Middelbare mannen in lycra: hoe gevaarlijk zijn ze (voor zichzelf)?

Wiel Senden (66) fietst veel, maar valt ook vaak

Al die oudere wielrenners, vormen die op het fietspad geen gevaar voor zichzelf en anderen? Feit is dat er steeds meer bij de EHBO verzeild raken. Wielrenner Wiel Senden: 'De afgelopen vijf jaar ben ik wel zeven keer gevallen.'

Wiel Senden, 66 jaar. Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

'Een paar vrienden van me...' - Wiel Senden (66) neemt een ademteug en maakt met zijn losse hand een horizontaal gebaar - '... liggen al onder de zoden. Niet van het fietsen, hoor. Maar dat heb je op mijn leeftijd.'

Dan grijpt hij zijn stuur weer vast en glimlacht. 'Als ik daar aan denk, ben ik zo blij dat ik dit nog gewoon kan.'

Zijn tanige bruine bovenbenen malen door. Het is woensdagmiddag, en Wiel rijdt zijn vaste rondje van 50 kilometer vanuit Rotterdam naar Hazerswoude en terug. De wind staat mee en voert een dreigende onweersbui aan. De kilometerteller staat op 38. De hartslagmeter verraadt dat hij nog lang niet aan zijn taks zit.

Afgelopen week overleden drie wielrenners op leeftijd bij ongelukken. In het Zeeuwse Hulst werd zondag een 64-jarige Belg aangereden door een auto. Een dag later was het bij dezelfde plaats weer raak: nu een dronken automobilist zonder rijbewijs die een man van 60 op een racefiets fataal raakte. En bij het Noord-Hollandse Abbenes viel een 77-jarige man, die onderdeel uitmaakte van een groepje, dinsdag bij een inhaalmanoeuvre tegen een vuilniswagen. Hij was op slag dood.

Kwetsbaar

Hoewel de drie ongelukken totaal geen eenduidige oorzaak hebben, markeren ze een feit dat artsen op de spoedeisende hulp bijna dagelijks meekrijgen: wielrennen is een gevaarlijke sport, waarbij steeds meer oudere mannen fikse verwondingen oplopen. Uit cijfers die expertisecentrum VeiligheidNL vorig jaar publiceerde, blijkt dat het aantal wielrenners dat na een ongeluk bij de EHBO belandt binnen vijf jaar meer dan verdubbelde. Van rond de tweeduizend in 2010 naar ruim vijfduizend in 2015. Vorig jaar daalde het overigens weer licht tot 4.700.

Daarbij voegt VeiligheidNL steevast toe: 'Het zijn vooral mannen van boven de veertig.' De mamils (middle aged men in lycra) zijn volgens VeiligheidNL oververtegenwoordigd op de spoedeisende hulp omdat zij gewoon het grootste deel van de pelotonnetjes bevolken die dagelijks door het land jakkeren. Relatief gezien zijn wielrenners tussen de 20 en 24 overigen het vaakst bij ongelukken betrokken: 0,05 keer per duizend gereden uur, tegenover minder dan 0,02 keer in de categorie 40 tot 60.

Ja, racefietsen is gevaarlijk, erkent ook Wiel Senden. Zeker als het fanatisme oplaait. Zelf houdt hij op zijn vaste rondje steevast zijn tijd bij, dat vult hij later in op een spreadsheet in zijn computer. Afremmen doe je dan liever niet, rode stoplichten benadert hij eerder als oranje: even goed opletten. 'In mijn eentje is dat nog goed te overzien, maar in een groepje wordt dat natuurlijk al veel riskanter.'

Hij beoefent de sport al zeker veertig jaar - 'met zo'n voornaam moet je wel'. Kort na zijn afstuderen als hydroloog in Wageningen meldde hij zich bij een wielerclub. Sindsdien heeft hij tientallen keren op het asfalt gelegen. Zijn eerste breuk liep hij een paar jaar later op, bij een wedstrijdje. 'We reden in het peloton en ik keek even om. Net op het moment dat er voor mij geremd werd. Mijn neus stond scheef.' Tien jaar geleden miste hij een opstaand randje en brak een sleutelbeen.

Sinds zijn vroegpensioen, tien jaar geleden, zit Wiel weer enorm veel op de fiets. Zo'n achtduizend kilometer per jaar. 'Ik ben inmidddels weer fitter dan toen ik 54 was.' Dit jaar reed hij voor de 27ste keer de Marmotte, de 174 kilometer lange tocht over vier grote Alpencols. Zijn lichaam lijkt zich inmiddels te hebben gevormd naar een houding die zo min mogelijk wind vangt: bovenrug licht gebogen, tanige schouders licht vooruit. 'Vroeger in het peloton noemden ze me al de duikboot.'

Twijfels

Wiel moet toegeven dat hij de laatste jaren zeker vaker is gevallen. 'De afgelopen vijf jaar wel zeven keer.' In 2015 was het echt mis, toen brak hij zijn heup.

En eerder dit jaar reed hij op een paaltje. Zelf kwam hij er met een ietwat gekneusde hand vanaf. 'Maar in mijn helm zat een grote barst, als ik die niet had gehad was ik nu waarschijnlijk een kasplantje.' In de schuur staat nog zijn oude fiets, het frame is verbogen en het voorwiel helaas total loss. 'Ik heb snel een nieuwe gekocht en ik reed het weekend erna alweer 210 kilometer.'

Dat het aantal ongelukken zo is toegenomen, heeft waarschijnlijk niet alleen te maken met de groeiend groep krasse knarren op dure fietsjes. Fietspaden worden, in het algemeen steeds drukker. Onder meer door de opkomst van de elektrische fiets. Die rijdt ook erg hard, terwijl de berijder dat veelal niet gewend is. En dan zijn er nog de appende automobilisten. Wiel: 'Ik heb het idee dat mensen er gewoon minder met hun hoofd bij zijn in het verkeer.' Woensdag wordt die theorie direct bevestigd. Op een rotonde verleent een automobilist geen voorrang en rijdt Wiel bijna van de sokken. 'En dan nog boos toeteren ook.'

Een kilometer verderop wijst de renner op leeftijd naar een vlinderstruik. 'Kijk die bloeit mooi, maar hij ontneemt het zicht op een fietspad.' Daar kwam laatst een scholier aangefietst die helemaal niet oplette. Wiel kon de jongen en twee oudere fietsers net ontwijken. Hij overweegt de struik binnenkort 's nachts stiekem te snoeien. 'Als pensionado heb je tijd voor dat soort dingen.'

En het is in zijn algemeenheid steeds drukker geworden op de fietspaden. Onder meer door de opkomst van de elektrische fiets. Die rijdt ook erg hard, terwijl de berijder dat veelal niet gewend is. En dan zijn er nog de appende automobilisten. Wiel: 'Ik heb het idee dat mensen er gewoon minder met hun hoofd bij zijn in het verkeer.' Tijdens onze tocht wordt die theorie direct bevestigd. Op een rotonde verleent een automobilist geen voorrang en rijdt Wiel bijna van de sokken. 'En dan nog boos toeteren ook.'

Een kilometer verderop wijst de renner op leeftijd naar een vlinderstruik. 'Kijk die bloeit mooi, maar hij ontneemt het zicht op een fietspad.' Daar kwam laatst een scholier aangefietst die helemaal niet oplette. Wiel kon de jongen en twee oudere fietsers net ontwijken. Hij overweegt de struik binnenkort 's nachts stiekem te snoeien. 'Als pensionado heb je tijd voor dat soort dingen.'

Na iets minder dan twee uur fietsen rijdt Wiel zijn straat weer in. Fietsvriend Gerrit (62) staat in de voortuin. Klaar voor om de bergetappe in de Tour te volgen. Gerrits geschoren en gespierde benen worden ontsierd door grote pleisters op de knieën. Ook zijn handen zijn gehavend.

'Nee, dat is met hardlopen gebeurd. Ik zag een randje niet goed, toen lag ik.'

Correctie: In een eerdere versie van dit stuk werd de suggestie gewekt dat oudere mannelijke wielrenners roekelozer rijden dan jongeren. Dat is niet het geval. De kans om met een wielerblessure op de EHBO te belanden is het grootst in de leeftijdsklasse 20-24 jaar. Dat oudere fietsers bij verreweg het grootste gedeelte van de wielerongelukken betrokken is, komt doordat ze veel meer fietsen.

Meer over