- Is er écht zoiets als een glazen plafond? Uit onderzoek blijkt dat vrouwen vooral leuke baantjes willen die makkelijk zijn te combineren met het gezin.

'Waarom zou werken aan de top niet leuk zijn? En kinderen opvoeden doe je niet levenslang. Als de kinderen groot zijn, is een topfunctie wél te combineren met een gezin. Of als je goede opvang hebt. Nee, ik zie dit meer als een vorm van zelfbescherming. Als het je niet lukt door het glazen plafond heen te breken, kun je maar beter zeggen dat je het helemaal niet wilt.

'En de hoogste graad van onderdrukking is dat de onderdrukte zich de normen van de dominante groep eigen maakt. Onderschat het aantal vrouwen niet dat van zichzelf denkt het niet te kúnnen.'

- Toch wordt de keuzevrijheid om zélf voor de kinderen te zorgen door vrouwen gezien als een groot goed.

'Er is nooit echt keuzevrijheid geweest. Maar daar gaat het niet om. Het probleem is dat vrouwen die een tijd voor de kinderen gaan zorgen daarna levenslang buitenspel staan op de arbeidsmarkt of noodgedwongen de tweede viool moeten spelen.'

- Vroeger moesten werkende moeders zich verdedigen. Nu worden moeders die níet werken ter verantwoording geroepen.

'Dat vind ik niet zo gek. Ik ga ervan uit dat ieder individu in zijn eigen levensonderhoud moet kunnen voorzien. Dat de samenleving van je verwacht dat je je deskundigheid en inzetbaarheid op peil houdt, vind ik niet zo gek.'

Al met al is Jenny Goldschmidt niet ontevreden over de reuzensprong die de Nederlandse vrouw op de arbeidsmarkt heeft gemaakt. 'Als ik naar een concert ga zie ik tot mijn grote vreugde dat driekwart van de jonge topmuzikanten vrouw is. Vroeger zaten er vrijwel uitsluitend mannen in professionele orkesten. Eigenlijk is het best snel gegaan.'

- Gaat u naar concerten?

'Ja, ik hoor nog wel iets. Tien procent of zo. En ik ga altijd zó zitten dat ik het hele orkest kan zien. De stukken die ik niet hoor, probeer ik er zelf bij te construeren. Maar concerten zijn heel vermoeiend. En juist van de delen die ik gemist heb, zeggen ze achteraf altijd: wat was dát mooi.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden