INTERVIEWSuzan Pas

Microbioloog Suzan Pas: ‘Een lab is gebaat bij rust, reinheid en regelmaat. Maar dat is lastig nu’

Suzan Pas: ‘We proberen nu achteraf iets dicht te timmeren wat eigenlijk al jaren lek was.’Beeld Kiki Groot

Waar het testen, traceren en isoleren eerst stukliep op gebrek aan capaciteit bij de GGD, kampen laboratoria nu met te weinig materiaal. Suzan Pas, medisch moleculair microbioloog bij laboratorium Microvida, wijst erop dat ook haar analisten uitgeput raken.

Voor de muur die is behangen met spermacellen zo groot als dolfijnen – een herinnering aan de vruchtbaarheidstesten die voorheen in deze ruimte plaatsvonden – wijst medisch moleculair microbioloog Suzan Pas (44) naar het werkpaard van haar laboratorium: de Cobas 6800. Voor duizend mensen per dag geeft deze machine antwoord op de vraag die zo belangrijk is: hebben ze corona of niet? Door wereldwijde tekorten aan testmateriaal dreigt het apparaat deels stil te vallen.

Het front tegen het virus lag in de eerste maanden van de crisis op de intensive cares van de ziekenhuizen, maar is inmiddels verschoven naar de testlocaties en laboratoria. En waar het eerst knelde in de teststraten van de GGD’s, met te weinig personeel en capaciteit, begint het nu te kraken in de labs.  

Eén daarvan is Microvida in Roosendaal, in de hoek van het Bravis-ziekenhuis. In labs zoals deze wordt bepaald of de Nederlandse strategie van testen, traceren en isoleren standhoudt. Het personeel raakt langzamerhand oververmoeid. Het duurt te lang om nieuwe mensen op te leiden. En dan zijn er nu ook nog de materiaaltekorten die zorgen voor langere doorlooptijden en stress.

Kunnen jullie die tekorten er nog bij hebben?

‘Het is echt vreselijk’.

Is de testcapaciteit nog overeind te houden op deze manier?

‘Onze capaciteit ligt op dit moment op 1200 tests per dag. Van het LCDK (de organisatie die namens het ministerie van VWS het testmateriaal verdeelt, red.) krijgen we maar materiaal voor 500 tests, afgelopen week zelfs minder. De rest teren we in op onze voorraad. Zo kunnen we het nog anderhalve maand volhouden. Om onze capaciteit toch te vergroten gaan we inzetten op poolen, het samenvoegen van vijf monsters in één test.’

Wat doet dit vooruitzicht met de medewerkers?

‘We proberen de zorgen weg te houden bij de analisten. Die hebben het al druk genoeg met het verwerken van de enorme stroom monsters. Ze maken overuren en werken ook ’s avonds en in de weekenden. Al zes maanden lang. En ze zijn niet eens genoemd in de bonusregeling voor zorgpersoneel. Dat snap je toch niet? Een lab is gebaat bij rust, reinheid en regelmaat. Maar dat is lastig nu.’

Er worden nu ruim 30 duizend mensen per dag getest en de labs barsten al uit hun voegen. Minister Hugo de Jonge wil in februari 85 duizend tests per dag kunnen doen. Is dat haalbaar, denkt u?

Pas lacht veelbetekenend.

U kijkt er cynisch bij...

‘Het LCDK vraagt iedere week aan de labs welke getallen ze aankunnen en wat hun opschalingsmogelijkheden zijn. Aan de hand van die cijfers kun je voorspellingen maken. Ik zit in twee werkgroepen en kan daarover wegens geheimhoudingsplicht niet veel zeggen. Maar ik kan de berekening wel maken.’

Ze zal het niet hardop zeggen, maar het lijkt erop dat de Nederlandse labs de testambities van het ministerie niet kunnen waarmaken. Daardoor is minister De Jonge veroordeeld tot samenwerking met megalabs in het buitenland, die vooralsnog genoeg voorraden lijken te hebben. Maar de afhankelijkheid van commerciële buitenlandse partijen is een risico omdat niet zeker is wat zij doen als de crisis in eigen land verergert.

Hoe kan het dat Nederlandse labs niet genoeg materiaal krijgen van de fabrikanten terwijl die megalabs kennelijk geen probleem hebben?

‘Ik begrijp dat deze labs eigen bedrijven hebben die zelf de testmiddelen produceren.’

Pas heeft tientallen jaren ervaring met epidemieën als ebola, sars en zika. Ze was onder meer coördinator van de mobiele ebolalabs die Nederland in allerijl opzette in Sierra Leone. Ze weet als geen ander hoe belangrijk het is om snel op een uitbraak te reageren.

Wat had Nederland anders moeten doen toen het coronavirus zich aankondigde?

‘Wij microbiologen roepen al jaren om meer ‘pandemic preparedness’. Je moet plannen hebben klaarliggen voor gezamenlijke inkoop, logistiek, het opslaan van materialen, de eigen productie van hulpmiddelen en het opleiden van personeel. Bij deze pandemie is pas na een maand het LCDK opgezet. Daarmee ga je achteraf iets proberen dicht te timmeren wat eigenlijk al jaren lek was.’

In kringen rond wetenschappers circuleert de theorie dat er prijsafspraken zijn gemaakt tussen de fabrikanten en de megalabs waardoor de reguliere labs er niet meer tussenkomen.

‘Ik kan me daar van alles bij voorstellen. Maar ik wil niet in complottheorieën verzanden. Feit is dat wij tekorten hebben en dat de teststrategie van Nederland onder druk staat.’

Grote labs in Nederland, zoals Sanquin, beweren dat de ziekenhuislabs de tests naar zich toe trekken en zo veel capaciteit bij hen onbenut blijft. Jullie zouden vrezen voor je eigen voortbestaan.

‘Op het moment dat de ziekenhuislabs vol zitten heb ik er geen enkel probleem mee om commerciële labs de bulk te laten wegdraaien. Dat is alleen maar goed. Maar dit is een discussie die al langer loopt. In rustige tijden, als er geen pandemie is en we niet weten met welke beestjes we te maken hebben, wil je juist ziekenhuislabs hebben met hoge kwaliteit en zicht op de regio. Als die er niet zijn, en de monsters naar hoogvolumelabs gaan, dan gaan we een epidemie in de dop missen.’

In juli overkwam jullie lab een kleine ramp: u gaf van zes mensen de verkeerde testresultaten door. Hoe kwam dat?

‘Dat was dramatisch, dat wil je nooit meemaken. Echt hoor, dat sloeg hier in als een bom. Gelukkig kwam een analist er snel achter. Het kwam door een programmeerfout in een oude machine, niet onze fout. We hebben alles uitgezocht, eerdere monsters opnieuw getest en andere labs meteen gewaarschuwd. Uiteindelijk bleek dat we drie mensen onterecht positief hadden getest en drie mensen onterecht negatief. Ook al zijn het maar zes van de 80 duizend tests die we hier gedaan hebben, het pas niet bij onze beroepseer.’

Er is veel discussie over valspositieve tests. Is daar vaak sprake van?

‘Nee, deze pcr-test is de gouden standaard. Wel kan iemand nog lang positief testen terwijl hij al niet meer besmettelijk is. Vals negatief komt vaker voor. Dat kan bijvoorbeeld als degene die het monster afneemt een wattenstaaf niet diep genoeg in iemands keel of neus steekt, uit medelijden.’

Jullie hebben één machine die het gros van de tests analyseert. Wat gebeurt er als die vastloopt?

‘Dat gebeurt elke week wel een keer, net als in andere labs. We hebben veel last van snot, waardoor de monsters in de machine verstoppingen veroorzaken. Daar is niet veel aan te doen. Vorige week liep de machine ook weer vast. Toen bleek uiteindelijk dat de haren van de wattenstaaf waren opgelost in de testvloeistof. Het ging om een partij vloeistof uit China die via het ministerie bij ons geleverd was. Zoiets kan gebeuren omdat niet iedereen met dezelfde vloeistoffen werkt. Maar het heeft wel impact op je lab.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden