Reportage

Midden-Delfland: het Central Park van de Randstad

Groen tussen het beton

In het hart van de regio Rotterdam-Den Haag ligt Midden-Delfland. De stedeling heeft er nauwelijks weet van, maar dat gaat veranderen. 'Je ruikt het gras en ziet de koeien.'

Boer Marien Boekesteijn uit Schipluiden met zijn schapen tegen de bebouwing van de Randstad. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Ruim twee miljoen mensen wonen er met hun neus bovenop en toch is Midden-Delfland het best bewaarde geheim van Zuid-Holland. Een gebied met knotwilgen en koeien, grutto's en tureluurs, boomgaarden en fluitenkruid, kanalen en gemalen. Je kunt er Blozend Appelsap drinken en lamsvlees proeven van de schaapskudde Vockestaert. In een half uurtje fiets je terug de drukte in: aan de horizon liggen de Rotterdamse Euromast, de Haagse departementen en de kassen van het Westland.

Die nabijheid van de Randstad maakt Midden-Delfland even waardevol als kwetsbaar. De verlengde A4 tussen Delft en Schiedam die na zestig jaar touwtrekken eind dit jaar wordt opgeleverd, trekt een diepe groef door het veenweidegebied. Ten zuiden van de A20 staat de volgende infrastructurele ingreep gepland: de Blankenburgtunnel om de Rotterdamse haven beter te ontsluiten.

Wat nog meer? 'Niets dat het groene en open karakter verder aantast', hoopt Marja van Bijsterveldt vurig. Als voorzitter van de Midden-Delfland Vereniging loopt de oud-minister van Onderwijs en voormalig burgemeester van Schipluiden letterlijk stad en land af. Ze houdt presentaties voor omliggende gemeenteraden, enthousiasmeert inwoners van aangrenzende stadswijken, neemt de Rotary op sleeptouw.

Mede-eigenaar voelen

'Boeren beheren deze streek al eeuwen met zorg, maar ook burgers en bestuurders moeten zeggen: dit is mijn gebied. Stedelingen moeten zich mede-eigenaar voelen. Voor deze streek geldt frapper toujours: het moet tussen de oren zitten', zegt Van Bijsterveldt op het terras van Op Hodenpijl, een 'Bourgondische buitenplaats' in Schipluiden. Er zijn biologische eieren uit de kippenren en onbespoten groente uit de moestuin. Personeel van het ziekenhuis uit Delft houdt een studiedag. Op 4 kilometer van hun werk zijn ze in een andere wereld.

In 2008 was Midden-Delfland (met de dorpen Schipluiden, Maasland, 't Woudt en Den Hoorn) de eerste Nederlandse gemeente met het Cittaslow-keurmerk, een erkenning voor de zorg voor leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van identiteit. De Midden-Delfland Vereniging en de gelijknamige gemeente pleiten al jaren voor meer verbinding tussen stad en platteland.

Van Bijsterveldt: 'Dit gebied moet niet op slot, want een verweesd landschap gaat het niet redden. De landbouw moet zich verantwoord kunnen ontplooien, recreatie moet ruimte krijgen. We moeten op onze manier even innovatief zijn als de glastuinbouw bij onze buren.'

Innovatief vermogen bewijst Marien Boekesteijn, een van de zestig melkveehouders in de streek. Ten oosten van Schipluiden, waar het stiltegebied begint, heeft hij zestig koeien en vijfenveertig stuks jongvee, plus vijf schapen met dertien lammeren. Zijn agrarisch bedrijf is tevens zorgboerderij: mensen met autisme en adhd hebben er een dagbesteding. Ook streekproducten blijken een interessante niche. Boekesteijns vrouw heeft een imkerij en verkoopt honing. 'Het is niet aan te slepen.'

Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Delflandshof

Nu nog levert hij alle melk aan Campina, maar met collega's heeft hij de co-operatie Delflandshof opgericht om hun boter, karnemelk en yoghurt lokaal te verkopen. 'Dat vinden mensen leuk, ik heb er het volste vertrouwen in.' Hij geniet ervan als fietsers afstappen om lammetjes te fotograferen of als Haagse schoolklassen op excursie komen. 'Eerst knijpen kinderen hun neus dicht in de stal, maar al snel zijn ze gewend aan de lucht. Ze leren hier dat melk niet uit de supermarkt komt.'

Wanneer valt deze idylle ten prooi aan de stad? De toekomst is minder somber dan het lijkt. Al was het maar omdat de twee grote buren, Rotterdam en Den Haag, het gebied innig hebben omhelsd. 'Dit gebied kan uitgroeien tot ons Central Park', zegt Ahmed Aboutaleb. Naast burgemeester van Rotterdam is hij voorzitter van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH), een verband van 23 gemeenten. Ze bundelen hun krachten op het gebied van bereikbaarheid en het economisch vestigingsklimaat.

Aboutaleb: 'Dit zijn de zuurstoflongen van een versteende regio, een fantastische buffer die moet worden beschermd tegen de oprukkende Randstad.'De betwiste verlenging van de A4 en de Blankenburgtunnel zijn volgens hem noodzakelijk voor de bereikbaarheid. 'Maar hierna moeten we stoppen Midden-Delfland verder te belasten met infrastructuur. Als je dit gebied vergelijkt met hoe het er in 1950 uitzag, dan schrik je.'

Er liggen kansen voor toerisme, recreatie en landbouw. De Metropoolregio heeft landschapsarchitect Adriaan Geuze om een studie gevraagd. De oprichter van het Rotterdamse bureau West8 en hoogleraar in Wageningen betreurt het dat langs de Schie geen 17de-eeuwse buitenplaatsen en lusthoven meer liggen, zoals wel langs de Vecht in Utrecht. Ze hadden namen als Vredebrug, Rustoord, Zonder Zorgen.

Hij heeft een visioen: maak in de Polder Schieveen, de groene noordrand van Rotterdam, een moderne buitenplaats, een lusthof van 5 of 6 hectare. De naam heeft hij ook al bedacht: Nieuw Honselaarsdijk, naar het voormalige 'Princelyce Lust Huys en Hoff' van de prins van Oranje.

Polder Schieveen

Geuze: 'Ik stel me prachtige tuinen en boomgaarden voor, een educatiecentrum over zowel slowfood als de moderne agrosector. Een winkeltje met streekproducten. Basisscholen kunnen er een halve dag op schoolreisje, fietsers uit Rotterdam en Den Haag treffen elkaar voor een terrasje. Je ruikt het gras en ziet de koeien.'

Die nieuwe buitenplaats in Polder Schieveen zou een perfecte startplek zijn om het gebied verder te verkennen, aldus Geuze. 'Wat dit gebied kan leren van Drenthe en de Utrechtse Heuvelrug, is dat je een lange keten moet hebben van terrassen, pannenkoekenhuizen, boerderijwinkeltjes. Mensen fietsen eindeloos rondjes. Je moet de landschappen koesteren en zorgen dat de fietsroutes naar dit gebied al diep in het stedelijk gebied beginnen.'

Melkveehouder Marien Boekesteijn is blij met alle enthousiasme. Maar het boeren zelf is geen vetpot. 'Mijn bedrijf van 30 hectare is eigenlijk te klein. Ik heb het bedrijf pas zes jaar geleden overgenomen van mijn oom, dus ik ben zwaar gefinancierd door de bank. Mijn zoon wil ermee verder, maar het is eigenlijk niet levensvatbaar voor hem.' Intussen ziet hij andere boeren zonder opvolger. 'Mijn buurman is onlangs 79 jaar geworden. Hij heeft 7 hectare grond die ik goed zou kunnen gebruiken. Maar ik kan het helaas niet betalen.'

Soms denkt hij aan het verplaatsen van zijn bedrijf naar een andere regio. 'Niet dat ik het hier niet naar mijn zin heb. Integendeel. Het zou eeuwig zonde zijn als het hier verloren gaat.'

Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.