Analyse

Mickey wilde sterven door een politiekogel, dat had hij zijn moeder al eens toevertrouwd

De politie in Amsterdam nabij De Nederlandsche Bank aan het Westeinde. De omgeving rond de bank was afgezet. Beeld Michel van Bergen

De man die in Amsterdam met een imitatiepistool op agenten afstormde en dat niet overleefde, leed aan angsten en depressies. ‘Het leven was gewoon niet voor hem’, vertelt zijn moeder. 

Nog geen half uur voordat gillende sirenes klinken en de omgeving in een blauw verlichte vesting verandert, staat de 31-jarige Mickey Fudge in de deuropening van zijn ouderlijk huis in Amsterdam. Het is woensdagavond 6 februari. Hij zegt dat hij een ommetje wil maken, maar dat hij zijn sleutels kwijt is.

Niet dat hem dat uitmaakt. Die sleutels, zegt hij, die heeft hij toch niet meer nodig.

‘Doe niet zo raar’, zegt zijn moeder Tanja Samojlenko, ‘bel gewoon aan als je weer naar binnen wil.’ Toch is ze er niet helemaal gerust op. Je komt toch nog wel thuis?, vraagt ze hem voor de zekerheid.

Dan is Mickey weg.

Even daarvoor hebben ze samen op de iPad gespeeld. ‘Een soort vier-op-een-rij. Hij zei: geef maar hier, mam, je bakt er niks van. Het ging niet zo goed met hem, maar ik had niet het gevoel dat het zo slecht ging dat ik hem tegen moest houden. Dat was ook moeilijk geweest. Het is een grote man van 31.’

Niet veel later hoort Samojlenko de sirenes, ziet ze de zwaailichten, galopperen politieagenten te paard voorbij. Ongerust rent de vrouw in het donker naar het gebouw van de Nederlandsche Bank. Daar ziet ze hoe een jongen een brancard in wordt getild. Het blijkt een fietser die in zijn been is geraakt.

Opgelucht loopt ze terug naar huis. ‘Toen zag ik op AT5 ineens dat iemand was neergeschoten door de politie. Op tv zag ik zijn schoenen, en toen wist ik het: het was Mickey.’

Haar zoon heeft zich met opzet laten doodschieten door agenten. Terwijl hij in het donker met een neppistool in volle vaart op de politie af stormde, is hij door een regen van tenminste zeventien kogels gedood – zo is te zien en horen op een filmpje van een omstander. Rennend is hij in elkaar gezakt.

Toevallig of niet, op bijna dezelfde plek kwam vijftien jaar geleden een 20-jarige Duitser op eenzelfde manier aan zijn einde. De man had zelf de politie gebeld. Toen agenten op het Frederiksplein aankwamen, begon de Duitser meteen te schieten met wat achteraf een gaspistool bleek te zijn. Ook hij stierf in een regen van politiekogels.

Suicide by cop

Het fenomeen suicide by cop, dat vooral in Amerika uitgebreid is onderzocht, komt volgens politiesocioloog Jaap Timmer van de Vrije Universiteit waarschijnlijk een tot meerdere keren per jaar in Nederland voor. Een precies aantal valt niet te noemen, zegt hij, bijvoorbeeld omdat er ook pogingen mislukken en nooit de openbaarheid halen. Ze worden ook niet als suicide by cop in de politiesystemen vermeld.

De plegers zijn vaak wanhopig en lopen al langer met zelfmoordplannen rond. Soms handelen ze in een opwelling. Lang niet altijd staat vast dat iemand door een politiekogel wilde sterven, bijvoorbeeld omdat er geen afscheidsbrief is achtergelaten of omdat iemand nooit met anderen over zijn plan had gesproken. Timmer: ‘En soms is iemand achteraf blij dat de politie hem toch niet heeft doodgeschoten.’

In Doetinchem schoten agenten twee jaar geleden een man in zijn benen die een (nep-)vuurwapen op hen richtte. Eerder had hij ook al met een kruisboog geprobeerd de politie uit te lokken.

In juni 2016 stierf de 21-jarige Mitchel Winters in een Schiedams park, toen hij tegenover een gealarmeerde agent een schietbeweging met zijn vingers maakte. Hij had zelf de politie gebeld om ze naar het park te leiden: hij vertelde dat hij was beroofd door een man die hem zou hebben beschoten. Het signalement dat hij doorgaf, was dat van zichzelf. Winters had een afscheidsboodschap op zijn tablet achtergelaten.

De Nederlandsche Bank Beeld EPA

Impact op agenten

Ook op agenten kan de impact van zo’n zelfmoordpoging groot zijn. Een agente die het vuurwapen van de man in Doetinchem op zich gericht kreeg, vroeg zich af of ze die dag nog wel met haar kinderen aan het ontbijt zou zitten. Door op zijn benen te schieten, voorkwamen Lincy Reukers en haar collega’s dat de man stierf, hoewel hij daarop uit was. ‘Hij zei letterlijk: de politie is getraind om mensen dood te schieten’, vertelde ze in een filmpje van de politie. ‘Maar als we iets niet zijn, dan is het dat we getraind zijn om mensen dood te schieten.’

Als agent word je aangenomen om de maatschappij veilig te maken, zegt voorzitter Jan Struijs van de Nederlandse Politie Bond. ‘Dat doe je het liefst door te de-escaleren, door ergens tussen te springen. Je weet wel dat het bij noodweer en overmacht draait om overleven en uitschakelen, maar iemand doodschieten is niet iets waar je trots op bent. Integendeel.’ De man in Doetinchem kreeg onder meer vanwege het bedreigen van agenten en het bezit van een nepwapen acht maanden celstraf en tbs opgelegd. Ook moest hij de agenten een schadevergoeding betalen.

De Rijksrecherche doet onderzoek naar het doodschieten van Mickey Fudge, zoals gebruikelijk wanneer een agent iemand verwondt of doodt. Hangende dat onderzoek wil de Amsterdamse politie geen vragen over het doodschieten van de man beantwoorden. Volgens het Openbaar Ministerie wordt in elk geval de toedracht van de schietpartij onderzocht, evenals de vraag of de agenten terecht hebben geschoten. De wapens waarmee de agenten hebben geschoten, worden bij zo’n onderzoek doorgaans tijdelijk in beslag genomen.
Lees verder onder de kaart

Confronterend

Zo’n onderzoek is confronterend, weet Struijs: ‘Politiemensen hebben vaak tijd nodig om goed te reconstrueren wat er bij zo’n incident is gebeurd. Een politieagent doet veel op instinct. Nu moet hij ineens vragen beantwoorden als: wanneer schoot je voor het eerst en waarom ben je blijven schieten?’

Volgens Timmer heeft het weinig zin om agenten beter te leren omgaan met mensen die door een politiekogel uit het leven willen stappen: daarvoor zijn er te weinig bewezen gevallen. ‘Er is al zo veel te leren tijdens de opleiding en de trainingsmomenten zijn schaars. Maar het zou mooi zijn als in de aansturing van agenten, bijvoorbeeld bij de meldkamer, er meer alertheid is voor suicide by cop. Dat tegen agenten wordt gezegd: denk in de eerste plaats aan jullie eigen veiligheid en twee, hou er rekening mee dat deze persoon wil dat je hem doodschiet. Al is dan nog niet zeker dat je het kunt voorkomen.’

Tanja Samojlenko heeft de Rijksrecherche al op bezoek gehad. ‘Op de avond zelf moest ik uitleggen wat voor een mens hij was. Dat hij geen terrorist was. En bij een huiszoeking zijn de iPad en de telefoon meegenomen.’ Haar zoon liet, voor zover ze weet, geen afscheidsbrief achter.

Imitatiepistool

Het plastic imitatiepistool dat volgens de politie niet van echt te onderscheiden was, had hij al een tijd in huis. Samojlenko: ‘Er stond op dat het voor kinderen van 3 jaar en ouder was. Je mocht er niet mee naar buiten. Het was net zo groot als in het echt. Hij schoot ermee op muizen in onze tuin. Met plastic balletjes.’

Ze zegt niet te weten of ze nog in gesprek wil met de agenten. Ze ‘omhelzen’ hoeft van haar niet zo nodig. ‘Maar ik heb wel tegen de Rijksrecherche gezegd: leg ze uit dat ik ze absoluut niets kwalijk neem. Ze hadden geen keus. Ze leren dat ze moeten schieten, dat snap ik helemaal. Het is triest dat ze dit moeten meemaken.’

Al sinds zijn kindertijd was Mickey bezig geweest met de dood. ‘We leefden op een vulkaan met hem. Als kind zei hij al dat hij zelfmoord zou plegen. Hij zei altijd: de wereld is niet voor mij, ik had nooit geboren mogen worden. Op school werd hij gepest. Het was een heel slim kind. Als een spons zoog hij alles op. Er is wel eens gezegd dat hij hoogbegaafd was. Hij was een maatschappelijk betrokken jongen. Hij zei altijd: ik lach om niet te huilen.’

Zijn vorig jaar overleden vader Anthony, met wie hij brieven over misstanden schreef aan landelijke kranten, was bipolair. ‘We hadden gehoopt dat het niet zo erg naar hem zou overslaan. Maar het zat er gewoon altijd al in. Hij vertelde me laatst dat hij als 5-jarig jongetje bloot op de ijskoude vloer van zijn slaapkamer ging liggen en dat hij toen dacht: dan vries ik wel dood.’

 Angsten en depressies

Samen met de huisarts hebben ze jarenlang alles geprobeerd om de rust bij Mickey terug te krijgen, zegt Samojlenko. ‘Hij slikte antidepressiva en angstremmers. Het hielp maar gedeeltelijk. Hij had angsten, depressies, nachtmerries. Het leven was gewoon niet voor hem. Tja, wat doe je dan als moeder? Uiteindelijk niks. Wachten tot het een keer gebeurt.’

Elke keer als Samojlenko uit haar werk kwam, dacht ze: is Mickey er nog? ‘Hij belde me soms op en dan zei hij: ik ga het nu doen. Tot nu toe lukte het me altijd om hem er weer uit te krijgen.’

Mickey wilde eigenlijk euthanasie, zegt ze. ‘Dat bleek een lang proces, waarvoor hij gesprekken met onafhankelijke psychiaters moest gaan voeren. Maar hij had in zijn tienertijd zo veel psychologen en psychiaters gezien, dat hij niet meer wilde. Hij kwam daar telkens nog ongelukkiger vandaan dan dat hij al was.’

Meermaals belde hij met hulplijn 113. ‘Dat hielp al helemaal niet. ’s Nachts waren zijn angsten het grootst. Maar toen hij belde, zeiden ze dat hij de volgende ochtend maar terug moest bellen. Een keer konden ze hem niet verstaan omdat hij zo hard huilde. Ze zeiden: hou eens op met huilen. Daarna hingen ze op.’

113 Zelfmoordpreventie laat weten dat ze de gesprekken ’s nachts inderdaad kort houden.‘We schatten in wat er op dat moment nodig is om de nacht door te komen. Het is meestal niet goed om ‘s nachts een plan voor het leven uit te stippelen. Wij kunnen ons echter niet voorstellen dat een hulpverlener van ons de telefoon neerlegt als iemand erg huilt – zo zijn we niet getraind.

Verdriet en opluchting

Dat Mickey Fudge wilde sterven door een politiekogel, had hij zijn moeder al eens toevertrouwd. ‘Hij zei: ‘Ik ga gewoon bij De Nederlandsche Bank met een plastic pistool staan zwaaien. Die marechaussee daar schiet wel raak.’ Ik heb dat nooit serieus genomen. Ik dacht: dat doe je niet, dat durf je niet.’ Een eerdere zelfmoordpoging van hem thuis mislukte.

Het filmpje waarop haar zoon zijn dood tegemoet rent, heeft Samojlenko één keer kunnen kijken. ‘Ik ben verdrietig en opgelucht tegelijk, dat het hem nu is gelukt.’

Dit weekend heeft ze haar zoon moeten identificeren in het mortuarium van de VU. ‘Hij lag er heel mooi en vredig bij’, zegt ze. ‘Zijn gezicht was gaaf en had een serene uitdrukking. Ik heb de rechercheurs gezegd dat dit de schietende agenten misschien kon helpen met verwerken: ze hebben hem geholpen de rust te krijgen waar hij zijn hele leven al naar op zoek was.’

Wilt u praten over zelfdoding of wilt u hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113. Of neem contact op via 113.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden