MICK

Een half uurtje had Sir Mick Jagger de tijd om in een Londens hotel met tien journalisten uit Europa te praten over zijn nieuwe project: de band SuperHeavy.

Zo'n immens hotel, en dan zo'n klein kamertje. We passen er maar nauwelijks in met z'n tienen. Ingevlogen uit heel Europa zitten we in wat de kleinste kamer van het Dorchester, een van de deftigste, duurste hotels van Londen, moet zijn. Er heerst drukte op de gang van bellende en sms'ende dames en heren die je verwacht in de nabijheid van een grote popster. Want dat is Mick Jagger.

We zijn voor hem naar het Dorchester afgereisd, waar we met z'n allen tegelijk een half uurtje met hem van gedachten mogen wisselen. Niet ideaal, met z'n tienen, maar zo vaak dient de gelegenheid zich niet aan dat je bij Sir Mick Jagger mag aanschuiven aan tafel.

Jammer alleen dat tot twee keer toe een dame komt melden dat ze begrijpt dat de heer Jagger vooral bekend is als zanger van The Rolling Stones, maar dat hij daarover vanmiddag niet zal praten. De heer Jagger zal ons straks te woord staan over een plaat die hij heeft gemaakt onder de naam SuperHeavy, en of we dat album al hebben gehoord.

Dat hebben we. Jagger heeft het morgen te verschijnen SuperHeavy geproduceerd samen met de vooral van de Eurythmics bekende Dave Stewart. Het heet een echte bandplaat te zijn, van wat in de jaren zeventig een supergroep zou heten. Naast Jagger en Stewart zijn voor de liedjes op SuperHeavy verantwoordelijk de Britse soulzangeres Joss Stone, de Jamaicaanse reggaester Damian Marley en de Indiaase componist van filmmuziek A.R. Rahman.

Muzikaal schiet de plaat alle richtingen uit die je van dit rijtje namen verwacht. Mooie liedjes worden verstoord door het felle toasten van Marley terwijl een lekkere opzwepende reggaedeun ineens transformeert tot een soulballade.

Gedurfd, dat is het zeker, al heeft Jagger gelijk wanneer hij tijdens het gesprek zegt dat het toch een veel minder experimentele plaat is 'dan mensen met zulke diverse muzikale achtergronden normaliter afleveren. Het is misschien even wennen, maar het zijn allemaal popliedjes, gejamd wordt er niet op de plaat, dat was toch wel een eis die ik aan Dave had gesteld.'

Dat kan hij doen. Zo kan hij die middag in het Dorchester zijn gesprekspartners ook nog even een uurtje laten wachten. Of toch niet?

Als om drie uur, het afgesproken tijdstip, er een dame een beetje nerveus de kamer in komt met de mededeling dat 'Mick Jagger helaas enigszins vertraagd is' en dat de bijeenkomst een uur wordt verlaat, is haar toezegging van verse broodjes niet genoeg om de delegatie uit enkele landen tevreden te stellen.

Zwitserland heeft een vliegtuig te halen, Nederland heeft een interview elders op het programma en Duitsland heeft eveneens andere plannen. De dame beent weg met de mededeling dat ze zal kijken wat ze kan doen. De tijd dat journalisten hun hele dag, of nog meer, afstemden om Mick Jagger een paar vragen te mogen stellen is voorbij, zo zal ze zich realiseren.

Even later komt ze terug. Mick Jagger is zover en kan ons nu ineens wel te woord staan.

Het Dorchester blijkt een nog kleinere kamer te hebben waarin een ronde eettafel staat met elf stoelen eromheen. Die het dichtst bij de deur dienen we vrij te laten. We wurmen ons op een stoel, leggen onze recorders klaar en daar is ie al: 'Hello guys, oh and sorry, girls.'

Joviaal lachend wandelt hij de kamer binnen. Zwart colbertje, roze overhemd. Gebruind gezicht, haar in een bruine spoeling met rode gloed. Handenschudden is alleen mogelijk door wat onhandig over de tafel te hangen, maar daar voelt Jagger zich niet te groot voor. Innemende man, zo op het eerste gezicht. En aangezien de tijd te kort zal blijken voor een tweede gezicht, is dat ook de indruk die hij na een half uurtje nalaat.

Vrolijk vertelt Jagger over de totstandkoming van SuperHeavy. Het begon allemaal met een idee van Dave Stewart. Niet ongeestig imiteert Jagger de wat zweverige hippie-intonatie van Stewart. 'Ik stond voor mijn strandhuisje op Jamaica en hoorde ineens vanuit alle windstreken verschillende soorten muziek, weet je wel. Dat wilde ik vastleggen.' Nou, zo vervolgt Jagger met zijn eigen wat geaffecteerde stem, 'dat wist ik helemaal zo net nog niet. We hadden samen afgesproken een plaat te gaan maken waarop we met zo veel mogelijk vocalisten zouden samenwerken, maar een beetje coherentie leek me ook wel fijn. Maar goed, ik was er niet bij op Jamaica dus die mystieke ervaring die Dave scheen te hebben, ging ook aan mij voorbij.'

De keuze voor Joss Stone lag het meest voor de hand, zegt Jagger vervolgens. 'We hebben vroeger al eens samen gezongen, het klikte goed. Damian Marley werd het, omdat ik graag iets met reggae wilde doen. Los van het feit dat ik Damians vader Bob nog gekend heb uit de tijd dat hij hier in Londen zijn Wailersplaten opnam, vind ik zijn raps of toasts zoals ze dat geloof ik noemen, geweldig.'

En om het globale plaatje compleet te maken, koos het duo vervolgens voor A.R. Rahman. 'Zijn muziek houdt het midden tussen de ernst van klassiek en de lichtheid van Bollywood. Daarmee konden we dus lekker alle kanten op.'

Op papier een bonte verzameling namen, die eenmaal in de studio nog niet meteen tot grootse dingen kwam. 'Toen we eenmaal met z'n allen in een studio in L.A. zaten, wist ik weer wat de nadelen van zo'n groepsdynamiek zijn. Je bent namelijk niet met z'n vijven, maar al snel met z'n tienen, als je de band onder wie twee toetsenisten meerekent. Zie dan maar samen nummers te componeren.'

Maar het is gelukt, zo laat Jagger een paar keer trots weten. En nee, zo antwoordt hij op de vraag of het niet lastig voor hem was dat hij niet de enige zanger in de band was, 'dat beviel best. Zo moeilijk is het niet om eens niet te zingen, hoor. Ik vond het leuk om me weer eens met gitaarpartijen en dat soort dingen bezig te houden.'

Leuk, 'fun', is het sleutelwoord aan tafel. Het was fun om met Joss duetten te zingen, 'vooral het bijna spontaan ontstane I Don't Mind waarin Stone zo typisch Brits klinkt dat ik zelf ook mijn bekakte Engels dat ik sinds As Tears Go By niet meer gebezigd heb, laat horen.'

Leuk was het ook om van A.R. Rahman te vernemen dat deze in het Sanskriet schreef en zijn liedjes meestal over God gaan, en wat een fun om net zo snel als Damian Marley proberen te rappen en dan hopeloos onderuit te gaan. 'Die gast is echt niet bij te houden, jongens.' Leukst van alles was dat Jagger zoals hij zegt 'anders is gaan zingen. Voor een paar liedjes bedacht ik een speciaal grappig soort karakter, en probeerde ik ook een lollig stemmetje uit. Dat is wel wat ik geloof ik van dit project heb geleerd: alles net iets anders zingen dan ik gewend ben.'

Maar wat verwacht Jagger dat de plaat gaat doen? 'Ik heb werkelijk geen idee. De inzet was laag: zou het tot niks leiden dan zouden we er gewoon mee zijn opgehouden en hadden we de hele hap in zee gedumpt, haha. Maar volgens mij is het een leuke plaat, hoor.'

Of Jagger de hedendaagse rock 'n roll nog een beetje volgt? Hij antwoordt bevestigend. 'Maar ik luister naar van alles door elkaar op iTunes.' Zijn merkwaardigste muzikale ervaring deed hij enige tijd geleden op, bij een bezoek aan de School Of Rock in Los Angeles. Daar leren jonge kinderen hoe klassieke rocksongs in elkaar zitten. 'Kinderen van 8 luisteren er niet naar hun favoriete Lady Gaga-liedje, maar naar Stairway To Heaven. Ik hoorde een jong meisje ineens ons eigen Gimme Shelter zingen en dacht: hoe gaat dat arme kind straks om met die passage over verkrachting, moord en doodslag. Weet ze wel wat ze zingt? Ik heb het niet afgewacht.'

Nu hij zelf toch een Stones-song aanhaalt: hoe kijken zij eigenlijk tegen SuperHeavy aan? 'Ik heb de plaat alleen aan Ronnie (Wood) en Charlie (Watts) laten horen, en die vonden hem goed.'

En dat boek van Keith Richards? Heeft Jagger zelf geen zin om zijn autobiografie te schrijven? 'Nee, ik ben blij dat ik me veel niet meer herinner. Het is me ook te confronterend, geloof ik. Nee, niet dat ik zo'n zwaar leven heb gehad, maar ik ben toch bang dat ik het niet aankan zo diep in mijn eigen geschiedenis te graven.'

Heeft hij zich dan geamuseerd met de autobiografie Life van Richards? 'Sorry niet gelezen, jullie?'

'Ja', klinkt het volmondig aan tafel.

Mick Jagger mompelt iets over dat hij er verder niet op wil ingaan en kijkt links van hem waar een journalist uit Italië hem een vraag stelt over zijn interesse voor muziek uit India.

'Ja dat was in de jaren zestig erg in de mode, maar volgens mij kwam dat door de drugs. Ik heb wel eens geprobeerd Indiaase toonladders te zingen, maar dat lukt me niet. Mijn broer kan het wel trouwens. Altijd leuk om een feestje mee op te vrolijken.'

Het feestje in het Dorchester is met Jaggers uitweiding over Indiaase muziek ten einde. De deur zwaait open. Jagger staat op, groet beleefd en weg is hij. In de deurpost neemt zijn assistente plaats opdat niemand achter Jagger aanloopt.

'Dank voor jullie tijd, de plaat verschijnt 19 september.'

SuperHeavy:SuperHeavy. Universal (verschijnt in Nederland morgen al).

------------------

Jagger zonder stones

Er rust geen zegen op de platen die Mick Jagger zonder The Rolling Stones uitbracht. Van die vier solo-albums is alleen het door Rick Rubin geproduceerde Wandering Spirit (1993) de moeite waard. De overige drie bleken zowel artistiek als commercieel een flop.

Stones-gitarist Keith Richards merkte over Jaggers solodebuut She's The Boss (1985) in zijn autobiografie op: 'Het is als met Mein Kampf. Iedereen had een exemplaar, maar niemand luisterde ernaar.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden