Middeleeuwse leer leidt moslim niet

Moslims zijn ten diepste helemaal geen ideologische scherpslijpers, maar belijden hun geloof - zie bijvoorbeeld in Marokko - bij voorkeur in een rechtsstaat, zegt Mohamed Ajouaou....

In zijn artikel 'De grote vergissing in het islam debat' (Forum, 7 februari) presenteert Ewald Vervaet de islam als een zuiver politieke ideologie. Hij verdeelt de moslims in twee kampen: de orthodoxe meerderheid en de fundamentalisten, beide ten diepste ondemocratisch, anti-Westers en slechts uit op het islamiseren van de samenleving. De fundamentalisten doen dat door terreur te plegen, de orthodoxen 'dulden vooralsnog lijdzaam' maar juichen die terreur zwijgzaam toe. Moslims zijn radicalen, hetzij in potentie hetzij in daad. Dat is zo en is altijd zo geweest. Aldus Vervaet.

Deze karikatuur getuigt van weinig historisch besef. Gewelddadig radicalisme zoals we dat nu kennen, is namelijk niet inherent aan de islam, maar iets van de laatste twee decennia. Het is het gevolg van een uit de hand gelopen en mislukt maatschappelijk en politiek hervormingsproject dat begin vorige eeuw door moslimfundamentalisten werd gelanceerd. Ik doel op de befaamde Moslim Broederschap, die weliswaar naar een islamitische staatsinrichting streefde, maar daarvoor wel de democratische en vreedzame weg wilde bewandelen. Hun project is mislukt, niet alleen vanwege weerstand van de zittende, vaak seculiere regimes, maar ook als gevolg van breed verzet van progressieve maatschappelijke krachten, vrouwenorganisaties, religieuze minderheden, et cetera.

Neem een land als Marokko. Precies veertien jaar geleden, toen ik dat land verliet, tekenden pas de eerste gewelddadige radicale uitwassen zich af. In mijn studentenstad Fes vielen radicale studenten in een ware veldslag het universitaire territorium aan van linkse studentenorganisaties, die tot dan toe de dienst hadden uitgemaakt. Het leger omsingelde het territorium, keek lachend toe, maar greep niet in. De radicalen hebben de slag gewonnen. Later bereikten mij berichten van radicale netwerken die in de stad het volk in goed georganiseerde acties terroriseerden. Bruiloften werden verstoord, advocaten beroofd en soms vermoord en enkele keren vormden regeringsfunctionarissen het doelwit. Overal bruiste het van wat de AIVD in haar recente rapport 'dawa georiënteerde groeperingen' noemt. Mensen die op een agressieve manier 'evangelisatie' bedreven. Zij vielen met hun zendingsdrang mensen lastig op straat, in het openbaar vervoer, veroverden vele moskeeën of stichtten eigen religieuze seminaries.

De baard, de niquaab - de Afghaanse kledingdracht die door deze kringen als islamitisch wordt gezien -, radicale lectuur en audio-materiaal begon langzaam het straatbeeld te bepalen. Overheid en samenleving wisten niet wat hen overkwam. Met de terroristische aanslagen op Casablanca in mei 2003 was de grens bereikt.

De overheid sloeg hard terug. Duizenden radicalisten werden opgepakt en berecht. Tegelijkertijd spraken brede bevolkingsgroepen hun afkeur en afkeer luid uit. Ouders werden kritisch ten opzichte van religieuze opleidingsinstituten. Islamitische politieke partijen werden door hun achterban geboycot. Maatschappelijke krachten drongen met succes bij de overheid aan op herstructurering van het totale religieuze landschap. Er kwam een verbod op het misbruiken van de islam voor politieke doeleinden. De zeer karige salarissen van de geestelijken werden verhoogd. De dubieuzen onder hen werden uit het ambt gezet. Er kwam toezicht op financieringsstromen van moskeeën. Religieuze opleidingsinstituten werden grondig doorgelicht. En terwijl het religieuze establishment tandenknarsend toekeek, werd met steun van de samenleving haast gemaakt met het schrappen van vrouwonvriendelijke bepalingen uit het familierecht. Kortom, het gezwel was grotendeels uitgesneden.

Als gevolg hiervan werd weer in alle vrijheid gedebatteerd. De islam mag meedingen in de maatschappelijke ordening van de samenleving, maar duidelijk binnen de seculiere kaders die de samenleving, ondanks de schijn van het tegendeel, zo graag wil behouden. De overgrote meerderheid moet er namelijk niet aan denken af te glijden naar een zogeheten islamitische staatsinrichting.

Ook in Nederland dateren radicale uitwassen uit het begin van de jaren negentig. De overheid en de samenleving hebben te lang toegekeken. Maar als de huidige koers wordt doorgezet, is de kans groot dat deze scheve ontwikkeling wordt hersteld.

Bij gebrek aan dit historisch besef grijpt Vervaet als een ware oriëntalist naar abstracte en vage theologische begrippen uit de middeleeuwen in zijn poging hedendaagse moslims te begrijpen. Precies zoals islamisten doen. Die menen ook de hele hedendaagse wereld te begrijpen vanuit de koran en de vroegere tradities. Begrippen als de vier rechtsscholen, de geschapen en ongeschapen koran, de predestinatieleer en dergelijke spelen geen enkele rol bij de meerderheid van moslims in Nederland, zeker niet bij de jongere generaties. De radicalen daargelaten. De meerderheid past zich geheel en overtuigend aan de seculiere democratische inrichting van onze samenleving aan. Van hieruit belijden ze hun geloof. Van orthodox tot vrijzinnig, van liberaal tot fundamentalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.